|
LAND VAN HERKOMST : Italië
GESCHIEDENIS
Al in Romeinse tijd werd deze bewaker van kudden beschreven. De vroegere slagen zijn nu samengevoegd. De volledige
rasnaam is dan ook Berghond van de Maremmen en de Abruzzen ( Cane da Pastore Maremmano ). Sommige honden werken
nog steeds zelfstandig bij de kudden. Ze beschermen de schapen tegen de wolven die nog steeds in de Apennijnen
leven. De honden in de Maremmen zijn vaak waakhond. Deze trouwe en betrouwbare berghond heeft een onafhankelijke
en vaak onverzettelijke aard. Als hij als huishond wordt gehouden, moet hij zeer goed worden gesocialiseerd om
zijn zeer beschermende aard in toom te houden, anders kan zijn scherpte de nodige problemen opleveren.
IDEALE RASKENMERKEN
Schofthoogte: reuen 65 tot 72 cm, teven 60 tot 67 cm. Gewicht : 32 tot 45 kg. Uiterlijk: soepel, stevig
lichaam; krachtig, wendbaar gangwerk. Vacht : hard, dicht, dik en vlak aanliggend. Kleur : effen wit; een gele of
oranjeachtige kleur mag alleen op de oren voorkomen. Hoofd: indrukwekkende, grote, tamelijk brede schedel met
rechte snuit, stevige kaken; middelgrote, amandelvormige ogen; de driehoekige oren hangen vlak tegen de wangen
aan. Staart: middellang en overvloedig behaard.
AARD : oplettend, moedig, onverschrokken, intelligent, gewillig en waaks.
ACTIVITEIT : de Berghond van de Maremmen heeft veel beweging nodig en is een ras voor het buitenleven. Zijn
karakter is zeer meegaand, maar zodra het op bewaken aankomt, neemt hij zijn taak heel serieus.
|