|
LAND VAN HERKOMST : België
GESCHIEDENIS
De Bloedhond heeft zo'n ongelooflijk reukvermogen, dat hij zeer oude sporen kan opnemen en uitwerken. In de
Verenigde Staten geldt identificatie door een Bloedhond zelfs als wettelijk bewijs. Aan het einde van een spoor
toont een Bloedhond zijn ware aard - meestal gedraagt hij zich vriendelijk tegen het opgespoorde dier. Dit is een
van de oudste brakken. De Bloedhond stamt rechtstreeks af van de Belgische
Sint-Hubertushond. Die werd ooit door monniken gefokt om verdwaalde pelgrims op te sporen. Deze forse,
eigenzinnige brak wil veel beweging, maar door zijn vriendelijke persoonlijkheid is hij voor kenners ook geschikt
als gezelschapshond.
IDEALE RASKENMERKEN
Schouderhoogte: reuen 63 tot 69 cm, teven 58 tot 63 cm. Gewicht : ongeveer 50 kg. Uiterlijk: krachtig, groot
lichaam; verend, slingerend gemakkelijk gangwerk. Kleur : black-and-tan, rood en tan of vaalrood (soms met
daskleur), een beetje wit op de borst, de voeten en de staartpunt is toegestaan. Hoofd: lang, nauw, met een lange
vierkante snuit; middelgrote ogen, ovale, goed sluitende oogleden; lange, dunne hangoren (kurketrekkeroor).
Staart: lang, loopt uit in een punt, hoog aangezet.
VACHT : gladhaar ( of korthaar ) grove structuur, m.a.w. korte dekharen met praktisch geen ondervacht.
Is de vacht rijp, dan wordt die wat droger en meestal lichter van kleur. De vacht lijkt in de verharingsperiode
niet meer zo goed aan te sluiten, alsof het haar bovenop komt te liggen. VERHARING : blokverharing.
DAGELIJKSE BEHANDELING : met varkensharen borstel, rubberen handschoen en fijne kam. GROTE
BEHANDELING : in de rui, meerdere keren bewerken met rubberen handschoen, waardoor alle losse haren verwijderd
worden. Niet wassen, of toch zo weinig mogelijk. Wel met een vochtige zeem over de vacht gaan. Ogen en oren
reinigen, indien nodig nagels knippen. Het teveel aan haar tussen de voetzolen wegknippen. VOOR- EN
NADELEN VAN DE VACHT : eenvoudig onderhoud. Geen klittenvorming. Wel zijn de losse haren moeilijk van kledij
en tapijten te verwijderen.
AARD : ondanks zijn formidabele kracht en volharing is dit geen moordenaar. Hij is één van de
vriendelijkste honden en het is aannemelijk dat hij een opgespoorde misdadiger met een pootje of een kwijlerige
kus begroet. Zijn evenwichtige aard is net zo plechtig als de lage noten van een kerkorgel, wat toevallig
ook zijn fantastische stem goed beschrijft. Hij komt nogal arrogant over, maar zijn hoffelijke manieren
maken dit meer dan goed. Deze wonderbaarlijke hond is zeker niet geschikt voor ruwe mensen. Hij is
aanhankelijk, verlegen, verdraagzaam, snel gekwetst en lief voor kinderen.
ACTIVITEIT : deze hond heeft veel beweging nodig.
OPVOEDING : de nieuwbakken bloedhond-eigenaar heeft veel geduld en tact nodig om de opvoeding te laten
slagen. Het belangrijkste is echter dat u altijd consequent blijft, want de bloedhond weet namelijk heel goed dat
hij u kan inpalmen met zijn melancholische blik en maakt hier dan ook graag gebruik van om zijn zin door te
drijven. Verlang op gebied van gehoorzaamheid niet te veel van hem. Het is en blijft een zachtaardig, eigenzinnig
dier, dat van natuur niet is voorbestemd om uw bevelen op te volgen. Belast de hond niet te zwaar, bijvoorbeeld
door lange wandelingen met hem te maken voordat hij volledig is uitgegroeid. De Bloedhond is een hond van formaat
die erg snel groeit en hij heeft dan ook al zijn energie nodig om sterke botten, pezen en gewrichten op te bouwen.
BIJZONDERHEDEN : de Bloedhond, ook al is zijn naam ontleend aan het Engels, Bloodhound, is volgens de
kynologie een oorspronkelijk Belgisch ras. Hij werd in de vroege Middeleeuwen gefokt door monniken in de kloosters
van Sint-Hubertus in de Ardennen. Maar zijn geschiedenis is nog ouder. De Sint-Hubertushond wordt beschouwd als
een directe verwante van de legendarische brakken van de Keltische stam van de Segusi‘rs. Directe verwantschap is
er ook met de Zwitserse brakken, met name met
de Bruno de Jura, die ook in een 'type Saint-Hubert' bestaat. De naam
Bloedhond is ontleend aan de manieren waarop deze hond werd gebruikt. Als geen andere hond spoort hij aangeschoten
wild op. Als zodanig was hij in de latere Middeleeuwen een welkom geschenk van de ene vorst aan de andere en had
hij invloed op veel brakkenrassen. Door kruisingen kwam ook het verval, alleen in Groot-Brittannië is hij in zijn
oorspronkelijke vorm bewaard gebleven. |