





 |
LAND VAN
HERKOMST : Frankrijk
GESCHIEDENIS
De Braque Français de Petite Taille ( of Kleine Franse Pointer, Braque Français-Type Gascogne ) behoort
tot de rassengroep van de Continentale Staande Honden van het Brak-type. De kleinere Braque Français is, net
als de Braque Français de Grande
Taille, ontwikkeld uit
de Spaans Pointer en waarschijnlijk ook uit
de Italiaanse Pointer. Deze
hond is een meer verfijnde versie van het Pyrenee-type Braque Français en werd gehouden in de Franse Gascogne
regio. Zijn stijl van jagen is ook met een opgeheven neus en hij is bijzonder geschikt voor de jacht op dicht
begroeid terrein of op ruwe moerasgrond. Door zijn afmetingen is deze hond een beweeglijke en lenige jager.
Hij is het resultaat van lang en zorgvuldig selectief fokken. Hij heeft een groot uithoudingsvermogen en
een geweldige bedrijvigheid. Vroeger kwam hij in heel Frankrijk zeer veel voor, maar tegenwoordig wordt
hij vooral in zuidwest Frankrijk gebruikt, waar hij sterk wordt gewaardeerd om zijn specifieke eigenschap
'reeds bij de geboorte afgericht te zijn'. De Petite Taille is ook bekwaam in het apporteren van wild.
Algemeen gezien bezit hij dezelfde kenmerken als zijn grote broer, uitgezonderd de kleinere afmetingen en een
algemene lichtheid die hem van 'de standaardmaat honden' onderscheidt. Hij heeft het voorkomen van een zeer
gespierde, doch niet te zware plattelandshond.
IDEALE RASKENMERKEN
De schofthoogte ligt tussen de 47 en de 56 cm, bij voorkeur 50 tot 55 cm. Het gewicht gaat van 17
tot 25 kg. Hoofd : de schedel van deze kleine Braque Français is korter dan die van de grote. De lippen zijn
minder hangend en verlenen de snuit een minder vierhoekig voorkomen. De neusrug kan licht gewelfd zijn. Ogen :
identiek met de grote Braque. Oren : hoger aangezet dan bij de grote hond, iets korter en nauwelijks gevouwen.
Hals : weinig of geen keelhuid. Lichaam : de rug is korter en de buik is meer opgetrokken. Ledematen : de
benen zijn droger en harder; de dijen minder schuin. Voeten : droger en compacter. Staart : dun, moet
gecoupeerd of van nature kort zijn. De vacht : het haar is fijner en korter dan bij de Grande Taille. Kleur :
wit met meer of minder donkerbruine vlekken, met of zonder schimmelvlekken; ofwel geheel schimmel; ofwel effen
bruin of met bruin aan het hoofd, de borst en de ledematen; ofwel wit met kaneelkleurige vlekken en soms effen
kaneelkleurig. Enige aftekeningen van een lichtere kleur moeten voorkomen boven de ogen, op de wangen en op de
benen, met dezelfde vlekken op de buik of op de borst.
AARD : het is een gehoorzame en respectvolle jachtmetgezel, met waardige mogelijkheden en betrouwbare
aard. Hij is makkelijk te verzorgen. Eigenaars vertellen dat hij machtig is om in huis te hebben, maar
zoals het een echte jachthond betaamt, is hij natuurlijk ook graag buiten. Hij is levendig,
intelligent, goedaardig en heeft een uitstekend reukvermogen.
ACTIVITEIT : ook deze hond is en blijft een jachthond en heeft zodoende de nodige ruimte en beweging
nodig. |
|
|
|