header componisten


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

 De Dirigent

 

 
   


 

 

 


Wat is dirigeren
Is dirigeren het voor een orkest, muziekgroep of koor enkel wat staan zwaaien, of zit er meer achter.  Wij gingen voor jullie na wat dirigeren nu precies betekent.
In de eerste plaats wordt er door gebaren met armen en handen, door de expressie van het gelaat en door de lichaamshouding informatie doorgegeven aan de uitvoerders, om hen op die wijze te helpen om een muziekstuk op een ideale manier uit te voeren. De muzikale structuren, het tempo, de schakeringen en alle gevoelsuitingen van een partituur worden door de dirigent tot leven gebracht en gevisualiseerd.
Vaak horen we in dit verband het woord 'gestiek'. In deze vakterm zit duidelijk het woord 'geste' of gebaar, zodat we de gestiek kunnen zien als de leer van de technische gebarentaal die een dirigent dient te beheersen. Deze techniek is gebaseerd op universele grondbeginselen en moet dus effectief vanaf de basis worden aangeleerd.

Geschiedenis van het dirigeren
Voor het einde van de 18de eeuw werden orkesten op verschillende manieren geleid. Soms stond de leider staande te spelen en werd Stehgeiger (staande violist) genoemd, soms werd de maat geslagen met behulp van een manshoge zware dirigeerstaf. De dirigeerstaf was in de zeventiende eeuw ingeburgerd. Het verhaal gaat dat Jean Baptiste-Lully tijdens een concert zo hard op zijn voet sloeg dat hij aan gangreen, waarmee de wond later besmet raakte, stierf. De staf werd tot ver in de negentiende eeuw gebruikt.
In het begin van de negentiende eeuw gebruikte componist en dirigent Ludwig Spohr een klein stokje om de maat aan te geven en halverwege deze eeuw was het dirigeerstokje ingeburgerd. Het was tevens een gewoonte dat componisten (Joseph Haydn, Ludwig van Beethoven) hun eigen stukken dirigeerden. Haydn deed dat vaak vanachter het klavecimbel, Beethoven stond voor het orkest. Andere componisten, zoals Weber, Franz Liszt, Spohr en Mendelssohn dirgeerden ook stukken van andere componisten.
Vanaf omstreeks 1850 werd dirigeren een beroep. Een grote dirigent die geen componist was, was Hans von Bulow. Andere grote dirigenten waren Gustav Mahler, Arthur Nikisch en Arturo Toscanini. Tegen het eind van de negentiende eeuw was het vak van dirigent uitgegroeid tot artistiek leider van orkesten.
In de twintigste eeuw werd het vak verder ontwikkeld door grote dirigenten als Willem Mengelberg, Wilhelm Furtwängler, Herbert von Karajan, Leonard Bernstein en Léon-Bernard Giot.

Dirigeren met of zonder maatstok
De vraag is vlug beantwoord : best zonder !  Beide handen moeten immers zoveel mogelijk vrij zijn om alle uitdrukkingsmogelijkheden te gebruiken en alle schakeringen zoveel mogelijk te kunnen suggereren.  De koorklank, de ademstroom, de polyfone werking, de melodische structuren en zelfs de moeilijkste ritmische figuren kan men met de handen en vingers duidelijker gestalte geven dan met een 'levenloze' stok.
Weliswaar zijn veel instrumentisten-orkestleden gewoon aan de maatstok, omdat hij 'verder' zichtbaar zou zijn en ook omdat de maatslag dan eerder gestadig-precies zou blijven. Daartegenover kan je stellen dat de hand groter is, en dus beter zichtbaar dan de dunne flitsende maatstok.
Vanzelfsprekend moet de koordirigent een duidelijk-getacteerde maatslag bewaren. Bij het dirigeren van een zuiver instrumentaal uitvoeringsapparaat (en ook wel in cantate- of  oratoriumvormen) wordt aan de beide handen een specifieke taak voorbehouden. De rechterhand (eventueel met de maatstok) zal de continuïteit van het metrum en het tempo verzekeren, terwijl de linkerhand eerder de interpretatieve hand wordt. Die zorgt voor dynamiek, expressie, interpretatie en fractionele inzetten.
Bij het a-cappella-dirigeren moeten de handen en armen een zodanige onafhankelijkheid verwerven, dat beide taken zowel links- als rechtshandig met de meeste beheersing kunnen worden uitgevoerd.

 

 
   

Nieuwe pagina 1



uw eigen startpagina

© copyright WorldwideBase 2005-2009