






 |
LAND VAN HERKOMST : Engeland
GESCHIEDENIS
In
het midden van de 19de eeuw bestond er in Groot-Brittannië
de Black and Tan Terriër.
Het was een hond die bekend stond om zijn moed, goede gezichtsvermogen en goed gehoor. Maar hij had geen fijne
neus en kon niet goed zwemmen. Door kruisingen met Otterhounds kon hij in het water jagen. Het eindresultaat, de Airedale
Terriër, heeft alle goede eigenschappen van beide voorouders. De rasnaam is afgeleid van het dal van de rivier de
Aire. Omdat ze zo betrouwbaar zijn, waren Airedales in Engeland tijdens de oorlog in dienst van het leger.
IDEALE RASKENMERKEN
Schofthoogte: reuen 58 tot 61 cm, teven 56 tot 58 cm. Uiterlijk: stoer,
gespierd lichaam; vrij, gemakkelijk gangwerk. Kleur: bruin (tan) op hoofd, oren, onderbenen, borst en
onderlichaam; donker 'grizzle' (rood, zwart en wit) of zwart op de zijkanten en bovenkant van het lichaam. Hoofd:
lange, vlakke, niet brede schedel met stevige snuit; kleine, donkere ogen; knopoor. Staart: dik, hoog aangezet
(bananenstaart).
VACHT : ruwhaar; m.a.w. de dekharen zijn vrij hard van structuur, voelen stevig aan en hebben een heldere
kleur. De wolharen zijn zachter, korter en liggen tegen de huid aan. Ze zijn ook veel lichter van kleur. Wanneer
de vacht rijp is, staan de haren in alle richtingen is bosjes bij elkaar. Dan kan de vacht worden geplukt.
VERHARING : blokverharing. DAGELIJKSE BEHANDELING : borstelen met grove borstel of met
speciaal in de hand liggende terriërborstel. Garnituur en poten : met grove kam. GROTE BEHANDELING :
gebeurt in de ruiperiode ! Deze periode is goed te bepalen. Als u merkt dat de hond wat haar gaat kwijtraken, kunt
u een paar haren tussen duim en wijsvinger nemen en ze met een lichte draaiing van de pols uit de huid proberen
los te trekken. Laat het haar gemakkelijk los, dan is de vacht rijp. Moet u echt trekken, dan is de hond nog niet
aan trimmen toe en kunt u beter nog even wachten met plukken. Gaat men namelijk te vroeg plukken, dan moet men het
haar lostrekken uit het haarzakje en irriteert men daarmee de huid. Een pasgeplukte hond is meestal geen
echte schoonheid. Het mooie komt pas bij het natrimmen, een vier tot acht weken na de grote beurt. Doordat de
vacht eruit gehaald werd, reageert de huid en begint met het aanmaken van wol. De nieuwe vacht zit dan na
enkele weken onder de wollaag. Bij het natrimmen wordt die wollaag weggetrimd, zodat de nieuwe vacht eronder te
voorschijn komt als korte, diepglanzende haartjes. In principe gebruiken we nooit een schaar of tondeuze bij
ruwharige honden. Uitzonderlijk bij de geslachtsdelen, rond de anus en tussen de voetkussentjes. Voetjes worden
rondgeknipt.
VOOR- EN NADELEN VAN DE VACHT : door het trimmen is de hond in één keer zijn dode haar kwijt. Het kost
echter wel geld, vooral bij een grote hond.
AARD : hard voor zichzelf, moedig, trouw aan eigen mensen maar ook eigenwijs, speels, waaks, actief,
intelligent en volhardend. De Airedale Terriër blaft relatief weinig.
OPVOEDING : de Airedale Terriër is intelligent genoeg om snel door te hebben wat ervan hem verlangd wordt.
Probeer de training zo afwisselend mogelijk te maken, want als de hond steeds weer dezelfde commando’s moet
opvolgen wordt hij koppig. Hij moet de oefeningen een echte uitdaging vinden. Airedale Terriërs kunnen met de
juiste baas goed presteren in de diverse takken van de hondensport, zelfs de africhting. |
|
|
|