header componisten


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Klassieke muziek

 

 
   


 

 


klassieke muziek, term waarmee men in het algemeen de muziek uit de periode ca. 1780–1815 aanduidt, met als belangrijkste vertegenwoordigers (Oostenrijk-Duitsland): Franz Joseph Haydn, Wolfgang Amadeus Mozart, Ludwig von Beethoven (foto rechts) en (Frankrijk) Méhul en Cherubini. De klassieke muziek wordt – in tegenstelling tot de eraan voorafgaande barokmuziek en de erop volgende romantische muziek – gekenmerkt door een volmaakt evenwicht tussen vorm en inhoud (ratio en emotie). Dit evenwicht vindt zijn uitdrukking in de dramatische ontwikkelingsvorm (hoofdvorm), die werd toegepast op alle genres van zuiver instrumentale muziek (symfonie, sonate, kamermuziek).

Deze vorm was o.m. ontleend aan het klassieke drama. In de expositie worden twee thema's gepresenteerd, waarvan het eerste meestal ritmisch-motorisch en het tweede lyrisch-melodisch is. In de doorwerking wordt m.n. het eerste thema door middel van modulatietechnieken uitgewerkt en vaak geconfronteerd met zijn dualistische tegenhanger, het tweede thema. Het op die manier opgebouwde dramatische conflict vindt zijn ontknoping in de reprise (in het klassieke drama: catharsis), waar het eerste thema in de oorspronkelijke toonsoort verschijnt. De coda besluit de hoofdvorm en rondt hem af in een motorisch-ritmische apotheose, die de oorspronkelijke toonsoort bevestigt.

Dikwijls kan men in klassieke instrumentale composities het volgende schema aantreffen: hoofdvorm-lyrisch intermezzo (andante, adagio), menuet (Haydn, Mozart) of scherzo (Beethoven), finale (Vivace). Beethoven heeft in zijn 5de Symfonie getracht de ontwikkelingswetten van de hoofdvorm op alle vier delen van het werk toe te passen, hiermee een dramatische eenheid scheppend, die nadien nooit meer is bereikt.

Indien men de klassieke muziek in het licht van de muziekgeschiedenis ziet, valt zij in drie perioden uiteen:
1. Haydn, die in zijn latere symfonieën, strijkkwartetten en sonates de hoofdvorm heeft ontwikkeld;
2. Mozart, die de hoofdvorm in zijn late symfonieën dramatisch-lyrische kracht verleent en
3. Beethoven, die in zijn symfonieën, sonates en strijkkwartetten de dramatische ontwikkelingsvorm tot zijn hoogtepunt brengt.

Na deze periode trachtte de (vroege) romantiek de tradities van de klassieke periode voort te zetten. Bij Schubert (sonates en symfonieën) ontstond reeds het probleem van de ‘afronding’. Zijn finales zijn doorgaans twijfelachtig, terwijl de eerste delen van zijn instrumentale werken volmaakt zijn en de lyrische tweede delen een sublieme integratie tussen romantische liedvorm en klassiek lyrisme zijn. Mendelssohn-Bartholdy trachtte de klassieke vorm-idealen met romantisch-lyrische gedachten te vullen. Robert Schumann hield zich in zijn symfonieën en strijkkwartetten eveneens aan het klassieke ideaal en trachtte dit te ‘populariseren’. Brahms en Bruckner uiteindelijk trachtten de geest van de klassieke muziek te doen herleven zonder de oorspronkelijke dramatische gedachte waar te kunnen maken. Brahms werd lyrisch-pathetisch, Bruckner voegde aan de twee ‘klassieke’ thema's een derde toe en schiep hiermee nieuwe vormen van muzikale architectuur. De klassieke muziek vindt haar hoogte- en eindpunt in het symfonische werk van Gustav Mahler, die de klassieke vorm tot het uiterste verruimde en haar met subjectief-impressionistische elementen verrijkte.

In het spraakgebruik wordt de term klassieke muziek vaak gebruikt als tegenpool van lichte, populaire muziek.

 
   

Nieuwe pagina 1



uw eigen startpagina

© copyright WorldwideBase 2005-2009