|
Op
29 juli 1890 overleed de Nederlandse schilder, tekenaar en graficus Vincent Van
Gogh op 47 jarige leeftijd. Twee dagen ervoor had hij geprobeerd om zichzelf
dood te schieten. Vincent Willem Van Gogh werd op 30 maart 1853 geboren in Groot
- Zundert, Nederland. Hij was de zoon van een Nederlandse dominee. Drie van zijn
ooms waren kunsthandelaar en zo verzeilde hij al gauw in de wereld van de kunst.
Van Gogh had ook een fanatieke interesse voor theologie en verliet zelfs de
schilderkunst om als prediker te werken in Engeland en later terug in Nederland,
waar hij werkte met en leefde tussen de mijnwerkers.
Pas vanaf 1881 richtte hij zich volledig op de schilderkunst en in 1885
leverde hij het meesterwerk ' de aardappeleters' af. Hij verbleef en schilderde
een tweetal jaar in Parijs en in februari 1888 trok hij naar Arles in de Franse
Provence. Uit deze periode stammen heel wat mooi taferelen van het leven op het
platteland. Van Gogh is steeds een onrustig persoon geweest, altijd maar op zoek
.... dit resulteerde in verscheidene depressies, met het fatale gevolg. Een
biografie.
Gogh, Vincent Willem van (Groot-Zundert 30 maart 1853 – Auvers-sur-Oise 29
juli 1890), Nederlands schilder, tekenaar en graficus, was de oudste zoon van
een dominee. Drie van zijn ooms waren kunsthandelaar en reeds in 1869 kwam
Vincent in het Haagse filiaal van de kunsthandel Goupil als leerling, van
waaruit hij naar Londen en Parijs werd gezonden. Na enkele jaren maakte zijn
interesse in de romantische schilderkunst, vooral Jean–François Millet, plaats
voor een fanatieke belangstelling voor theologie; hij verliet de kunsthandel,
werkte enkele maanden als hulpprediker in Engeland en keerde eind 1876 naar
Nederland terug met het plan theologie te studeren. Hij haalde het staatsexamen
niet en ging praktisch, als prediker, werken in de Borinage .
De nu volgende moeilijke jaren waren beslissend voor zijn leven; hij werkte als
een bezetene en leefde als de armste mijnwerkers. Juist hierdoor maakte hij zich
onmogelijk; in de zomer van 1880 werd hij ontslagen. Zijn fanatisme richtte zich
nu op het geheel beheersen van de tekentechniek.
1. Nederlandse periode
Het jaar 1881 bracht Van Gogh grotendeels
door bij zijn ouders in Etten en tekende, nog enigszins stijf, vooral
boerenfiguren. Van dec. 1881 tot sept. 1883 woonde hij in Den Haag, studeerde er
bij zijn neef
Anton Mauve
(maar was in feite toch autodidact) en leefde samen met Sien, (ongehuwde) moeder
van een kind en in verwachting van een tweede, die vele malen model heeft
gestaan voor zijn tekeningen. In deze Haagse periode ontstonden zijn eerste
oorspronkelijke werken, vooral – soms met waterverf verlevendigde – tekeningen
van mensen en landschappen. Ernstige conflicten leidden tot een breuk met Mauve
en Sien. In sept. 1883 zocht hij een toevlucht in het arme Drentse land, waar
enkele donkere, sombere landschappen ontstonden; van dec. 1883 tot nov. 1885
woonde hij weer bij zijn ouders, thans te Nuenen. Deze Nuenense periode is de
belangrijkste van zijn verblijf in Nederland. Hij hield zich diepgaand bezig met
theoretische studies, zijn werk verhevigde zich, hij trachtte, nadrukkelijk,
zich met zijn motieven te vereenzelvigen. Hij wilde ‘boerenschilder’ worden en
weigerde aandacht te schenken aan het palet van de impressionisten, waarop zijn
broer Theo, kunsthandelaar in Parijs, met wie hij reeds sinds zijn 19de jaar
geregeld correspondeerde en die hem zeer na stond, hem attendeerde. Hij wenste
zich uit te drukken door middel van donkere aardkleuren en schilderde hier het
meesterwerk van zijn Hollandse periode, De aardappeleters (1885;
Rijksmuseum Kröller-Müller, Otterlo, de middelste van drie versies; vele
studies). Opnieuw kwam hij in moeilijkheden met zijn omgeving (zo verbood de
pastoor de bevolking model te staan voor Van Gogh) en hij vertrok naar
Antwerpen.
