header componisten


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

 Johann Sebastian
Bach

 

 
   
Klik op de radio
voor een fragment




 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bach, Johann Sebastian

(Eisenach 1685 - Leipzig 1750)

Duits componist en organist. Johann Sebastian Bach stamde uit een geslacht dat ruim anderhalve eeuw in Midden-Duitsland een aantal deels goede, deels voortreffelijke musici had voortgebracht. In de ontwikkeling van de West-Europese muziek, met name in die van de barok, vormt Bach een mijlpaal, en wel in die zin dat in zijn werken de erfenis van twee eeuwen muziek wordt samengevat. Hij bracht een synthese tot stand tussen verschillende stijlen en verschillende compositietechnieken, en bood in zijn omvangrijke oeuvre nog eenmaal een opsomming van alle muzikale vormen van het verleden. Tegelijkertijd gaf hij een aantal nieuwe genres, o.a. het soloconcert, hun definitieve vorm. Ook voor de ontwikkeling van de protestantse kerkmuziek is zijn betekenis zeer groot geweest. Cantate en passiemuziek hebben bij hem een vorm gekregen die latere componisten tot voorbeeld heeft gediend.

Centraal in Bachs oeuvre staat het orgel, waarvoor hij een groot aantal werken schreef. Het lutherse koraal vormt de basis voor ca. 170 orgelwerken, variërend van simpele zettingen tot grote partita's en gecompliceerde koraalfantasieën.

Bach was achtereenvolgens werkzaam in Arnstadt, Mühlhausen, Weimar, Köthen en Leipzig; in deze laatste stad bleef hij 27 jaar. Hij schreef er zijn grote koorwerken. Vier van zijn zoons zetten de kunst van hun vader voort en kregen Europese vermaardheid: Wilhelm Friedemann in Halle en Berlijn, Carl Philipp Emanuel in Berlijn en Hamburg, Johann Christoph Friedrich in Bückeburg en Johann Christian in Milaan en Londen.

Leven

Jeugd

Op 21 maart 1685 werd Johann Sebastian als jongste zoon van Johann Ambrosius Bach (geb. 1645) in Eisenach geboren. In 1695 stierf zijn vader; het jaar tevoren was zijn moeder al overleden. Na de dood van zijn ouders werd Johann Sebastian door zijn oudste broer, Johann Christoph, in Ohrdruf (Thüringen) opgevoed; van hem kreeg hij zijn eerste muzieklessen. Hij bezocht er de plaatselijke school en was lid van de Chorus Musicus. Bachs eerste biograaf, Johann Nikolaus Forkel, vertelt (1802) dat Johann Sebastian al bij zijn broer in Ohrdruf de klavierwerken van Froberger, Fischer, Pachelbel, Buxtehude, Bruhns en Böhm had bestudeerd. Georg Böhm was organist van de Johanneskerk in Lüneburg, waar Bach vanaf 1700 schoolging, en is van grote invloed geweest op Bachs muzikale vorming. Van Lüneburg uit maakte Johann Sebastian reizen naar het naburige Celle, waar het hof van de hertogen van Celle was gevestigd. De hofkapel en het in 1674 gebouwde theater waren de belangrijkste culturele centra van het ook in muzikaal opzicht Frans georiënteerde hof. In dit `Klein-Versailles' leerde Bach de Franse muziek kennen: De Grigny, Marchand, d'Anglebert, Dandrieu, Corrette, Lebègue, Le Roux, Dieupart, Fr. Couperin en anderen. Ook bezocht hij Hamburg, waar de oude Johann Adam Reinken, vroeger organist in Deventer, organist van de Catharinakerk was.

Arnstadt/Mühlhausen

In 1703 vertrok Bach naar Weimar, waar hij korte tijd viool speelde in de kapel van de hertog van Weimar; nog in hetzelfde jaar werd hij benoemd tot organist van de Bonifaciuskerk in het nabije Arnstadt. Hij bleef er drie jaar. Twisten met de kerkenraad, o.a. over zijn te lange (studie)verblijf in Lübeck, waar hij naar toe was gegaan om Buxtehude te horen, leidden tot zijn vertrek naar Mühlhausen (1707). Daar werd hij organist van de St.-Blasiuskerk. Op 17 oktober 1707 trouwde hij in Mühlhausen met zijn achternichtje Maria Barbara Bach (1684-1720).

