header componisten

 


 Worldwidebase start met een
eigen startpagina site ! Klik hier <<<<

 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Gustav Mahler
 

 
   



 



Mahler, Gustav

(Kalischt, Bohemen, 1860 - Wenen 1911)

Oostenrijks componist en dirigent. Mahler heeft op een heel emotionele manier de omwentelingen die Europa omstreeks 1900 op sociaal, religieus en politiek terrein beleefde, muzikaal vorm gegeven. Door o.a. de uiteenlopendste stijlmiddelen met elkaar te verbinden, heeft hij een tot dan toe ongebruikelijke manier van denken-in-muziek geïntroduceerd, die in de 20e eeuw steeds meer opgeld zou gaan doen.

Mahlers muzikale talent werd al vroeg erkend en zo goed mogelijk begeleid. In 1875 ging hij naar Wenen, waar hij studeerde aan het conservatorium (piano en compositie) en later ook aan de universiteit. Hij componeerde toen al veel, maar alles bleef onvoltooid, behalve Das klagende Lied (1878) en de Lieder eines fahrenden Gesellen (1883-1885), die thematisch nauw verweven zijn met zijn eerste symfonie (1885-1888). Van officiële zijde ondervond zijn componeertalent weinig waardering. Hij legde zich daarom toe op een loopbaan ais dirigent en werd in die hoedanigheid zeer beroemd.

Zijn werk in de theaters van provinciesteden als Ljubljana, Olmütz en Kassel trok zozeer de aandacht dat hij al in 1886 tweede dirigent werd van het beroemde operatheater van Leipzig. Terwijl hij de leiding had van de Koninklijke Opera van Boedapest werkte hij aan de tweede, de zgn. Auferstehungssymphonie (1888-1894), en aan de twee bundels liederen uit Des Knaben Wunderhorn (1888-1896).

In 1891 werd hij eerste dirigent aan de Opera van Hamburg (tot 1897). In deze periode ontstond de derde symfonie (1895-1896), die evenals de tweede symfonie beïnvloed is door de Wunderhorn -liederen. Door toedoen van o.a. Brahms werd Mahler in 1897 voor het leven benoemd tot eerste dirigent en artistiek leider van de Hofoper in Wenen, die onder zijn tienjarig regime een bloeiperiode beleefde. Tijdens de zomervakanties verbleef hij op het platteland en werkte hij in uiterste concentratie aan de vierde symfonie (1899-1900), de Rückert-Lieder (1901), de vijfde symfonie (1901-1902), de Kindertotenlieder (1901-1904), de zesde symfonie (1903- 1904), de zevende symfonie (1904-1905) en de achtste symfonie (1906), ook wel de Symphonie der Tausend genoemd wegens de uitermate grote bezetting.

Het jaar 1907 was rampzalig voor Mahler: een van zijn kinderen stierf, bij hemzelf werd een kwaadaardige hartziekte vastgesteld, terwijl intriges binnen het voor hem veel te behoudzuchtige Weense muziekleven hem ten slotte dwongen zijn ontslag te nemen. Dat alles maakte hem het componeren dat jaar vrijwel onmogelijk. Eind 1907 kreeg hij de eervolle benoeming tot vaste gastdirigent van de Metropolitan Opera in New York. Daar dirigeerde hij ook de Philharmonic Society. In die jaren vierde hij als dirigent de ene triomf na de andere, en componeerde Das Lied von der Erde (1908) en de negende symfonie (1909). Van de tiende symfonie werd alleen het eerste deel (Adagio) voltooid; uit bewaard gebleven schetsen werd in de jaren zestig en zeventig de gehele symfonie gereconstrueerd. De première van de achtste symfonie (München, september 1910) betekende de eerste publieke triomf voor de componist Mahler. De Amerikaanse tournee van 1910-1911 moest hij door ziekte en uitputting afbreken. Hoewel hij ook als dirigent en operadirecteur geschiedenis heeft gemaakt - met name zijn opvattingen van Mozarts opera's en van de symfonieën van Beethoven stelden nieuwe maatstaven - is Mahler toch vooral als componist een sleutelfiguur in de muziekgeschiedenis geweest. Zijn muziek is emotioneel tot het uiterste geladen en bedient zich van extremen. Hij maakte heel korte liederen en buitensporig lange symfonieën, waarin hij - soms kort na elkaar - een enkel instrument afwisselt met een van de omvangrijkste vocale en instrumentale klankapparaten die ooit werden voorgeschreven (achtste symfonie). Mahlers werk heeft morele en ethische bedoelingen, omdat het zich hoofdzakelijk bezighoudt met de vraag naar de zin van het leven.

Technisch gesproken betekent de derde symfonie een revolutionaire wending. De contrasten die hij tot dan toe na elkaar had gecomponeerd, treden nu gelijktijdig op. Tegelijk brak hij met het dogma dat alleen het `mooie' artistieke waarde zou hebben en met de gewoonte om een werk met uitsluitend samenhangende stijlmiddelen te maken. Het omvangrijke orkestapparaat hanteerde hij niet meer uitsluitend vanwege de in de Romantiek geliefde klankverzadiging, maar om de gelijktijdige contrastwerking zo scherp mogelijk te profileren in hoorbaar gescheiden klanklagen. Ook de tonaliteit, die Schönberg spoedig door de atonaliteit buiten werking zou stellen, bracht Mahler onder in de structuur van het contrast. Klassiek-tonale harmonieën stelde hij tegenover wagneriaanse chromatiek; grote-tertsdrieklanken klinken gecombineerd met kleine-tertsdrieklanken.

De meeste van zijn symfonieën zijn volgens unieke vormschema's gebouwd en in sommige delen daarvan wikkelt Mahler gelijktijdig twee of drie traditionele vormschema's af. Dit typische collageachtige procédé, dat enigszins lijkt op wat Beethoven in zijn late kwartetten en sonates deed, heeft vooral sinds 1960 veel componisten beïnvloed.

 

 
   

footer componisten

 

 

 
 

uw eigen startpagina
© copyright Wisetogo 2006
Privacy Statement