





 |
LAND VAN
HERKOMST : Zwitserland
GESCHIEDENIS
De Jura Laufhund ( Jura Hound of Bruno de Jura ) is één van
de vier Zwitserse Brakken. Dit ras onderscheidt zich niet alleen
door zijn kleur van de andere drie varianten, maar ook door zijn type dat zwaarder is dan dat van de andere
drie. De Jura Laufhund werd gebruikt voor de jacht op de vos en de ree, en is nauw verwant aan de Hubertushonden.
Vooral zijn overmaatse oren en zijn behoorlijke schedel zijn vergelijkbaar met deze Belgische Hound. De
Bruno heeft echter ook veel weg van de Franse Hounds. Het ras is uitermate geschikt voor de jacht in de
bergen en heeft een sterk ontwikkelde reukzin. Deze hond heeft een reputatie op te houden als vinder van
wild en een ongelofelijk energieke jager. De Jura Laufhund brengt een typisch langgerekt gehuil voort
tijdens de jacht, dat pas op 3 tot 4 jarige leeftijd vol is qua sterkte. Dertig tot veertig jaar geleden
bestonden er nog twee typen van de Jura Laufhund: het Hubertustype en het Brunotype.
Momenteel bestaat alleen nog het Brunotype, waarvan vooral in Zwitserland naast een zwaar type ook nog een
lichtere wordt gefokt. Het zijn plezierige jachthonden die zeer spoorvast zijn.
IDEALE RASKENMERKEN
Schofthoogte : reuen en teven van 45 tot 55 cm, met een gewicht van 15 à 20 kg. De Bruno de Jura,
die laag bij de grond leeft, is een verlengde, robuuste kleine bergbewoner. Het is een rechthoekig
gebouwde hond, met een lange en brede rug, en een diepe en sterk ontwikkelde borstpartij. Hij heeft
krachtige lendenen. De benen zijn recht met sterke botten. Sterk gespierde dijbenen. De hals is lang en breed
met keelhuid. Kleur : éénkleurig geel tot roodbruin, ook met klassiek zwart zadelpatroon, of zwart met
geelrode aftekeningen ( aan ogen, wangen en aan de onderzijde van het lichaam ), soms met een kleine witte
borstvlek. Hoofd en schedel : een massief hoofd, en een brede en gewelfde schedel. De
stop is duidelijk aangegeven, evenals de achterhoofdsknobbel. Een lange en brede snuit met sterk
ontwikkelde lippen. Opvallende plooi in het voorhoofd. Goed geopende neusgaten. Donkere ogen
met een ietwat melancholische uitdrukking. De oren zijn laag en enigszins achter op het hoofd aangezet,
groot en zwaar, breed in het midden, in plooien vallend en aan de onderzijde afgerond. Schaargebit.
Staart : tamelijk lang, uitlopend in een punt. Tamelijk hoog, doch nooit over de rug gedragen. Voeten :
rond en gesloten met harde voetzolen. De vacht is kort en dik. Hij heeft een vreedzame en
verleidelijk goedaardige gelaatsuitdrukking.
AARD : hoewel deze hond een hardnekkige en toegewijde jager is, zorgt zijn innemende, beminnelijke
manier van doen ervoor dat hij een zeer gewaardeerde huispartner is. Het is een plezier om hem in huis
te hebben en hij houdt zich met minimale instructies keurig aan de huisregels. Het is een levendige,
waakse en alerte vriend, met een vriendelijk en zachtaardig karakter.
ACTIVITEIT : deze hond heeft veel beweging nodig. |
|
|
|