LAND VAN HERKOMST : Amerika
GESCHIEDENIS
De
Amerikaanse Foxhound is een ras dat van verschillende Europese Foxhound-typen afstamt, maar vooral van
de Engelse Foxhound.
Toen de Europese immigranten zich in Noord-Amerika vestigden, hadden ze vaak hun jachthonden bij zich en
in de Amerikaanse smeltkroes ontstonden hieruit na verloop van tijd verschillende rassen. In het
jaar 1650 vervoerde Robert Brooke een meute werkende Hounds naar de kroonkolonië ( Noord-Amerika ).
Deze Hounds bleven drie eeuwen lang in het bezit van de familie Brooke. Engelse Hounds, die door de
Gloucester Foxhunting Club werden geïmporteerd, samen met Hounds uit Frankrijk en de Kerry Beagle-type
Hounds uit Ierland, vormden de uiteindelijke basis van de huidige Amerikaanse Foxhound. De Amerikaanse
Foxhound lijkt erg op de Engelse, maar is iets lichter en staat iets hoger op de benen. Hij heeft ook een
smallere borst en langere oren. Het aantal registraties bij de AKC is erg laag, maar de hond is zeer
populair onder de actieve jagers. Hij volgt het 'warme spoor' en is goed in de jacht op vossen.
Zowel zijn snelheid als zijn uithoudingsvermogen doen zijn naam alle eer aan. Dit ras werd erkend in
het jaar 1905 door de United Kennel Club. In Amerika wordt deze hond ook gebruikt als showhond, maar
buiten de Verenigde Staten komt het ras bijna niet voor.
IDEALE RASKENMERKEN
Schofthoogte : reuen 55 tot 63 cm en teven 53 tot 60 cm. Hoofd : vrij langgerekt, licht gewelfd
schedeldak, vrij brede schedel. Krachtige voorsnuit met licht uitgesproken stop, vlakke neusrug. Zwarte
neusspiegel. Ogen : groot, goed uit elkaar geplaatst, bruin of hazelnootkleurig. Vriendelijke
uitdrukking. Oren : vrij laag aangezet, komen bijna tot aan de neusspiegel. Ze zijn dun, vrij breed en
hangen tegen de wangen, het onderste deel van de voorkant is licht naar binnen gevouwen. Gebit : wordt in de
rasbeschrijving niet aangegeven, maar schaargebit komt het meeste voor. Hals : van gematigde lengte,
droog en sterk. Lichaam : goed gehoekte schouder en opperarm, gespierd en sterk. Diepe en lange borstkas
met veel ruimte. Goed gewelfde ribben, licht opgetrokken buiklijn. Sterke rug, brede en iets gewelfde
lenenpartij. Ledematen : rechte voorbenen met erg goede botten, korte en rechte voormidden voeten. Matig
gehoekte achterhand met lage sprongen. Goed bespierde dijen. Evenwijdige benen. Voeten : vosachtig, met
goed gewelfde en gesloten tenen. Dikke, sterke voetzolen. Staart : vrij hoog aangezet, wordt hoog
gedragen, maar niet boven de rug, een beetje borstelig. Vacht : dicht, hard en vrij kort. Kleur :
alle kleuren zijn toegestaan.
AARD : deze Foxhound is onafhankelijk en eigenzinnig. Hij blinkt uit in het jagen in een meute,
doch behoudt zijn individuele karakter. Het vrolijk kwispelstaarten kan ook een wedijver georiënteerd
gebaar zijn. Naarmate deze honden ouder worden, hebben zij minder aandacht voor verzoeken of eisen van
hun baas, en worden ze zelfs ongehoorzaam. |