|
LAND VAN
HERKOMST : Italië
GESCHIEDENIS
De
Bracco Italiano ( of Italiaanse Pointer, Italian Setter ) heeft in Italië al een hele geschiedenis achter zich
en is waarschijnlijk de oudste van de Italiaanse Jachthonden. Het ras heeft zich al eeuwen kunnen ontwikkelen,
van de jacht met netten naar de jacht met geweren. Fresco's van de 14de eeuw tonen reeds zijn bestaan aan.
Hij is zeker de oudst overlevende en meest succesvolle van diegene die als Italiaanse Jachthond op de
voorgrond zijn getreden. Velen beweren zelfs dat hij dezelfde stam heeft als
de Segugio. Het meest
waarschijnlijke scenario is dat inheemse Italiaanse Hounds gefokt werden met oude Jachthonden. De honden
werden geselecteerd aan de hand van apport, reuk-, zwem- en andere bekwaamheden. De Bracco is in feite weinig
veranderd in de loop der jaren en, samen met de Segugio, blijft het één van de karakteristieke Jachthonden van
Italië. Dit ras heeft een specifieke gang bij het jagen. De hond zal in een verlengde en snelle draf lopen,
met geheven hoofd en de neus zo hoog dat deze hoger is dan de toplijn van de hond. Hij werd vooral
gebruikt voor de jacht op vogels ( patrijs, fazant en houtsnip ). De hond is hoekig gebouwd en zeer lenig. De
exemplaren die de voorkeur genieten zijn zonder franje en goed gespierd. Dit ras komt in onze contreien
heel weinig voor.
IDEALE RASKENMERKEN
De Bracco Italiano is sterk en harmonieus gebouwd. De honden die het meest geliefd zijn laten een fraaie
belijning zien, gecombineerd met goed ontwikkelde spieren en het markante, rasspecifieke hoofd dat mooi
gesneden moet zijn. Het lichaam is even
lang als het dier hoog is, of eventueel ietsje langer. De borst is breed, diep en goed tot de ellebogen met
goed ontwikkelde ribben. De buik is bijna recht en loopt achter de ribbenkast ietsje op. De lendenen zijn
breed en goed gespierd. De voorbenen zijn recht, sterk en goed gespierd. De hals is krachtig en is niet langer
dan 2/3 van de lengte van het hoofd. Er is een dubbele keelhuid aanwezig. Kleur : wit, wit met aftekeningen
variërend in grootte in een oranje of meer amberkleur, wit met kastanjekleurige aftekeningen en wit met
vaaloranje. Een symmetrisch masker wordt geprefereerd, maar afwezigheid van een masker wordt toegelaten. Hoofd
en schedel : het hoofd verhoudt zich als 4 tot 10 ten opzichte van de schofthoogte. Het midden van het hoofd
is precies op het punt waar een denkbeeldige lijn door de binnenste ooghoeken loopt. De breedte van de schedel
mag niet meer bedragen dan de helft van de hoofdlengte. De stop is niet erg duidelijk aangegeven. De
voorhoofdsgroef is zichtbaar. De snuit is recht of iets gewelfd. De lengte van de snuit bedraagt de helft van
de lengte van het hoofd. De neus is volumineus en groot, met goed geopende neusgaten. De kleur van de neus is
bruin of lichter, afhankelijk van de vachtkleur. De lippen zijn goed ontwikkeld en omhullen de kaak. Van voren
gezien hangen de lippen iets over de onderkaak. De ogen hebben een zachte uitdrukking. Ze zijn redelijk groot,
met ovaalvormige oogleden. De kleur van de ogen is donker, maar mag lichter zijn naar mate de vachtkleur
lichter is. De oren zijn goed ontwikkeld. Ze reiken tot aan de punt van de neus. De breedte van de oren is
minimaal half tot net zo breed als de lengte. De punten zijn iets gerond. Staart : is dik aan de basis, recht
en iets toelopend naar de punt. De staart is bedekt met kort haar. Als de hond in actie is zal de staart
horizontaal worden gedragen. Vanaf de staartpunt zal de staart op 15-25 cm worden ingekort. Voeten : de voeten
zijn sterk, licht ovaal van vorm en goed gebogen. De tenen gesloten met sterke nagels die goed gebogen tegen
de grond staan. Nagelkleur is wit, geel of bruin afhankelijk van de beharingskleur. Vacht : kort, dicht en
glanzend. Korter en fijner op het hoofd, de oren, voorzijde van de benen en voeten. De schofthoogte bedraagt
voor reuen 58 tot 67 cm en voor teven 55 tot 62 cm. Het gewicht ligt tussen de 25 en de 40 kg, afhankelijk van
schofthoogte.
AARD : de Bracco heeft zijn karakteristieke 'koppigheid' behouden, doordat hij in zijn geheel weinig is
veranderd. Als een echte Jachthond is hij in het veld licht opgewonden, maar houdt altijd het hoofd
koel. Naast zijn uitstekende kwaliteiten in het veld, maken zijn gedweeheid en zijn evenwichtigheid van
hem een plezierige en waardige metgezel. Deze hond sterk, betrouwbaar, begrijpend en zachtaardig van
karakter. Hij is gemakkelijk te trainen en is geschikt voor alle typen van jacht. De Bracco's zijn zeer
sociale honden en kunnen heel goed omgaan met andere huisdieren en met kinderen. Ook bezoek wordt hartelijk
ontvangen.
ACTIVITEIT : de Bracco Italiano is en blijft een werkhond. U dient hem dagelijks voldoende gelegenheid te
geven om zijn energie kwijt te raken. Het liefste heeft de hond een taak te verrichten.
OPVOEDING : deze hond moet consequent maar met een zachte hand
opgevoed worden. Een harde aanpak heeft op de hond een
tegenovergesteld effect.
|