Titus
[geschiedenis], eigenlijk: Titus Flavius Vespasianus (39–81), Romeins
keizer van 79 tot 81, was de zoon van Vespasianus en vergezelde deze naar Judea
om de joodse opstand te bedwingen. Toen zijn vader uit Palestina vertrok om in
Rome het principaat te aanvaarden, liet hij Titus achter om de oorlog tegen de
joden verder te voeren, die beëindigd werd met de inneming van Jeruzalem (70).
Bij zijn terugkomst in Rome vierde Titus, samen met Vespasianus, een triomf; de
bij die gelegenheid voor hem opgerichte triomfboog is bewaard gebleven. In 71
werd hij mederegent en praefectus praetorio. Bij Vespasianus’ dood (79)
aanvaardde hij als aangewezen opvolger de regering.
Impopulair tijdens het leven van zijn vader, wist hij toen hij eenmaal keizer
was de sympathie te wekken. De Senaat stemde hij mild door processen wegens
majesteitsschennis achterwege te laten. Onder Titus’ regering vallen de
uitbarsting van de Vesuvius (24 aug. 79), waarbij o.a. Pompeji en Herculaneum
bedolven werden, voorts een epidemie en een enorme brand in Rome (80). Titus
ontwierp een bouwprogramma ter vervanging van de verbrande gebouwen. Het
Colosseum werd voltooid en de thermen die zijn naam dragen, werden gebouwd. Na
zijn dood werd hij vergoddelijkt. |
|
|
|