header componisten

 


 Worldwidebase start met een
eigen startpagina site ! Klik hier <<<<

 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Robert Schumann
 

 
   




Schumann, Robert (Alexander)

(Zwickau 1810 - Endenich, bij Bonn, 1856)


Duits componist. Schumann, zoon van een boekhandelaar en -uitgever, kreeg zijn eerste pianolessen toen hij zes jaar was; in deze periode begon hij ook met pogingen tot componeren. Naast muzikale begaafdheid, toonde hij tevens literaire aanleg en belangstelling. Zijn uitverkoren schrijvers waren Eichendorff, Heine en - zeer in het bijzonder - Jean Paul; op 15-jarige leeftijd richtte hij een literaire vereniging op. Doordat in 1826 Carl Maria von Weber en Schumanns vader, die zijn zoon voor systematisch muziekonderricht bij Weber in de leer had willen doen, beiden overleden, richtte Schumann zich na zijn gymnasiumtijd naar de wensen van zijn moeder en begon rechten te studeren in Leipzig. Hij hield zich daar echter meer met muziek en literatuur bezig, evenals in Heidelberg, waarheen hij in 1829 verhuisde. Hier ontstonden o.a. de Abegg-variaties (genoemd naar een jeugdliefde, Meta Abegg) voor piano (1830). Na in 1830 definitief voor de muziek te hebben gekozen, keerde Schumann naar Leipzig terug, waar hij pianolessen nam van Friedrich Wieck (1785-1873). Door een zelfbedacht oefenmechaniek verlamde hij echter zijn rechter ringvinger, waardoor hij van een loopbaan als pianist moest afzien en zich geheel op het componeren toelegde. De werken die hij tot 1840 schreef, zijn vrijwel alle voor piano en, behalve drie sonates, eendelige stukken, merendeels tot een cyclus gebundeld: Papillons (1828-1832), Carnaval (1834-1835), Davidsbündlertänze (1837), Kinderszenen (1838), enz. Al deze werken treffen door hun poëtische karakter en oorspronkelijkheid. Drang tot vernieuwing vormde ook een drijfveer tot de oprichting in 1834 door Schumann en enige geestverwanten van het Neue Zeitschrift für Musik. Hiermee stelden zij, de `Davidsbündler', zich ten doel de oppervlakkige kunst van de kleinburgers, de `Philister', te bestrijden. Schumann, die tot 1844 redacteur was, leverde een groot aantal bijdragen die een goed inzicht geven in zijn opvattingen over muziek. In 1840 trouwde hij Clara Wieck (1819-1896), na jarenlang verzet van haar vader. Zij was een begaafd pianiste en heeft zich haar hele leven voor de muziek van Schumann - evenals later voor de werken van Brahms - ingezet. In hetzelfde jaar schreef Schumann vrijwel al zijn bekende en later nauwelijks meer overtroffen liederen, o.a. de cycli Liederkreis (op tekst van Eichendorff), Myrthen (verschillende teksten), Frauenliebe und -leben (tekst: A. von Chamisso) en Dichterliebe (tekst: Heine). De pianocomponist Schumann komt in deze liederen duidelijk naar voren in de sfeervolle begeleidingen. In 1842 schreef hij een aantal van zijn voornaamste kamermuziekwerken, waaronder het pianokwintet op. 44 en het pianokwartet op. 47. In de loop van de jaren veertig ging hij zich ook met grotere vormen bezighouden. Zo ontstonden o.a. de eerste symfonie (1841), het romantisch oratorium Das Paradies und die Peri (1843), het bekende pianoconcert in a (1845) en de tweede symfonie (1846). Schumann gaf in deze periode les aan het pas door Mendelssohn opgerichte Leipziger Konservatorium. Oververmoeidheid tengevolge van een lange tournee met Clara naar Rusland, maar ook aanvallen van depressie, waar Schumann op jeugdige leeftijd reeds last van had gehad, deden hem en zijn gezin naar het klimaat van Dresden verhuizen. Hier ontstond o.a. zijn enige voltooide opera, Genoveva (1848; première 1850). Veel werken uit deze periode zijn nog slechts een schaduw van de genialiteit uit zijn jeugd, door welke vroege werken hij tot een van de grote meesters van de Romantiek gerekend wordt. Gelukkige uitzonderingen zijn de ouverture van de toneelmuziek bij Byrons Manfred (1848), de Waldszenen voor piano (1849) en de Phantasiestücke voor piano en klarinet (1849). In 1850 aanvaardde hij de functie van stedelijk muziekleider in Düsseldorf. Schumann was echter geen geboren dirigent en mede tengevolge van de bij vlagen toeslaande achteruitgang van zijn geestesgesteldheid liep de kwaliteit van koor en orkest dusdanig terug dat men hem alleen nog maar eigen werk liet dirigeren. Tot zijn belangrijkste creatieve werkzaamheden in Düsseldorf behoren de derde symfonie (Rheinische symfonie; 1850), het celloconcert (1850), het oratorium Der Rose Pilgerfahrt (1851), de vierde symfonie (1851) en het vioolconcert (1853). Een van Schumanns laatste artikelen was een lofzang op de jonge Brahms (1853). Vanaf 1854 ging het snel verder bergafwaarts. Na een mislukte zelfmoordpoging door een sprong in de Rijn, werd hij opgenomen in een krankzinnigengesticht in Endenich bij Bonn, waar in 1856 overleed.

 
   

footer componisten

 

 

 
 

uw eigen startpagina
© copyright Wisetogo 2006
Privacy Statement