Mühlhausen in Thüringen was een centrum van theologische twisten tussen orthodoxen en piëtisten. Deze laatsten waren sterk gekant tegen een te dominante functie van de kerkmuziek. De twisten waren voor Bach aanleiding een jaar later de positie van hoforganist in Weimar te aanvaarden.

Weimar

In Weimar was Bach behalve hoforganist (`Hoforganist und Kammermusikus'), ook violist en altviolist in de hofkapel. Van hieruit ondernam hij regelmatig reizen naar Halle, Kassel, Leipzig en Dresden. In 1716 stierf de dirigent van de kapel van Weimar, Johann Samuel Drese. Bach werd echter niet tot diens opvolger benoemd, zodat hij onmiddellijk daarop zijn ontslag aanbood. Het werd hem, na een maand gevangenisstraf, hoogst oneervol verleend.

In de periode in Weimar ontwikkelde Bach zich tot een volleerd componist en een in geheel Duitsland bekend orgel- en klavecimbelspeler. Ook leerde hij er de Italiaanse kamer- en orkestmuziek grondig kennen. Dat hij als uitvoerend kunstenaar zijns gelijke nauwelijks had, bewijst de befaamde wedstrijd in Dresden (1717) tussen Bach en de Fransman Louis Marchand; Marchand trok zich ter elfder ure terug en Bach werd gehuldigd als de beste organist van Europa.

Köthen

In 1717 volgde een aanstelling als `Kammermusikdirektor' aan het hof van Köthen, nadat Bach aan het Weimarse hof in 1716 de muzikale vorst Leopold von Anhalt-Köthen had ontmoet. Het accent in de muziekbeoefening viel hier op de niet-liturgische muziek. Aangezien de vorst gereformeerd was, werd er aan het hof slechts uiterst sobere, devote kerkmuziek uitgevoerd. De meeste klavecimbelmuziek, kamermuziek- en orkestwerken van Bach ontstonden dan ook hier.

In 1720 overleed Maria Barbara. Zij had Bach acht kinderen geschonken, van wie er vier jong stierven. In hetzelfde jaar reisde Bach naar Hamburg, waar hij voor de bijna honderdjarige Reinken improviseerde over het koraal `Am Wasserflüssen Babylon'.

Op 3 december 1721 hertrouwde Bach met Anna Magdalena Wülcken (1701-1769), die als kerkzangeres was verbonden aan het Köthense hof.

Leipzig

In 1722 stierf Johann Kuhnau, de cantor van de Thomaskirche in Leipzig, wat een van de meest begerenswaardige posities was in muzikaal Duitsland. De gemeenteraad gaf aanvankelijk de voorkeur aan Telemann en Graupner. Pas toen ze allebei niet beschikbaar bleken, vroeg men Bach te solliciteren. Op 5 mei 1723 werd hij benoemd. Bach aanvaardde de betrekking ook omdat vorst Leopold in het huwelijk was getreden met een volstrekt onmuzikale prinses en omdat hij voor zijn hoogbegaafde zoons studiegelegenheid zocht.

Bachs taak in Leipzig was veelomvattend. Hij moest de muziek in vier kerken (St. Thomas, St. Peter, St. Nikolaus, St. Matthäus) verzorgen en tevens les geven aan de leerlingen van de Thomasschule. Meningsverschillen met collega's en twisten met de gemeente- en kerkenraad maakten vooral de eerste jaren van Bachs Leipziger periode niet zeer aangenaam. De waardering van overheid en publiek voor de nieuwe cantor was bovendien ook niet erg groot.

In 1733 bood Bach twee delen van zijn Mis in b, het Kyrie en het Gloria, aan de keurvorst van Saksen aan in de hoop de titel van hofcomponist te verkrijgen. Dit zou zijn positie in Leipzig kunnen versterken. Drie jaar later werd hem deze titel inderdaad verleend.

