header componisten

 


 Worldwidebase start met een
eigen startpagina site ! Klik hier <<<<

 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Richard Strauss
 

 
   




Strauss, Richard

(München 1864 - Garmisch 1949)

Duits componist en dirigent. Strauss, zoon van de eerste hoornist van het Münchener Hoforchester en geen familie van de Weense familie Strauss, ontving reeds op vierjarige leeftijd pianolessen; drie jaar later volgden zijn eerste pogingen tot compositie. Van 1875 tot 1880 kreeg hij theorielessen van Fr.W. Meyer, de dirigent van het Hoforchester. In 1876 voltooide hij zijn eerste orkestwerk (Festmarsch in Es) , dat in 1881 werd uitgevoerd door een amateurorkest, waarin hij ook ervaring als violist en dirigent opdeed. Vanaf 1882 studeerde hij aan de universiteit van München filosofie, esthetica, kunstgeschiedenis en literatuur. Zijn blazersserenade op. 7 in Es (1881) trok de aandacht van Hans von Bülow (1830-1894), van wie hij in 1885 assistent-dirigent werd.

In zijn dirigentencarrière werd Strauss achtereenvolgens benoemd te München (1886), Weimar (1889), weer München (1894), Berlijn (1898; vanaf 1908 `Königlicher Preussischer Generalmusikdirektor') en Wenen (1919). Naast deze aanstellingen vervulde hij ook talrijke gastdirecties. Vanaf 1924 trad hij uitsluitend nog als gastdirigent op.

Contacten in 1885 met de componist en Wagner-adept Alexander Ritter (1833-1896) wekten Strauss' waardering voor Wagner. In de symfonische fantasie Aus Italien (1887) en de symfonische gedichten Don Juan (1889), Macbeth (1890), Tod und Verklärung (1890), Till Eulenspiegels lustige Streiche (1895), Also sprach Zarathustra (1896), Don Quixote (1898) en Ein Heldenleben (1899) toonde Strauss zich een volgeling van deze radicaal-romantische richting (naast Wagner, ook Berlioz en Liszt). Zijn eerste opera, Guntram (1894), op eigen libretto, was een duidelijk resultaat van zijn wagnerianisme.

Na de periode van compositie der grote symfonische gedichten, componeerde Strauss zijn belangrijkste opera's. Stond ook de opera Feuersnot (1901, libretto Ernst von Wolzogen, 1855-1934) nog geheel in het teken van Wagner, in Salome (1905, libretto naar Oscar Wilde) creëerde hij een eigen stijl, met uiterste verfijning in uitdrukking van sfeer en karakterisering der personen, o.a. door de vele harmonische en instrumentale schakeringen in het polyfoon behandelde orkest. Het publiek was zeer geschokt door het onderwerp van deze opera, waarin Salome zich voor koning Herodes prostitueert om zo het hoofd van Johannes de Doper te krijgen.

Met Elektra (1909) begon Strauss' samenwerking met de dichter Hugo von Hofmannsthal, verder nog librettist van o.a. Der Rosenkavalier (1911), Ariadne auf Naxos (1912, herziene versie 1916), Die Frau ohne Schatten (1919) en Arabella (1933).

Von Hofmannsthal stierf in 1929 en Strauss trok nu Stefan Zweig aan als librettist (Die schweigsame Frau , 1935), waardoor hij bij de nazi's in ongenade viel. De libretti voor de volgende opera's, waaronder Daphne (1938), werden geschreven door Joseph Gregor (1888-1960). Capriccio (1942) is gebaseerd op een libretto van Strauss zelf, in samenwerking met Clemens Krauss (1893-1954). Tot de bekendere composities uit zijn laatste jaren behoren het tweede hoornconcert (1943), het hoboconcert (1946) en de Vier letzte Lieder voor zangstem en orkest (1949, op teksten van Hesse en Eichendorff). Zijn uitgebreide oeuvre omvat, naast bovengenoemde composities en liederen, de Burleske voor piano en orkest (1885), de Sinfonia domestica (1905) en Eine Alpensinfonie (1915). Voorts vrijwel niet meer uitgevoerde werken op het gebied van ballet-, toneel- en kamermuziek en koorwerken. Richard Strauss behoort tot de meest vooraanstaande componisten van zijn generatie en heeft deze positie ook aangewend ter verbetering van de maatschappelijke omstandigheden van zijn vakgenoten.

Hij was een erfgenaam van de muzikale Romantiek en hij zorgde in deze hoedanigheid voor hoogtepunten in de liedkunst (onder meer Ständchen, Traum durch die Dämmerung). Zijn talent om buitenmuzikale zaken in muziek uit te drukken, valt op in zijn gehele oeuvre. De middelen daartoe zijn onder meer een briljante instrumentatie van een polyfoon behandeld orkest en het gebruik van diverse harmonische procédés, die elementen uit verschillende toonsoorten in onmiddellijk verband met elkaar brengen, soms, zoals in Salome en Elektra , tot op de rand van atonaliteit. Grote orkestbezettingen leidden bij Strauss niet tot een vergroving van de klank; mede door vaak ongebruikelijke afsplitsingen van soli binnen de instrumentale groepen werd een zeer gedifferentieerde klank verkregen. Deze klankverfijning typeert bijvoorbeeld de opera Ariadne auf Naxos , die een kamerorkestbegeleiding heeft. In de werken uit de periode na Der Rosenkavalier verbond Strauss zijn door Wagner geïnspireerde stijl met de lichtheid en de duidelijke vormgeving van Mozart.

 
   

footer componisten

 

 

 
 

uw eigen startpagina
© copyright Wisetogo 2006
Privacy Statement