header componisten

 


 Worldwidebase start met een
eigen startpagina site ! Klik hier <<<<

 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Christoph Gluck

 

 
   
Klik op de radio
voor een fragment


 

 

 

 


 

 

Gluck, Christoph Willibald von

(Erasbach, Oberpfalz, 1714 - Wenen 1787)


Boheems-Duits componist. Gluck was de zoon van een houtvester. Waar en van wie hij zijn allereerste muziekonderricht ontving, is niet bekend. In dorpsschool en herberg moet hij zich enige vaardigheid in het bespelen van diverse instrumenten verworven hebben, want toen hij in 1731 uit het ouderlijk huis naar Praag vertrok om zich tegen de wil van zijn vader aan de muziek te wijden, was hij in staat als muzikant in zijn levensonderhoud te voorzien.

In 1736 werd Glucks eerste belangrijke standplaats Milaan, waar hij zich aan de huiskapel van de aristocraat Francesco Saverio Melzi verbond, bij Giovanni Battista Sammartini compositielessen nam en waar in 1741 zijn eerste opera, Artaserse , werd uitgevoerd. De goede ontvangst hiervan bezorgde hem de daaropvolgende jaren regelmatig operaopdrachten uit verschillende Italiaanse steden, in 1745 ook uit Londen, waar hij kennismaakte met Händel en diens muziek. De jaren na 1746 bracht Gluck weer op het continent door, nu als kapelmeester van een rondreizend operagezelschap. Aan dit min of meer zwervend bestaan kwam een eind toen hij zich in 1752 in Wenen vestigde. Hier werd hij in toenemende mate betrokken bij het muziekleven aan het hof, hetgeen in 1774 resulteerde in zijn benoeming door Maria Theresia tot hofcomponist. Daarnaast verbleef hij regelmatig in Parijs.

Werken

Glucks werkzaamheden als componist liggen vrijwel geheel op het gebied van de opera. Zijn grootste betekenis ontleent hij aan zijn `hervormingsopera's'. Deze ontstonden als reactie op de Italiaanse ernstige opera van die tijd, de opera seria, waarin de handeling nauwelijks van betekenis was en het accent geheel lag op de muziek, in het bijzonder op het vertoon van zangvirtuositeit. Gluck schreef zelf ook een aantal van dergelijke opera seria, waarvan Ipermestra (Venetië, 1744) als enige compleet is overgeleverd. Zijn vestiging in Wenen zette hem echter op het spoor van andere mogelijkheden: de opéras-comiques die hij hier schreef (o.a. l'Isle de Merlin , 1758, l'Arbre enchanté , 1759) en de samenwerking met de ballethervormers Gasparo Angiolini (1731-1803) en Jean-Georges Noverre (1727-1810), van wie hij enige zgn. `dansdrama's' van muziek voorzag (o.a. Don Juan , 1761) zijn van wezenlijke betekenis geweest voor het ontstaan van Glucks ideeën over een nieuw type ernstige opera. Als ideaal zag hij een kunstwerk waarin alle kunsten gelijkberechtigd samengingen bij en zich ondergeschikt maakten aan de verwezenlijking van een dramatische gedachte. Muzikaal bezien komt dit erop neer dat voor het eerst sinds het ontstaan van de opera bij de Camerata, een groep musici die ca. 1600 in Florence samenwerkten, weer betoogd werd dat in de opera de muziek zich naar de eisen van het drama te voegen heeft en niet andersom.

Van de vanuit deze beginselen geschreven hervormingsopera's ontstonden de eerste drie, Orfeo ed Euridice (1762), Alceste (1767) en Paride ed Elena (1770), in nauwe samenwerking met de geestverwante tekstdichter Ranieri Calzabigi. Ze werden alle te Wenen opgevoerd, maar met weinig succes, zodat Gluck zijn activiteiten naar Parijs verlegde. Dit gebeurde op advies van de Franse gezantschapsattaché François Leblanc du Roullet, die de verwantschap geconstateerd had van Glucks reformopera's in hun totaliteit met de Franse tragédie-lyrique (Rameau). Leblanc du Roullet leverde ook de tekst voor Glucks eerste Franse opera: Iphigénie en Aulide (1774). Andere zijn: Armide (1777, tekst Philippe Quinault, ook al door Lully op muziek gezet) en Iphigénie en Tauride (1779, tekst Nicolas-François Guillard). Tevens werden Orfeo en Alceste voor Parijs bewerkt. Anders dan in Wenen, nam de ontvangst van Glucks hervormingsopera's in Parijs zeer levendige vormen aan: tegenover een groep fervente aanhangers stelden zich even felle tegenstanders op, die de Italiaanse stijl als het ideaal zagen en teneinde met Gluck te rivaliseren, de opera buffa-componist Niccolò Piccini uit Napels lieten overkomen.

Deze manoeuvre pakte merkwaardig uit doordat Piccini's opera Roland (1778), waarmee de Italianisanten in de polemiek tussen `Gluckistes' en `Piccinistes' hun gelijk hadden willen bewijzen, geheel in de geest van Gluck geschreven bleek te zijn. Andere componisten bij wie de verheven, strenge stijl van Glucks hervormingsopera's heeft doorgewerkt, waren Luigi Cherubini, Jean François Lesueur en Étienne Méhul.

 
   

footer componisten

 

 

 
 

uw eigen startpagina
© copyright Wisetogo 2006
Privacy Statement