





 |
LAND VAN HERKOMST :
Oostenrijk
GESCHIEDENIS
De Alpenländische Dachsbracke (of Alpenlandse Dasbrak, Basset Pointer, Alpine Dachsbracke) behoort tot de rassengroep van de Drijvende
Honden of Zweethonden en is een echte authentieke Oostenrijker. Oostenrijk had, net als de Europese
buurlanden ( zie Duitsland, met de
Westfaalse Dasbrak ), een grotere Dachsbracke nodig, voor het
achtervolgen van herten, konijnen en vossen. Deze hond moest robuust en gedreven zijn om de
omstandigheden van de hoog gelegen Alpen te kunnen weerstaan. De Alpine Dachsbracke is een speurhond
die de koud-spoor jachtmethode beoefent. Hij jaagt op haas, vos, wild zwijn; hij apporteert gevogelte en
spoort gewond wild op. De zadeltas van zijn baas puilt vaak uit van het wild dat hij gevangen heeft.
Deze veelzijdige, multi-functionele hond werd uitsluitend uit binnenlandse Dachsbracken ontwikkeld.
Het is een geharde, stevig gebouwde Hound met korte, rechte benen. Deze flinke, koppige en beweeglijke
hond heeft een groot uithoudingsvermogen, vechtlust, een goede stem en een zeer goed reukvermogen. Hij
jaagt niet in meutes.
IDEALE RASKENMERKEN
Het hoofd is lang, met een iets gewelfde schedel. Licht markante stop. Rechte neusbrug. Vrij brede snuit.
Dunne goed gesloten lippen. De ogen zijn middelgroot, rond en donker- of lichtbruin. De oren :
middellang, breed, afgerond en recht tegen het hoofd hangend. Het lichaam is lang. Gespierde hals met
wat keelhuid. Geprononceerde schoft. Goed gewelfde borstkas. Volle lendenen. Buiklijn opgetrokken. Ronde,
hellende croupe. Rechte, stevige en lange rug. Ledematen : korte, stevige en gespierde benen met flinke
botten. Voorvoeten meer gedrongen dan achtervoeten. De staart : middellang, dik aan de basis, een
beetje borstelig, gewoonlijk hangend of licht gekromd gedragen. De vacht is kort, zeer dik, hard en
vlak tegen het lichaam liggend. Met ondervacht : lang en ruw op buik en achterkant van de dijen.
Er komen verschillende kleurschakeringen voor. Zwart en rood : diepzwart met roestkleurige
aftekeningen. Bruin : bruin met lichtere aftekeningen, bruine neusspiegel. Rood : roodachtig
bruin, roestkleurig, roodachtig geel met lichtere aftekeningen. Wit : gevlekt met verschillende
kleuren. Westfaals : alle kleuren toegestaan voor rood gecombineerd met wit. Aftekeningen onder de
ogen, op snuit, benen en borst. De schofthoogte varieert van 34 tot 42 cm, met een gewicht van om en
bij de 18 kg.
AARD : deze hond heeft de mentaliteit van een werkhond en dit past zeer goed bij deze veelzijdige 'kleine
heer'. In het gebied waar de Alpine een grote populariteit geniet, is hij door jagers en jachtopzieners zeer
geliefd. Als huisdier is deze hond echter nooit populair geweest. Het is een goede gezelschapshond
en is voor zijn baas gemakkelijk te houden. Hij is zich zeer bewust van de taak waarvoor hij werd
gefokt. Het is een intelligente, vlijtige en aanhankelijke hond.
ACTIVITEIT : dit ras vraagt voldoende ruimte en lichaamsbeweging.
OPVOEDING : deze hond heeft een consequente opvoeding nodig. |
|
|
|