







 |
LAND VAN
HERKOMST : Denemarken
GESCHIEDENIS
De Denen accepteerden
de Engelse Mastiffs,
die zij van het Engelse koninklijk huis cadeau kregen, net zoals zij de Duitse Mastiff hadden geaccepteerd van
het Duitse koninklijk huis. De Deense Broholmer is dan ook het resultaat van een kruising tussen de
Engelse Mastiff en de 'inheemse hond', die zij al eerder uit Duitsland hadden gekregen. Het ras is
waarschijnlijk ontstaan ergens in de 19de eeuw. Dit waren robuuste honden die in heel Denemarken
jarenlang bijzonder populair waren. Maar de oorlogsjaren veranderden het aanzicht van Europa en
veranderde ook de praktische kant van het houden van een hond met zo'n 'grote eetlust'. Pas in 1970
werden opnieuw inspanningen gedaan om het ras te behouden. Momenteel bestaan er nog ongeveer een
zeshonderdtal exemplaren van dit ras, waarvan 95 % in Denemarken. Tot voor kort mocht het ras niet worden
uitgevoerd, zodat deze hond in onze contreien een ware zeldzaamheid is. De huidige basis van het ras is
kleiner, maar het type staat stevig op zijn benen. De verzorging van de Broholmer is zeer veeleisend en
vraagt dus veel aandacht van de eigenaar. Deze hond is erg op 'eigen mensen' gericht en moet intensief
begeleid worden. De Broholmer of Deense Mastiff werd internationaal erkend vanaf 1 januari 1998.
IDEALE RASKENMERKEN
Schofthoogte : reuen minimaal 75 cm en teven minimaal 70 cm. Het gewicht varieert tussen de 55 en de 75
kg. Het verschil tussen reuen en teven is erg duidelijk. Het karakteristieke van de Broholmer is zijn
brede en sterke voorborst. Het hoofd wordt normaal niet hoog gedragen, maar enigszins laag. De hals is sterk
en zwaar, licht gebogen. De rug is
lang met iets aflopende croupe. De voorbenen zijn sterk en krachtig, de bovenbenen bespierd. Van voren gezien
zijn de benen recht. De achterbenen zijn goed gehoekt en bespierd. Kleur : goud ( reebruin, gestroomd )
met een donker masker, of zwart, met witte aftekening op de borst, voeten en eventueel staartpunt. Hoofd
en schedel : relatief breed en groot; het voorhoofd is hoger dan de neus, maar loopt parallel. Voorhoofd
is erg breed en sterk; neus is kort en dik met afhangende lippen. De bovenkaak heeft dezelfde lengte als de
onderkaak. De spieren van de kaak zijn sterk ontwikkeld, de keelhuid vol en veel. Kleine oren, vrij hoog
geplaatst. De ogen zijn rond, niet te groot met een slimme uitdrukking. De kleur van de ogen varieert van
donker bruin tot donker amber. De staart is breed aan de aanzet. De beharing op de staart mag niet
sterker zijn aan de onderzijde dan aan de bovenzijde. Krachtige voeten met gesloten tenen. Vacht :
stokharig, dicht tegen het lichaam aangelegen.
AARD : de Deense Broholmer is waaks, trouw en niet vlug bang te krijgen. Het is een vriendelijke,
vrolijke en kalme hond die goed kan afgericht worden, maar zijn afmetingen en kracht eisen echter een baas die
zeker van zijn stuk is en de mogelijkheid heeft om de hond de nodige training, oefening en discipline te
geven.
ACTIVITEIT : tot de leeftijd van anderhalf jaar geef je de hond liefst niet teveel activiteit, in
verband met zijn enorme groei. Aangeraden wordt, dit tot zeven maanden op te bouwen met vijf minuten per
wandeling/per levensmaand. M.a.w. een hond van 3 maand maximaal 15 minuten per wandeling. Ná 7 maanden niet
langer dan anderhalf uur en pas na anderhalf jaar volledig belasten. In verband met explosieve groei niet
belasten door met frisbees en balletjes te laten spelen.
OPVOEDING : de opvoeding dient consequent te gebeuren, maar zeer vriendelijk. De opvoeding kost veel
tijd aangezien de Broholmer zo laat volwassen wordt. Je mag niet té jong té veel van hem verwachten. Ze leren
wel makkelijk en wat zij eenmaal geleerd hebben vergeten ze nooit meer. |
|
|
|