Vespasianus,
Titus Flavius (bij Reate 9 n.C. – Aquae Cutiliae 79), Romeins keizer van 69
tot 79, begon zijn loopbaan als magistraat in 38, kreeg in 44 een onderscheiding
voor zijn diensten in Britannia en vergezelde in 66 Nero op diens tocht naar
Griekenland, maar viel in ongenade. Later in het jaar werd hij alsnog aangewezen
om de opstand van de joden te onderdrukken. Na Nero's val (68) werd hij in 69
door de legioenen in Alexandrië en Judea tot tegenkeizer tegen Vitellius
uitgeroepen. Nadat Romeinse troepen van de Donaugrens, die voor Vespasianus
hadden gekozen, diens concurrent Vitellius hadden uitgeschakeld (eind 69), werd
deze situatie door de Senaat bekrachtigd.
Vespasianus pakte de wederopbouw met energie aan en liet zich daarbij leiden
door pragmatisme. Zijn oudste zoon, Titus, werd in het oosten gelaten om door de
verovering van Jeruzalem de joodse oorlog te beëindigen en de generaals Gallus
en Cerialis onderdrukten de opstand van Civilis, die het jaar tevoren aan de
Beneden-Rijn was uitgebroken. Eind 70 heerste aan alle grenzen vrede en in 71
werd de tempel van Janus officieel gesloten. Hij saneerde de na Nero's wanbeheer
en de burgeroorlog van 68–69 ontredderde financiën door een strak
belastingsysteem en grote zuinigheid.
In Rome zelf begon Vespasianus met een ambitieus bouwprogramma: o.a. het
Amphitheatrum Flavium (het zgn. Colosseum). De door oorlog en vervolging gedunde
Senaat werd aangevuld uit Italië en de provincies. De steden van Spanje kregen
uitgebreider rechten en tal van coloniae werden in de verst gelegen provincies
gesticht, waardoor Vespasianus de romanisering bevorderde. In zijn buitenlandse
politiek streefde hij naar consolidatie en versterking van de grenzen. In 72
werden de koninkrijken Commagene en Armenia Minor geannexeerd. In zijn
bestuurstaak werd de keizer bijgestaan door Titus, die ook het bevel voerde over
de pretorianen en die door hem duidelijk als opvolger bestemd werd.
Vespasianus was de eerste keizer die niet uit de oude Romeinse aristocratie
stamde; hij was afkomstig van het platteland van Midden-Italië. Door deze
omstandigheid en door zijn neiging tot autocratie stuitte hij op weerstand in de
Senaat. Vespasianus zag zich gedwongen de oppositieleider Helvidius Priscus en
enkele anderen ter dood te brengen. Buiten de Senaat werd zijn bestuur algemeen
gewaardeerd. |
|
|
|