header componisten

 


 Worldwidebase start met een
eigen startpagina site ! Klik hier <<<<

 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Franz Schubert
 

 
   
Klik op de radio
voor een fragment




Schubert, Franz (Peter)

(Lichtental, bij Wenen, 1797 - Wenen 1828)

Oostenrijks componist. Schubert, zoon van een onderwijzer, kreeg zijn eerste muzieklessen van zijn vader en van de dorpsorganist (viool, piano, orgel en zang). Omdat de jonge Schubert een goede stem had, werd hij in 1808 als koorknaap toegelaten tot de Wiener Hofkapelle. In het daaraan verbonden Konvikt (jongensinternaat) kreeg hij zijn verdere opleiding. Zijn voornaamste muziekleraar was hier de componist Antonio Salieri. Als violist in het schoolorkest raakte Schubert goed bekend met symfonieën van Haydn en Mozart. In deze periode begon hij zelf ook te componeren (instrumentale werken, kerkmuziek en balladen). Wegens stemwisseling verliet Schubert in 1813 de Hofkapelle en begaf zich, naar verluidt om de dienstplicht te ontduiken, in het onderwijs.

Van 1814 tot 1818 stond hij voor de klas in de school van zijn vader. Als componist was Schubert in deze jaren buitengewoon vruchtbaar. Naast een groot aantal andere werken, ontstonden alleen al in 1815 ruim 140 liederen, waaronder de beroemde ballade Erlkönig , op tekst van Goethe. In 1818 verliet hij het onderwijs om zich geheel aan de muziek te wijden. Tot aan zijn dood leidde hij een onopvallend bestaan. Als hij niet componeerde, vertoefde hij in een kring van vrienden uit de Weense burgerij, waar ook kunstenaars als de dichter Johann Mayrhofer en de schilder Moritz von Schwind deel van uitmaakten. Tijdens avondjes, `Schubertiaden' genoemd, speelde Schubert aan de piano ten dans (zijn walsen en Ländler zijn hier de `overblijfselen' van) en hield hij zijn die dag geschreven liederen ten doop. Deze werden gezongen door Johann Michael Vogl (1768-1840), de eerste voorvechter van Schuberts liedkunst. Vogl en Schubert maakten ook enige tournees door Oostenrijk (Linz, Gastein, Salzburg). Schuberts naam als componist drong slechts zeer geleidelijk tot de buitenwereld door.

Omdat hij de zakelijke inslag miste om profijt te trekken van de toenemende belangstelling voor zijn werk van de zijde van uitgevers en omdat hij geen vaste betrekking had, is zijn bestaan steeds arm geweest. In 1828 had een eerste openbaar concert met eigen werk dat ook in financieel opzicht een succes werd, een doorbraak kunnen worden, ware het niet dat Schubert enige maanden later aan tyfus overleed.

Schubert behoort, met Orlando di Lasso, Telemann, Mozart, Milhaud en Villa Lobos, tot de productiefste componisten aller tijden. In twintig jaar schreef hij o.a. 13 opera's, 7 missen (waaronder een Deutsche Messe , 1826-1827, op tekst van Johann Philipp Neumann), 9 symfonieën, kamermuziek, een zeer grote hoeveelheid pianowerken en meer dan 600 liederen. De opera hield Schubert jarenlang bezig, maar met weinig succes. Als zijn beste theatermuziek beschouwt men de muziek bij een toneelstuk van Helmina von Chézy (1783-1856), Rosamunde (1823). De gelijknamige ouverture was oorspronkelijk de inleiding tot de toneelmuziek bij Die Zauberharfe (1820) en werd pas later (1827) toegevoegd. In veel instrumentale werken van Schubert is de invloed van de Weense klassieken groot, zoals bijvoorbeeld in de mozartiaanse vijfde symfonie (1816). De tweedelige achtste symfonie, de Unvollendete , (1822) en de `grote' negende symfonie in C (1828) tonen de rijpe symfonicus Schubert. Ze kwamen pas jaren na zijn dood in de openbaarheid. Ten aanzien van de Unvollendete vermoedt men dat Schubert haar onvoltooid naliet (er is nog wel een pianoschets voor een derde deel), maar er is ook een theorie die veronderstelt dat er twee georkestreerde delen zijn weggeraakt. Van Schuberts kamermuziek bezitten vooral de werken uit zijn laatste jaren een grote diepte, zoals het laatste (vijftiende) strijkkwartet uit 1826, de beide pianotrio's (1826 en 1827) en het visionaire strijkkwintet met twee celli (1828).

Voor piano schreef Schubert behalve 11 voltooide pianosonates en populaire eendelige werken als de 8 Impromptu's , de 6 Moments musicaux en vele dansen (walsen, Ländler, Duitse dansen, écossaises), ook een groot aantal werken voor piano à quatre-mains. Een interessant werk is de Wandererfantasie (1822), een soort sonate die geheel op één thema gebaseerd is en waarvan de vier delen zonder onderbreking in elkaar overgaan, waarmee dit werk op Liszt vooruitloopt. Evenals in deze fantasie wijzen de bijnamen van sommige kamermuziekwerken van Schubert - het Forellenkwintet (1819; pianokwintet), het strijkkwartet Der Tod und das Mädchen (1824) - op bindingen met het terrein waar Schuberts grote betekenis ligt: het lied. Van belang is niet zozeer dat Schubert met zijn enorme liederenproductie de Weense klassieken, voor wie het lied bijzaak was, verre overtreft, als wel het feit dat bij Schubert het lied een nieuwe gedaante aanneemt. Veel meer dan voorheen wordt bij hem de pianobegeleiding op de inhoud van het gedicht afgestemd, waardoor zij een sfeerbepalende rol gaat spelen. Hierbinnen heeft de harmoniek - toch al een specialiteit van Schubert - grote betekenis als uitdrukkingsfactor. Het eerste lied waarin deze conceptie duidelijk naar voren komt, is het op 17-jarige leeftijd geschreven Gretchen am Spinnrade , op tekst van Goethe, In Schuberts liederen treft men uitbeelding van alle menselijke gevoelens aan; daarnaast speelt ook de natuur een grote rol. Tragische liederen zijn de 6 liederen op tekst van Heinrich Heine, die onderdeel vormen van een serie van 14 liederen die na Schuberts dood tot de cyclus Schwanengesang bijeengebracht werden. Wel door Schubert zelf als liederencyclus geschreven zijn Die schöne Müllerin en Die Winterreise , beide op tekst van Wilhelm Müller (1794-1827).

Schubert geldt als schepper en eerste hoogtepunt van het Duitse romantische lied. Zijn liedkunst is richtinggevend geweest voor alle grote Duitstalige liederencomponisten na hem: Schumann, Brahms en Hugo Wolf. Zijn werken worden zowel met opusnummers aangegeven, als met cijfers, voorafgegaan door een D, die verwijzen naar de catalogus die Otto Erich Deutsch (1883-1967) in 1951 uitgaf.

 
   

footer componisten

 

 

 
 

uw eigen startpagina
© copyright Wisetogo 2006
Privacy Statement