header componisten

 


 Worldwidebase start met een
eigen startpagina site ! Klik hier <<<<

 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Maurice Ravel
 

 
   
Klik op de radio
voor een fragment



 



Ravel, Maurice (Joseph)

(Ciboure 1875 - Parijs 1937)

Frans componist. Ravel kreeg van zijn moeder - een Baskische - haar herinneringen aan de populaire Spaanse muziek uit haar jeugd mee, speciaal de habanera. In 1889 ging hij naar het Parijse conservatorium. In 1897 volgde hij o.m. de compositieklas van Gabriel Fauré, die waardevolle artistieke raad gaf; aan hem droeg hij zijn strijkkwartet (1903) op. Belangstelling toonde hij voor de muziek van Saint-Saëns, Chabrier, Debussy, Satie en Russische componisten. In 1901 baarde hij opzien met zijn pianowerk Jeux d'eau; Debussy was verrukt over de pianistieke vernieuwingen ervan. Shéhérazade (1903), een liederencyclus voor sopraan en orkest, is het eerste getuigenis van Ravels grote gevoel voor orkestratie. De liederencyclus Histoires naturelles verwekte in 1907 opschudding door de harmonische gedurfdheden en de behandeling van de zangstem, o.m. door het `quasi parlando'. Hiervan bediende hij zich ook in l'Heure espagnole , een komische opera uit 1907. Enige belangrijke pianowerken volgden: de voor kinderen geschreven vierhandige pianosuite Ma mère l'oye (1908), waarin Ravel een weergaloze sprookjessfeer schiep, de driedelige pianosuite Gaspard de la nuit (1908), met een synthese van virtuositeit en verbeeldingskracht, en de Valses nobles et sentimentales , waarvan de dissonanten op de première in 1910 hilariteit opwekten.

De balletmuziek Daphnis et Chloé , voor de Ballets Russes van Diaghilev, volgde in 1912; de tweede suite hieruit is een geliefd werk in het orkestrepertoire en vormt een hoogtepunt in Ravels oeuvre. De Trois poèmes de Stéphane Mallarmé uit 1913 voor zang met kleine bezetting kondigde een stijlversobering aan. In de pianosuite Le tombeau de Couperin (1914-1917) wordt een 18e-eeuws vormschema toegepast; de 19e-eeuwse Weense wals werd tot het balletachtige symfonisch gedicht La valse (1920). De lyrische fantasie l'Enfant et les sortilèges , op tekst van Colette, toont Ravels vermogen de kinderwereld ten tonele te voeren. In dit werk zijn naoorlogse invloeden waar te nemen, zoals music-hall, jazz en operette. De Chansons madécasses uit 1926 zijn exotisch, erotisch, dramatisch en zeer actueel (dekolonisatie). Het dramatische pianoconcert voor de linkerhand (1931) realiseert de maximale mogelijkheden van een beperking. Met het pianoconcert in G (1931) en de in 1928 ontstane Boléro oogstte Ravel ook groot succes als dirigent. Zijn laatste voltooide werk is een serie liederen, Don Quichotte à Dulcinée (1932).

In 1932 kreeg hij door een auto-ongeluk een lichte schedelverwonding. Hij leed al jaren aan slapeloosheid, geremdheid en ongecoördineerdheid van bewegingen; depressies, angsten en concentratiegebrek verhevigden zich nu, al bleef zijn geest helder. Een hersenoperatie, in 1937, bracht geen verbetering; een week later overleed hij.

Naast Debussy was Ravel de belangrijkste en origineelste Franse componist van de eerste decennia van de 20e eeuw. Zijn stijlontwikkeling was vroeg en regelmatig. Vanaf 1905 trad een versoepeling op in de altijd met vakkennis gehanteerde vormbeheersing (Sonatine voor piano, 1905). De harmonie is rijk geschakeerd en overzichtelijk; de melodievorming is slank. De lineaire schrijfwijze en versobering werden belangrijk in latere werken, die bovendien gekenmerkt worden door een ingehouden lyriek. Karakteristiek is al vroeg het gebruik van middeleeuwse ladders (Habanera uit de Rhapsodie espagnole voor orkest, 1907) en pentatoniek (Ma mère l'oye). Bitonaliteit was hem niet vreemd. De technische mogelijkheden van instrumenten werden vaak ingenieus uitgebuit, zoals blijkt uit zijn orkestratie van Moessorgski's Schilderijen van een tentoonstelling. Ook veel eigen pianowerken orkestreerde Ravel; vaak kregen ze in georkestreerde vorm meer bekendheid, zoals bijvoorbeeld Menuet antique (1895), Pavane pur une infante défunte (1899) en de Valses nobles et sentimentales.

 
   

footer componisten

 

 

 
 

uw eigen startpagina
© copyright Wisetogo 2006
Privacy Statement