Ook van andere zijde kreeg Bach nu erkenning. In de vroege zomer van 1747 bezocht hij Frederik de Grote in Potsdam. De Pruisische koning gaf hem het befaamde thema waarop Bach een aantal canons improviseerde, die, aangevuld met een triosonate en ricercares, later Das musikalische Opfer zouden vormen.

Anna Magdalena schonk Bach in Leipzig dertien kinderen, van wie er zeven jong stierven. Zijn gezichtsvermogen was de laatste jaren van zijn leven sterk achteruitgegaan. Een mislukte operatie door een Engelse chirurg had een totale blindheid tot gevolg. Zijn laatste werk dicteerde hij aan zijn schoonzoon Johann Christoph Altnikol (1719-1759): de koraalbewerking Vor deinem Thron tret' ich hiermit . Op 28 juli 1750 overleed Johann Sebastian Bach.

Werken

Bach componeerde meer dan 1000 werken, waarvan hieronder de belangrijkste worden genoemd.

In het leven en de werken van Bach valt een viertal perioden aan te wijzen:

1. Arnstadt/Mühlhausen: tot 1707

In deze periode komen de vroege koraalpartita's tot stand in de stijl van Pachelbel, Buxtehude en Böhm. De vroege klavierwerken dragen de kenmerken van hun voorbeelden, waaronder Reinkens Hortus musicus . Het Capriccio op het afscheid van zijn broer schreef Bach in de trant van Kuhnaus programmatische sonates. De preludia en fuga's voor orgel uit deze tijd staan dicht bij die van Buxtehude. Hun thematiek vertoont nog niet de kernachtigheid van de latere thema's nadat Bach de Italiaanse stijl had bestudeerd.

2. Weimar: 1708-1717

Hier had Bach zijn `Italiaanse' periode: hij maakte bewerkingen van de concerti van Vivaldi en van andere Italianen. Hij paste deze concerto-vorm geheel in in de Duitse polyfonie. Zijn bewerkingen voorzag hij soms van nieuwe middenstemmen, die zo volledig `passen' dat ze tot het origineel lijken te behoren.

In Weimar ontwikkelde Bach zich tot orgelvirtuoos. Hij had een voortreffelijk instrument tot zijn beschikking, gebouwd door Ludwig Compenius (ca. 1603-1671), die zowel de principes van de Noord-Duitse orgelbouw als die van de orgelbouwers in Midden-Duitsland toepaste. Bach schreef in Weimar vele orgelwerken Hij maakte een begin met het Orgelbüchlein (45 koraalvoorspelen, bedoeld als oefenmateriaal voor zijn leerlingen). Verder schreef hij een aantal preludia en fuga's, de passacaglia in c en enkele fantasieën, waarin hij het rapsodisch karakter van de Noord-Duitse toccata tot volmaaktheid bracht. Ook een aantal cantates kwam tot stand, veelal op poëtische teksten, in tegenstelling tot de vroegere cantateteksten, die uit bijbelgedeelten en koraalstrofen bestonden. De poëzie van Bachs tekstdichter, Salomo Franck (1659-1725), was piëtistisch getint. Door sommigen is dit feit aangevoerd om Bachs religieuze gezindheid in deze zin te definiëren, maar dat standpunt houdt bij nauwkeurige beschouwing geen stand.

3. Köthen: 1717-1723

Aan het calvinistische hof van Köthen was het schrijven van kerkmuziek van aanzienlijk minder belang dan de taak als dirigent van en componist voor de hofkapel. Bach schreef er zijn klavierwerken: de suites, de inventies en het eerste deel van Das wohltemperierte Clavier, een serie van 48 preludia en fuga's in alle toonsoorten, een klinkende demonstratie van de `gelijkzwevende stemming' van Andreas Werckmeister (1645-1706). Hier ontstonden ook de solowerken voor viool en cello. De meeste instrumentale kamer- en orkestmuziek werd geschreven in Köthen, o.a. de zes Brandenburgse concerten (1721), gecomponeerd in opdracht van de markgraaf van Brandenburg. Het zijn concerti grossi, die echter alleen wat het concerterende principe betreft aan hun Italiaanse voorbeelden doen denken. Verder de vier orkestsuites, de vioolconcerten en het tripelconcert. Het enige orgelwerk dat in Köthen ontstond, was de Fantasie en fuga in g kl.t., door Bach geschreven voor zijn Hamburgse reis (1720).