2. Parijse periode
In Antwerpen werkte hij weliswaar in de
academie, maar zijn modellen vond hij in het havenkwartier; hij ontdekte er het
werk van
Rubens en bestudeerde
Japanse houtsneden, een bezigheid die hij voortzette tijdens zijn verblijf in
Parijs (maart 1886 – febr. 1888). Hij maakte er ook kennis met het werk van de
impressionisten en volgde tijdelijk het neo-impressionisme, maar het was vooral
de schilderwijze van Paul Gauguin die hem sterkte in de mening dat het
impressionisme
slechts een doorgangsstadium in een ontwikkeling was. Zijn eigen werk werd
helderder, soms stralend van kleur, vrijer van toets en kernachtiger; het
ondervond voor het eerst enige waardering (Restaurant in Parijs,
Rijksmuseum Kröller-Müller, Otterlo).
3. De Provence
Van Gogh vertrok in febr. 1888 naar Arles
om er in het sterkere licht en de eenvoudige omgeving nieuwe inspiratie te
zoeken. De eerste stukken die hij hier schilderde zijn de tedere landschappen
met bloeiende bomen (Souvenir de Mauve, Rijksmuseum Kröller-Müller,
Otterlo), die doen denken aan Japanse landschappen; een doek als Schepen op
het strand van Saintes-Maries (1888; Rijksmuseum Vincent van Gogh,
Amsterdam) verraadt duidelijk hoe gegrepen hij was door de Japanse kunst. De
periode in Arles, die een hoogtepunt vormt in Van Goghs werkzaamheid ondanks
tijden van depressie, duurde tot mei 1889. Hij had er met Gauguin een
kunstenaarscentrum willen stichten en van okt. tot eind dec. 1888 hadden de
vrienden er inderdaad samen gewerkt, maar de relatie eindigde in een dramatische
breuk. Van Goghs geestelijk evenwicht, toch al uitermate labiel, werd verstoord;
driemaal werd hij opgenomen in het plaatselijke ziekenhuis tot hij, niet meer
terug durvend naar zijn eigen huis, toevlucht zocht in de zenuwinrichting van
dr. Peyron in Saint-Rémy. Ook hier bleef hij werken, soms ook buiten, en er
ontstonden werken die behoren tot de beste van zijn oeuvre: ze zijn grootser en
somberder dan de in Arles geschilderde doeken en zijn zeer duidelijk symbolisch
bedoeld (Laan met cipressen, 1890; Rijksmuseum Kröller-Müller, Otterlo).
De genres waren voornamelijk landschap en stilleven; evenals vroeger varieerde
hij vaak op eigen werk. Kort voor zijn vertrek uit de inrichting schilderde Van
Gogh nog enkele stukken die aan de eerste, rustige tijd in de Provence
herinneren, zoals Bloeiende amandeltakken (Rijksmuseum Vincent van Gogh,
Amsterdam); daarna reisde hij naar Parijs en bracht de laatste twee maanden van
zijn leven door bij dr. Gachet (portret, 1890, Musée du Louvre, Parijs) in het
naburige Auvers. Een naar verhouding onbegrijpelijk groot aantal werken ontstond
in deze korte periode, deels met zeer hevige accenten (Korenveld met raven,
Rijksmuseum Vincent van Gogh, Amsterdam) en van ongelijke kwaliteit. Op 27 juli
loste hij zelf het schot dat twee dagen later een einde aan zijn leven maakte.
4. Waardering
Vincent van Gogh was een van de grootste
kunstenaars van de 19de eeuw. Bewust week hij af van de natuurgetrouwe weergave
van de aanschouwde werkelijkheid terwille van de symbolische uitdrukkingswaarde.
De invloed van zijn werk is van uitzonderlijke betekenis geweest voor de
ontwikkeling van de schilderkunst in Europa en de Verenigde Staten. Ca. 850
werken en een even groot aantal tekeningen zijn met zekerheid van hem bekend; de
belangrijkste verzamelingen zijn die van ir. V.W. van Gogh, erfgenaam van zijn
broer Theo, sinds 1973 ondergebracht in het Rijksmuseum Vincent van Gogh in
Amsterdam, en die in het Rijksmuseum Kröller-Müller in Otterlo. |