





 |
LAND VAN
HERKOMST : Frankrijk
GESCHIEDENIS
De naam van de Braque de Toulouse et de l' Ariège ( of Ariège Pointer ) is even lang als het moeilijk is
om fotomateriaal over deze hond te vinden. In tegenstelling tot de meeste andere Franse Pointers die naar hun
omgeving werden vernoemd, stamt deze Braque d' Ariège niet af van de inheemse Hounds van zijn omgeving. Dit
weten we zeker, omdat de Hound van Ariège een zuivere ontwikkeling is uit de 20ste eeuw. De meest aannemelijke
theorie aangaande hun creatie is dat zij een oude kruising vertegenwoordigen tussen
de Spaanse Pointer en
de Bracco Italiano. De Ariège
ontving nieuw bloed tijdens de 20ste eeuw, voornamelijk van
de Braque Saint-Germain,
maar ook van de
Braque Français. De kruisingen resulteerden in een gladdere en snellere hond. De
Braque de Toulouse et de l' Ariège, die groot en levendig is, was eens een langzame en rustige jager, maar is
nu lichtvoetiger en eleganter. Hij blijft echter één van de grootste en krachtigste van de Franse Pointers.
Het is een grote, zeer waardige hond van edel ras en toch elegant ondanks zijn groot formaat en stoerheid.
IDEALE RASKENMERKEN
De schofthoogte gaat van 60 tot 67 cm en het gewicht bedraagt 25 à 30 kg. Hoofd : de schedel is eerder
smal dan rond; tamelijk breed en gewelfd, duidelijk zichtbare achterhoofdsknobbel. De neus is roze
of bruin, licht van kleur, met goed open neusgaten. Lange en rechte neusrug. Fijne lippen, naar beneden
gericht maar niet hangend; snuit een vrijwel vierkant voorkomen. Ogen : goed open, met een vrijmoedige en
intelligente uitdrukking. Oren : zeer fijn, met een vouw, enigszins naar achteren aangezet en staan van het
hoofd af. Hals : lang, elegant, sterk, met lichte keelhuid. Lichaam : brede en diepe borst die reikt tot de
elleboog. Tamelijk lange en licht gewelfde rug. Tamelijk lange lendenen, gewelfd, gespierd en vrij breed. Het
kruis is enigszins hellend. De flanken zijn plat en vrij goed gewelfd. Staart : lang en tamelijk laag
aangezet; wordt heel dikwijls ingekort. Ledematen : rechte schouders, enigszins plat en breed; onderbeen is
recht en heeft sterk bot; vrij lange en iets schuine middenvoeten. Rechte, goed gewelfde en gespierde dijen;
sterke sprongen. Hazenvoeten. Vacht : fijn en niet glanzend. Kleur : wit met onregelmatig geplaatste oranje of
kastanjekleurige vlekjes, die soms alleen op de huid voorkomen. Bij sommige exemplaren komen alleen de vlekjes
voor.
AARD : deze hond kan soms behoorlijk koppig zijn. Zijn baas moet een relatief dominante persoonlijkheid
hebben. Hij is behoorlijk intelligent en reageert goed op de juiste training. Indien hij van jongsaf
goed wordt aangepakt, maken zijn elagantie, zijn evenwichtig temperament en zijn mooie vacht hem tot een fijne
gezelschapshond.
ACTIVITEIT : deze hond vraagt de nodige ruimte en lichaamsbeweging.
OPVOEDING : deze hond heeft een heel consequente opvoeding en een vastberaden eigenaar nodig. |
|
|
|