|
LAND VAN
HERKOMST : voormalig Joegoslavië
GESCHIEDENIS
Dit ras komt uit de noordelijke gebieden van centraal voormalig Joegoslavië. Het behoort tot de groep van
Joegoslavische Stovare-rassen en wordt net als de andere voor de jacht op haas, vos en wild zwijn gebruikt.
Het is een tamelijk krachtige hond met een ruwe en weelderige vacht en een harde en welluidende blaf. Buiten
het land van het herkomst komt hij niet voor. Het vernuft en aanpassingsvermogen van deze hond tijdens
de jacht kan worden toegeschreven aan een veelzijdige achtergrond. Het is geen 'zuivere' speurhond.
Deze Bosniër heeft iets van een zichthond en een paria in zijn bloed. Jagers uit de 19de eeuw streefden
naar een hond met scherpzinnige jachtkwaliteiten en een draadharige vacht om het gure weer en zwaar terrein te
kunnen weerstaan. Zelfs beren maken deel uit van zijn prooi. De Bosanski Ostrodlaki Gonic-Barak is een
krap middelgrote, licht rechthoekige hond, robuust, beweeglijk en volhardend.
IDEALE RASKENMERKEN
Hoofd : langgerekt, met een uitgesproken achterhoofdsknobbel, duidelijke voorhoofdsgroef en tamelijk
vlakke stop. Krachtige voorsnuit, weelderige snor en baard. Tamelijk breed en licht gewelfd voorhoofd,
duidelijke wenkbrauwen. Droge, maar tamelijk dikke lippen. Grote, zwarte of donkerbruine neusspiegel. Ogen :
groot, ovaal, kastanjebruin met een levendige uitdrukking. Oren : normaal aangezet, middellang en tamelijk
breed; vrij dik en met afgeronde punten. Gebit : schaargebit. Hals : krachtig, droog en gespierd, van normale
lengte. Lichaam : lange, diepe en tamelijk brede borstkas, goed gewelfde ribben, iets uitgesproken schoft,
brede en gespierde rug en lendenen, brede, licht hellende croupe en iets opgetrokken buiklijn. Ledematen :
tamelijk krachtige botten, normale hoeking van voor- en achterhand, goede bespierde benen en dijen, rechte en
evenwijdige voor- en achterbenen; de sprongen staan loodrecht op het grondoppervlak. Voeten : goed gesloten en
rond, zogenaamde kattenvoeten, met sterke en goed gepigmenteerde voetzolen. Staart : tamelijk grof en goed
behaard. Moet minimaal tot de punt van de sprong reiken. Gangwerk : vrij en krachtig. Vacht : dik, tamelijk
lang en ruw dekhaar en een dichte ondervacht. De vacht moet een ruige indruk maken. Kleur : de ondergrond is
tarwegeel, geelrood, aardegrijs of zwart. Witte aftekening op het hoofd ( ster of bles ), keel, borst, het
onderste deel van de benen evenals op de punt van de staart. Schofthoogte : voor reuen 46 tot 56 cm en teven
zijn iets kleiner.
AARD : de veelzijdigheid van het ras in het veld loopt ook door in zijn karakter. Het is een
goedaardige, zorgeloze metgezel die van het huiselijk leven net zo kan genieten als van het werk.
Sommige eigenaars waarschuwen ervoor de hond niet te lang zonder werk te laten zitten.
ACTIVITEIT : wanneer hij niet genoeg beweging krijgt, gaat hij sowieso andere manier zoeken om zijn
energie kwijt te raken. Zo kan het wel eens gebeuren dat hij vlijtig uw garage of bloementuin gaat
'reorganiseren'.
|