|
LAND VAN HERKOMST : Duitsland
GESCHIEDENIS
Toen Duitse boeren in de 17e eeuw enorme last kregen van ratten op hun erf en in hun stallen, moest een
nauwelijks 4 kg wegend hondje uitkomst brengen. De Affenpinscher is een van de oudste dwergrassen en een fijne
gezelschapshond. De rasnaam betekent 'apenpinscher'. Hij is zo genoemd om zijn warrelige wenkbrauwen en donkere
ogen. Afgezien van zijn opvallende hoofd heeft hij een harde, ruige vacht. Er zijn een paar andere dwergrassen
waarop hij invloed heeft gehad, zoals het
Brussels Smoushondje (Griffon Bruxellois) en
de Dwergschnauzer. IDEALE RASKENMERKEN
Schofthoogte: hij mag niet groter zijn dan 27 cm. Uiterlijk: stoer, compact lichaam; energiek, evenwichtig
gangwerk. Vacht en kleur: dicht, ruig haar; korter op achterhand en staart, langer op hoofd, borst, buik en
benen, lange wenkbrauwen en baard. Zuiver zwart, grijze en bruine aftekeningen toegestaan. Hoofd: gewelfde
schedel en zeer korte, brede snuit; ronde, donkere, donker omrande ogen; oren : in belgi‘ (tipoor) gecoupeerd,
in Nederland ongecoupeerde, kleine hangoren. Staart: ingekort; hoog aangezet en hoog gedragen.
VACHT : de dekharen zijn vrij hard van structuur, voelen stevig aan en hebben een heldere kleur. De
wolharen zijn zachter, korter en liggen tegen de huid aan. Ze zijn ook veel lichter van kleur. Wanneer de vacht
rijp is, staan de haren in alle richtingen in bosjes bij elkaar. Dan kan de vacht worden geplukt.
VERHARING : blokverharing. DAGELIJKSE BEHANDELING : borstelen met een grove borstel of met een
speciaal in de hand liggende terriërborstel. Garnituur en poten : met een grove kam. GROTE BEHANDELING
: gebeurt in de ruiperiode ! Deze periode is goed te bepalen. Als u merkt dat de hond wat haar gaat
kwijtraken, kunt u een paar haren tussen duim en wijsvinger nemen en ze met een lichte draaiing van de pols uit
de huid proberen los te trekken. Laat het haar gemakkelijk los, dan is de vacht rijp. Moet u echt trekken, dan
is de hond nog niet aan trimmen toe en kunt u beter nog even wachten met plukken. Gaat men namelijk te vroeg
plukken, dan moet men het haar lostrekken uit het haarzakje en irriteert men daarmee de huid. Een
pasgeplukte hond is meestal geen echte schoonheid. Het mooie komt pas bij het natrimmen, een vier tot acht weken
na de grote beurt. Doordat de vacht eruit gehaald werd, reageert de huid en begint met het aanmaken van wol.
De nieuwe vacht zit dan na enkele weken onder de wollaag. Bij het natrimmen wordt die wollaag weggetrimd, zodat
de nieuwe vacht eronder te voorschijn komt als korte, diepglanzende haartjes. In principe gebruiken we nooit een
schaar of tondeuze bij ruwharige honden. Uitzonderlijk bij de geslachtsdelen, rond de anus en tussen de
voetkussentjes. Voetjes worden rondgeknipt. Oren reinigen, kijken of er vuil in de ogen zit en reinigen, en
nagels knippen indien nodig. Het teveel aan haar tussen de voetzooltjes wegknippen.
VOOR- EN NADELEN VAN DE VACHT : door het trimmen is de hond in één keer zijn dode haar kwijt. Het kost
echter wel geld, vooral bij een grote hond.
AARD : de Affenpinscher is levendig, vrolijk, vriendelijk, waaks, onverschrokken, aanhankelijk en
pienter.
BEWEGING : de honden van dit ras zijn tevreden wanneer u driemaal per dag een blokje om gaat, en als u
daarnaast ook nog regelmatig wat met hen speelt, kan hun geluk niet meer op.
SOCIALE AANLEG : Affenpinschers gaan goed om met kinderen, en ook met soortgenoten en andere huisdieren
kunnen ze prima overweg. Krijgt u ( voor de hond ) onbekend bezoek, dan kijkt de Affenpinscher eerst even de kat
uit de boom.
OPVOEDING : Affenpinschers leren redelijk snel commando’s. Blijf altijd consequent en duidelijk, en
wissel de oefeningen wat af. |