header componisten

 


 Worldwidebase start met een
eigen startpagina site ! Klik hier <<<<

 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Jacques Offenbach
 

 
   
Klik op de radio
voor een fragment



 



Offenbach, Jacques

(eig. Jakob Eberst; Keulen 1819 - Parijs 1880)

Offenbach, wiens vader voorzanger in de synagoge en violist was, studeerde cello en compositie. In 1833 vertrok hij naar Parijs, waar hij korte tijd cello-onderricht ontving aan het conservatorium en weldra een plaats kreeg in het orkest van de Opéra-Comique. Toen de Februarirevolutie van 1848 het artistieke leven in Parijs tijdelijk lamlegde, keerde Offenbach voor enige tijd terug naar Keulen. Met de staatsgreep van 1851 proclameerde de prins-president zich tot keizer (Napoleon III). De periode van Offenbachs successen valt vrijwel samen met dit Tweede Keizerrijk, een tijd van strenge censuur, ook op het theaterwezen. Het officiële muziekleven werd vooral beheerst door de grand-opéra van Meyerbeer.

In 1855, met de wereldtentoonstelling te Parijs, richtte Offenbach zijn eigen muziektheatertje op, Les Bouffes-Parisiens. Het werd geopend met Les deux aveugles , één van zijn vele eenakters, die hij `musiquettes' noemde. Pas vanaf 1856 ging hij van operette spreken. Zijn grote successen begonnen met Orphée aux enfers (1858). Een heftig debat in de pers over de interpretatie ervan verhoogde zijn populariteit.

Hij werkte nauw samen met Henri Meilhac (1831-1897) en Ludovic Halévy (1834-1908), die voor de volgende werken het libretto leverden: La belle Hélène (1864), waarin de spot wordt gedreven met hoge functionarissen en geestelijkheid, en de grand-opéra wordt gepersifleerd; La vie parisienne (1866), waarin kosmopolitisme en industrialisatie satirisch benaderd worden; La grande-duchesse de Gérolstein (1867), waarin o.a. militair machtsvertoon en vorstelijke willekeur aan de kaak worden gesteld; en Les brigands (1869), waarin de politiemacht wordt bekritiseerd.

Offenbachs werken werden in vele landen opgevoerd en hadden groot succes, mede door de wervelende dansritmen: quadrille, galop en cancan. Ook historisch waren zij betekenisvol: in Wenen droeg de opvoering van Le mariage aux lanternes in 1858 bij tot het ontstaan van de Weense operette.

Het uitbreken van de Frans-Duitse Oorlog in 1870 betekende het einde van Offenbachs populariteit. Men verweet hem zijn Duitse afkomst en beschuldigde hem van corruptie. De samenwerking met Meilhac en Halévy verminderde en hij ging de concurrentie voelen van de operettes van Johann Strauss. Zijn inkomsten liepen terug. In 1876 ondernam hij een concertreis naar Amerika, die hem financieel enig soelaas bood. Hij leed aan jicht en zijn gezondheid verslechterde snel. Doodziek voltooide hij zijn laatste werk, de opera Les contes d'Hoffmann , die nog steeds tot het vaste repertoire behoort. De première - in orkestratie van Ernest Guiraud - op 10 februari 1881 maakte hij niet meer mee. Van zijn meer dan honderd theaterwerken zijn verder nog te noemen: Geneviève de Brabant (1859), Barbe-bleue (1866) en Le roi carotte (1872).

 
   

footer componisten

 

 

 
 

uw eigen startpagina
© copyright Wisetogo 2006
Privacy Statement