header componisten


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Muziekwetenschap

 

 
   


 


De muziekwetenschap, ook musicologie genoemd, stelt zich ten doel de beschrijving en bestudering van de muziek in al haar vormen en haar sociale en culturele bindingen. Volgens G. Adler moet zij verdeeld worden in een historische en een systematische discipline. De eerste omvat de geschiedenis van de – vooral westerse – muziekvormen, de ontwikkeling van de genres en van de muziekinstrumenten, de geschiedenis van de muziektheorie, van het notenschrift, van de muziekuitgeverij en het muziekleven inclusief de biografie van de componisten. Als hulpwetenschappen gebruikt zij de paleografie, de liturgie- en literatuurgeschiedenis, de cultuurgeschiedenis, enz. De systematische muziekwetenschap bestaat o.a. uit de algemene of vergelijkende muziektheorie, de muziekpsychologie en fysiologische akoestiek, de muziekfilosofie, de muzikale volkenkunde (etnomusicologie
). Kan de systematische discipline zich beroepen op een eerbiedwaardig verleden, dat teruggaat tot de mathematische harmonieleer van de pythagoreeërs (vanaf de 6de eeuw v.C.), de historische musicologie in moderne zin ontstond in de 18de eeuw. Grondleggers waren o.a. Ch. Burney, A general history of music (1776), J. Hawkins, A general history of the science and practice of music (1776–1789) en J.N. Forkel, Allgemeine Geschichte der Musik (1788 en 1801). Daarnaast bleken de uitgaven van middeleeuwse theoretici door M. Gerbert, Scriptores ecclesiastici de musica sacra potissimum (1784) van onschatbare waarde.

Veel biografisch materiaal werd in de 19de eeuw verzameld door o.a. François Joseph Fétis, Biographie universelle des musiciens (1837–1844). Middeleeuwse theoretici gaf voorts Edmond de Coussemaker uit in Scriptores de musica medii aevi (1864–1876). A.W. Ambros trachtte in zijn Geschichte der Musik (1862–1878) het verrijkte materiaal te verwerken, maar voltooide zijn werk niet. Een grote vlucht nam de musicologie dankzij het veelzijdige werk van Hugo Riemann (1849–1919) en Guido Adler (1855–1941), omdat bij hen de nadruk meer viel op muzikale ontwikkelingen en stijlkritiek dan op de biografie der musici. Deze oriëntatie werd kenmerkend voor de moderne musicologie, die zich als haar eerste taak stelde het toegankelijk maken van het muzikale verleden. In de laatste decennia ontstond tussen de historische musicologie enerzijds en diverse takken van de systematische discipline anderzijds een vruchtbare samenwerking.

Vooral de etnomusicologie heeft een grote vlucht genomen sinds ca. 1920. Daardoor is het mogelijk geworden de eenzijdig op het verleden gerichte belangstelling van de oudere muziekwetenschap door een nieuwe gerichtheid te vervangen, waarbij ook ontwikkelingen in de nieuwste muziek, en de samenhang tussen westerse en niet-Westerse muziektradities, onderzocht kunnen worden.

 
 
   

Nieuwe pagina 1



uw eigen startpagina

© copyright WorldwideBase 2005-2009