|
Xenophon
(Gr.: Xenophoon) (Athene ca. 430 – Korinthe ca. 354 v.C.),
Grieks schrijver, was enige tijd leerling van
Socrates. In 401 nam hij als
belangstellende deel aan de tocht van Cyrus de Jongere met ca. 10.000
man Griekse huurtroepen en een Perzische strijdmacht tegen diens broer
Artaxerxes. Na Cyrus’ dood in de Slag bij Cunaxa bracht hij als
medeleider de ‘Tienduizend’ behouden dwars door het binnenland van
Klein-Azië naar Trapezus aan de Zwarte Zee en daarna langs de kust naar
Pergamum (401–399). De gehele expeditie, vanaf het vertrek uit Sardes
tot de terugkeer in de omgeving van de Hellespont, heeft hij later
beschreven in de om haar levendige stijl en belangrijke gegevens zeer
waardevolle Anabasis, die hij onder het pseudoniem
Themistogenes publiceerde. Hij nam in 396 nogmaals deel aan een
expeditie naar Perzië met de Spartaanse koning Agesilaus en werd na zijn
deelname aan de Slag bij Coronea (394) uit zijn vaderstad verbannen.
Eerst na de slag bij Leuctra (361) werd dit verbanningsdecreet
opgeheven. Hij vestigde zich daarna op een landgoed bij Scillus in Elis.
Zijn tweede hoofdwerk is de Hellenica, een Griekse geschiedenis
in zeven boeken, een voortzetting van Thucydides’ geschiedenis van de
Peloponnesische Oorlog
en verder een zelfstandige behandeling van de gebeurtenissen tot de slag
bij Mantinea (362). De Cyropaedie (Gr.: Kurou paideia = De
opvoeding van Cyrus) is een romantische en idealiserende beschrijving
van de opvoeding en het koningschap van Cyrus de Oudere en de gebruiken
en instellingen van de Perzen. Xenophons filosofische geschriften
bevatten in de vorm van gesprekken – niet zeer diepgaande –
beschouwingen op het gebied van levenswijsheid en moraal, waarbij
Socrates meestal de hoofdpersoon is. Het belangrijkste werk van deze
groep is de Apomnemoneumata (Gr., = Gedenkwaardige
bijzonderheden), een kenschetsing van Socrates als mens, burger en
denker. Voorts schreef Xenophon, evenals Plato,
een Apologie van Socrates en een Symposium. Een
aantrekkelijk werkje is de Oikonomikos, een gesprek over de taak
van de huisvader en zijn vrouw als beheerders van huis en grondbezit.
Ten slotte schreef Xenophon nog een reeks kleinere werken over speciale
onderwerpen, bijv. over de jacht (Gr.: Kunègetikos) en over
hetgeen een ruiter weten moet (Gr.: Peri hippikès). Van de
monografieën op staatkundig en staathuishoudkundig gebied zijn de
belangrijkste de Poroi (= Belastingen), voorstellen tot
verbetering van de financiën van de Atheense staat behelzend. Het
geschrift De staat van de Atheners (ca. 425 v.C.; uitg. d. H.
Frisch, 1942, d. E. Kalinka, 21961 en d. M.J. Fontana, 1969) is ten
onrechte aan hem toegeschreven. |
|
|
|