|
LAND VAN
HERKOMST : Frankrijk GESCHIEDENIS
Deze heerlijke creatie uit de 19de eeuw combineert drie, nu uitgestorven, Franse jachthonden : de Céris,
de Montaimboeuf en de Larrye. De bijdrage van deze meutehonden bestond uit : respectievelijk klein
formaat en oranje vlekken, vastberadenheid en snelheid, en een buitengewone neus. M.G. Hublot du
Rivault's voorgeschreven recept resulteerde in 'de Billy'. Hij is net zoals zijn voorouders een
meutejager en blinkt uit in de jacht op herten. Hij is zeer snel. Zijn oorspronkelijke naam was
Haut-Poitou. Het timbre van zijn melodieuze stem lijkt het meest op de kwaliteit van een mooie
trompet, met natuurlijk de bijhorende mogelijkheden zoals een grote variatie in volume en intensiteit.
IDEALE RASKENMERKEN
Schofthoogte : reuen 60 tot 70 cm en teven 58 tot 62 cm, met een gewicht van ongeveer 35 kg. Hoofd :
vrij smal, fijn gesneden. Licht gewelfde schedel, niet erg breed. Duidelijke stop. Rechte
neusbrug, iets gebogen. Hoekige, middellange neusspiegel, zwart op oranjebruin. Lippen zijn
normaal. Ogen : groot, donker. Zwarte of bruine ooglidranden. Oren : middelgroot, vrij plat,
aan het einde iets gedraaid. Lichaam : stevig
gebouwd. Vrij lange, krachtige hals met lichte keelhuid. zeer diepe en smalle borstkas.
Vlakke ribben. Vrij brede, sterke, iets opgebogen rug. Brede en iets gewelfde lendenen.
Diepe flanken. Ledematen : lange, krachtige benen. Gesloten, vrij ronde voeten. Staart :
lang en sterk, soms iets zijdeachtig. Vacht : dicht tegen het lichaam liggend, hard om te voelen, vaak
vrij dik. Kleur : geheel wit, wit met koffiebruine aftekeningen, of wit met vlekken. Licht oranje
of citroengele mantel.
AARD : het is een vlijtige en schrandere hond, zoals zijn uitdrukking al verraadt. De Billy is een
gepassioneerde professional tijdens de jacht, maar echter nooit een held. Als huisdier is de Billy
gehoorzaam aan zijn meester, maar hij is nogal twistziek ten opzichte van zijn maatjes in de meute. Zijn
korte vacht heeft weinig verzorging nodig, maar biedt ook weinig bescherming tegen kou en doornige struiken.
BIJZONDERHEDEN : de Billy kan zich niet goed aan het stadsleven aanpassen. Het is een jachthond
en hij heeft grote, open ruimten nodig.
|