Willem
Barentsz werd geboren in Terschelling in het jaar 1550.
Deze
Nederlandse zeeman en cartograaf voer aanvankelijk op Spanje en de
Middellandse Zee en gaf in 1597, met medewerking van Plancius, een
Nieuwe beschrijvinghe ende caertboeck van de Middellandtsche Zee
uit, met een merkwaardige Inleydinghe over zeevaartkunde en
cartografie. Zijn bekendheid dankt hij vooral aan drie pogingen om
langs het noorden van Europa en Azië in Indië te komen. De eerste
reis (1594) onder Corn. Cornelisz. Nay leidde tot de ontdekking
van de westkust van Nova Zembla, de tweede tocht (1595) onder
dezelfde had geen resultaat. Op de derde tocht (1596-1597), waarop
Barentsz wilde overwinteren om in het volgende voorjaar de reis
voort te zetten, geschiedde de overwintering onvrijwillig, doordat
het schip van Jacob van Heemskerck, waarop Barentsz als
wetenschappelijk leider voer, in het ijs bekneld raakte. Tevoren
waren Bereneiland en Spitsbergen ontdekt en in kaart gebracht. In
een uit scheepsdelen gebouwde hut (het 'Behouden Huys') werd onder
grote ontberingen op Nova Zembla overwinterd. In het voorjaar
verliet men in twee open boten het eiland. Barentsz stierf vóór de
bewoonde wereld werd bereikt; zijn metgezellen bereikten Kola. Het
door hem in de hut geschreven en daarin achtergelaten verslag (het
cedelken) werd met een aantal andere voorwerpen in 1871 door de
Noor E. Carlsen teruggevonden en berust thans in het Rijksmuseum
te Amsterdam. Grote documentaire waarde bezit ook het
ooggetuigenverslag van Gerrit de Veer. 20 juni 1597 : op zijn derde reis op zoek naar een
noordoostelijke doorgang van Europa naar Azië, overleed de
Nederlandse zeeman Willem Barentsz, naar wie de Barentzee
werd genoemd. |
|
|
|