|
De
legendarische Russische balletdanser en choreograaf Vaslav Nijinsky werd geboren
(volgens hetdoopregister in Warschau) op 12 maart 1890.
Vaslav Fomitsj Nijinski was één van de grootste danskunstenaars aller
tijden.
Hij studeerde evenals zijn zuster Bronislava Nijinska, bij o.a. N. Legat en P.
Gerdt, aan de school van het Keizerlijk Ballet te St.-Petersburg waar hij in
1907 als danser debuteerde en furore maakte naast partners als Mathilde
Ksjessinska, Anna Pavlova en Olga
Preobrajenska. In 1911 nam hij ontslag.
Vanaf het begin (1909) was hij de ster van de door zijn minnaar Serge Diaghilev
geleide Ballets Russes, die door zijn geniaal kunstenaarschap en wonderbaarlijke
techniek, m.n. een sensationele ballon (zweefkracht) en elevatie (springhoogte),
het publiek in de hele wereld in vervoering bracht. Voor hem creëerde Michel
Fokine vele balletten, m.n. Schéhérazade (1910), Le spectre de la rose (1911) en
Petrouchka (1911) waarin hij zijn grootste triomfen vierde, dikwijls met Tamara
Karsavina als partner.
Hij zelf maakte choreografieën die in verschillende opzichten hun tijd ver
vooruit waren, m.n. de schandaal verwekkende balletten L'après-midi d'un faune
(1912; muziek Claude Achille Debussy) en Le sacre du printemps (1913; Igor
Strawinsky). In 1913 trouwde hij met de Hongaarse adellijke danseres Romola de
Pulszky, waarna Diaghilev hem ontsloeg, hetgeen het begin van zijn ondergang
bleek.
Na zeer kort een eigen groep in Londen te hebben geleid (1914) was hij twee jaar
lang tijdens de Eerste Wereldoorlog in Boedapest geïnterneerd als Russisch
vreemdeling tot Diaghilev hem vrij wist te krijgen en weer engageerde voor
tournees in Noord- en Zuid-Amerika (1916-1917). In deze jaren vestigde hij zich
met zijn gezin (in 1914 was zijn dochter Kyra geboren) in Zwitserland en werd
zijn geestelijke aftakeling, door dementia praecox, steeds duidelijker; in 1919
werd hij ongeneeslijk krankzinnig verklaard en verbleef vanaf toen meestal in
een inrichting. Hij overleed in Londen, op 8 april 1950. |