|
De
Belgische politicus en advocaat Wilfried Martens werd geboren te Sleidinge
op 19 april 1936. Hij studeerde rechten, notariaat en wijsbegeerte te Leuven,
waar hij een leidende rol speelde in de Vlaamse studentenbeweging als voorzitter
van het Vlaams Jeugdcomité voor de Wereldtentoonstelling (1957–1958) en als
preses van de Vereniging van Vlaamse Studenten (1958–1959) en het Katholiek
Vlaams Hoogstudentenverbond (1959–1960). Vanaf 1960 was hij actief in de Vlaamse
Volksbeweging (VVB). Na in 1962 lid te zijn geworden van de Christelijke
Volkspartij, maakte hij vanaf 1965 deel uit van verscheidene ministeriële
kabinetten en werd hij in 1967 voorzitter van de CVP-Jongeren en in 1969 lid van
de CVP-leiding. Als voorzitter van de CVP (maart 1972 – april 1979)
reorganiseerde hij, als een echte manager, zijn partij en loodste hij haar van
de ene verkiezingsoverwinning naar de andere. In 1974 werd hij kamerlid voor het
arrondissement Gent. Hij was een van de promotoren van het Egmontpact (1977).
Sinds april 1979 leidde Martens als eerste-minister onafgebroken, op één
uitzondering na (kabinet-Eyskens, april–dec. 1981), vele Belgische regeringen.
Na een periode van politieke instabiliteit, gekenmerkt door snel opeenvolgende
crises en regeringswisselingen en door een aanzwellende overheidsschuld, voerde
hij aan het hoofd van christen-democratisch-liberale kabinetten sinds 1982 een
strak saneringsbeleid. De regering-Martens VI viel in okt. 1987 over de
Happart-kwestie. Na de daaropvolgende verkiezingen en de langste politieke
crisis uit de Belgische geschiedenis, vormde Martens in mei 1988 een
CVP-SP-VU-PS-PSC-regering die, voortbouwend op de grondwetsherziening van 1980,
de staatsstructuur verder in federale richting wilde omvormen. In 1988 en 1989
kwamen de eerste twee fasen daarvan tot stand, maar de afrondende ‘derde fase’
bleef uit. Eind sept. 1991 maakte een Vlaams-Waals conflict over de
beslissingsbevoegdheid inzake de Waalse wapenhandel een einde aan de
regering-Martens VIII: de Volksunie verliet de coalitie. Spoedig bleken de
verscherpte communautaire tegenstellingen een verdergaande staatshervorming
noodzakelijk te maken dan het door Martens beoogde ‘unionistisch federalisme’,
gebaseerd op een voorzichtig evenwicht tussen federale en regionale
bevoegdheidsniveaus. Na enkele dagen diende de regering-Martens IX dan ook
vervroegde verkiezingen uit te schrijven voor een parlement dat opnieuw
grondwetgevend zou zijn. Bij die verkiezingen (24 nov. 1991) stelde Martens zich
kandidaat in het tweetalige kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde. Eerder
in 1991 was Martens in opspraak gekomen omdat zijn herstelbeleid van de jaren
tachtig grotendeels gestuurd zou zijn door niet-politieke figuren uit de
christelijke zuil. Op het vlak van de Belgische federale politiek leek hij
echter te hebben afgedaan. In 1994 werd hij gekozen als Europees parlementslid
en werd hij fractieleider van de Europese Volkspartij (EVP). |
|
|
|