|
De
Palestijnse politieke leider Jasir (Yasser) Arafat werd geboren op 24
augustus 1929 in Jeruzalem. Op 3 februari 1969 wordt hij aangesteld als
leider van de Palestijnse Bevrijdings Organisatie (PLO).
Arafat studeerde elektrotechniek te Caïro, waar hij als
springstoffenexpert ondergronds deelnam aan de strijd tegen Engelsen en
Fransen om het Suezkanaal (1956). De tweede Arabisch-Israëlische oorlog
(1956) maakte hij mee als luitenant. Vervolgens vestigde hij zich als
aannemer in Koeweit. Nadat hij in 1964 zijn bedrijf had verkocht, nam
Arafat, ideologisch beïnvloed door de opvattingen van de in 1961
overleden Frantz Fanon en in mindere mate door
Mao Zedong en Che Guevara,
de leiding op zich van de tot dan toe onbekende guerrillagroep al-Fatah,
die hij in korte tijd wist uit te bouwen tot de machtigste Palestijnse
guerrilla-eenheid.
Al-Fatah nam geleidelijk de in 1964 opgerichte Palestijnse
Bevrijdingsorganisatie (PLO) over en op 3 februari 1969 werd Arafat
voorzitter van een nieuw gekozen executief comité van de inmiddels ook
enkele andere organisaties overkoepelende PLO, waarna hij als min of
meer officieel vertegenwoordiger van de Palestijnen een grote
diplomatieke activiteit ontwikkelde, zowel binnen de Arabische wereld
als daarbuiten. Op de Arabische topconferentie van oktober 1974 te Rabat
werd Arafat vrijwel algemeen als leider van de Palestijnen erkend. In
november 1974 verscheen hij als eerste woordvoerder van een
bevrijdingsorganisatie in de Algemene Vergadering van de Verenigde
Naties.
In de Libanese burgeroorlog steunde Arafat de linkse islamitische
milities en poogde hij ook zijn eigen militaire machtsbasis uit te
breiden. Hierdoor raakte hij niet alleen in conflict met Israël en
christelijke Libanese partijen, maar ook met Syrië. Arafat toonde zich
een fel tegenstander van de Egyptisch-Israëlische vrede in 1979.
Tijdens de Israëlische invasie in Libanon in 1982 bleven Arafat en de
zijnen zich geruime tijd in West-Beiroet verdedigen. Na lange
(indirecte) onderhandelingen bereikte de Amerikaanse bemiddelaar Philip
Habib de aftocht van Arafat en zijn PLO-strijders uit Beiroet (1
september 1982). Ook omdat Arafat hierna meer toenadering tot de
gematigde Arabische Staten (Egypte, Jordanië) ging zoeken, verscherpte
zijn conflict met Syrië. In 1983 werd hij daar tot persona non grata
verklaard.
Inmiddels was met Syrische steun binnen zijn eigen Fatah-beweging een
opstand uitgebroken (de Fatah-dissidenten van Aboe Moessa). Deze
opstandelingen, gesteund door Syrië, verdreven Arafat en de zijnen uit
de rest van Libanon (december 1983). Hierdoor leek de machtspositie van
Arafat af te brokkelen. Door de Palestijnse opstand in de door Israël
bezette gebieden (Intifada, 1987) wist Arafat zijn positie echter weer
te herstellen.
Kort tevoren (1987) hadden de voornaamste radicale Palestijnse
organisaties zich weer onder zijn leiderschap herenigd. In november 1988
gingen zij akkoord met de door Arafat bepleitte erkenning van Israël.
Dit verhoogde zijn internationale politieke status. Op 13 december 1988
sprak Arafat een speciale, naar Genève overgeplaatste, zitting van de
Algemene Vergadering van Verenigde Naties toe. Toen hij op een
persconferentie na afloop daarvan officieel het terrorisme afzwoer,
opende dat de weg voor een Amerikaanse toenadering tot de PLO.
Arafat ging in 1991 akkoord met Palestijnse deelname (formeel buiten de
PLO om) in de Jordaanse delegatie aan de vredesconferentie in Madrid.
Tijdens het vredesproces bereikten PLO functionarissen en Israëlische
diplomaten in het geheim in Oslo een beginselakkoord dat op 13 september
1993 in Washington werd getekend door Arafat en de Israëlische premier
Rabin waarvoor zij werden onderscheiden met de Nobelprijs voor de
vrede.
Volgens het beginselakkoord kregen de Palestijnen autonomie in de
Gazastrook en de stad Jericho. Arafat deed daar zijn intocht en vestigde
de Palestijnse Nationale Autoriteit.
Bij de eerste Palestijnse verkiezingen in januari 1996 werd Arafat met
grote meerderheid tot eerste president gekozen. Sindsdien wordt hij in
de hele wereld als officiële gesprekspartner namens de Palestijnen
aanvaard.
Ondertussen laaien de gemoederen de laatste jaren in het Midden Oosten
terug fel op en vallen er dagelijks slachtoffers door terroristische of
zelfmoordacties. De 'vrede' is nog nooit zover zoek geweest ..... . |