4. Leipzig: 1723-1750

In Leipzig ontstond het merendeel van de kerkelijke cantates. Bach schreef vijf jaargangen cantates, dat wil zeggen ca. 300 stuks, waarvan er ongeveer 190 bewaard zijn gebleven. Ook de zes motetten ontstonden alle in Leipzig, evenals de grote koorwerken: Johannes Passion, begonnen in Köthen, voltooid in Leipzig (1723); het Magnificat (1723); de Matthäus Passion (1728-1729); de Mis in b kl.t. (Hohe Messe, 1733/1734); en het Weinachtsoratorium (1734), dat gedeelten uit wereldlijke cantates bevat met een aangepaste tekst. Een Markus Passion is verloren gegaan en de echtheid van een aan Bach toegeschreven Lucas Passion wordt aangevochten.

Voor orgel schreef Bach de triosonates, oefenmateriaal voor zijn zoon Wilhelm Friedemann en oorspronkelijk bedoeld voor pedaalclavichord of pedaalklavecimbel, een aantal preludia en fuga's en koraalvoorspelen.

Voor klavecimbel ontstonden de partita's, het Italiaans Concert, het tweede deel van Das wohltemperierte Clavier en de Goldberg-variaties . Ook de concerten voor één en voor meer klavecimbels ontstonden, die veelal bewerkingen van zijn eigen vioolconcerten waren. Het concert voor vier klavecimbels is een bewerking van Vivaldi's concert voor vier violen en orkest.

De laatste jaren van zijn leven hield Bach zich diepgaand bezig met bijna abstracte muziekwerken, die het hoogtepunt en tegelijkertijd de afsluiting vormen van de contrapuntische muziek van de barok. Al deze werken zijn variatiereeksen op één thema: de canonische variaties voor orgel op het koraal Vom Himmel hoch, Das musikalische Opfer op een thema van Frederik de Grote en Die Kunst der Fuge .   (foto : standbeeld van J.S. Bach in Leipzig)

In de canonische variaties voor orgel en in de canons en de ricercares (in de 18e eeuw tot een variant van de fuga geworden) van Das musikalische Opfer toont Bach zich een meester van de contrapuntische vormen. Hij brengt alle variaties van canon en fuga die denkbaar zijn: spiegelfuga's, thema's in omkering en in kreeftengang. Had Das musikalische Opfer nog een triosonate voor fluit, viool en basso continuo, in Die Kunst der Fuge is geen instrumentatie meer aangegeven. Hier worden alle fugavormen met hun contrasubjecten gespiegeld en omgekeerd; aan het einde verschijnen een dubbel- en een tripelfuga; de quadrupelfuga is onvoltooid gebleven.

Stijlkenmerken

Bachs gehele oeuvre laat zich moeilijk in enkele woorden samenvatten. In zijn werken smelten alle elementen van de muzikale barok samen. Hij bracht een groot aantal muzikale vormen onder één noemer en gaf ze definitief gestalte. Hij bracht een samengaan tot stand van zo verschillende stijlen als de Franse en de Italiaanse en van de oude polyfonie en de nieuwe monodie. In zijn orgelwerken vindt men de gehele Nederlandse/Noord-Duitse traditie terug. Bach wist voorts de horizontale lijnen van de polyfonie in volmaakt evenwicht te brengen met de verticale lijnen van de harmonie. Deze eenheid had verstrekkende gevolgen voor de behandeling van dissonanten en voor de opbouw van de melodie. Ook de melodieën van de solosonates voor viool, cello en fluit hebben alle een `verzwegen' harmonische en polyfone basis. Wellicht is het de samenvoeging van al deze elementen die, samen met het voor Bach typerende pulserende ritme, het geheim van zijn persoonlijke stijl uitmaakt. Bachs werken zijn gecatalogiseerd door Wolfgang Schmieder: de Bach Werke Verzeichnis (BWV; Leipzig, 1950), welke nummering bij Bachs composities meestal wordt opgegeven. 

 
   

Nieuwe pagina 1



uw eigen startpagina

© copyright WorldwideBase 2005-2009