|
LAND VAN HERKOMST : China
GESCHIEDENIS
De Chinese Shar-Pei of Chinese Vechthond heeft niet alleen een bizar uiterlijk, ook zijn geschiedenis is
bijzonder. Hij is in zijn aard een kruising tussen
de Mastiff en
de Poolhond. Shar-Pei's en
Chow Chows hebben beide een donkerblauwe tong en
kunnen van dezelfde afstamming zijn. In Zuid-China zijn deze rassen al sedert de Han dynastie ( rond 200 voor
Christus ) bekend. Het waren vechthonden, die optraden als gladiatoren in arena's voor het vermaak van het
publiek. Daarnaast had hij verschillende taken, zoals beschermhond. De rimpels in het vel gaven bescherming
tijdens gevechten en scrupuleuze eigenaars zouden ze drugs hebben gegeven om hun uithoudingsvermogen te vergroten.
Politieke onrust tijdens de communistische revolutie bedreigde het voortbestaan van het ras, maar fokkers in Hong
Kong en Taiwan hielden vol. Het verbod op het houden van huisdieren op het vasteland van China en de absurd hoge
hondenbelasting in 1947 zorgde ervoor dat het ras met uitsterven bedreigd was. Maar Matgo Law, een bezorgde
en gedreven fokker, was in staat de interesse van het Westen te wekken en kon het ras zo van een zekere ondergang
redden. Shar-Pei's zijn lieve honden, maar aan de overvloedige rimpels zijn wel diergeneeskundige nadelen
verbonden. Je moet bijvoorbeeld speciaal aandacht besteden aan de oogleden van deze hond, want die durven
wel eens naar binnen krullen ( entropion ). Zodra de ogen geïrriteerd raken is een bezoek aan de dierenarts
noodzakelijk. De letterlijke vertaling van het woord Shar-Pei is 'zand-huid'.
IDEALE RASKENMERKEN
Schofthoogte : reuen en teven 46 tot 51 cm. Gewicht : 16 tot 21 kg. Uiterlijk : vierkant, evenwichtig
lichaam; vrij, krachtig gangwerk. Vacht : recht, zeer kort, hard, met losse huid in rimpels, vooral op het hoofd
en de nek. Kleur : alle effen kleuren, met of zonder donkerder kleurnuance op de rug en de oren. De vacht is zeer
hard van structuur en hoort zeer kort en borstelig te zijn ( horsecoat ). Er is ook een variëteit met wat langer
haar ( de zogenaamde brushcoat ), maar hier wordt niet de voorkeur aan gegeven. Toegestane kleuren zijn zwart,
bruin, rood en fawn. Een crèmekleurige vacht komt ook voor, maar wordt niet op prijs gesteld. Er mogen lichtere
tinten in de vacht voorkomen, maar nooit wit of bont. Shar-Pei’s hebben een blauwe tong en blauw pigment.
Hoofd : vlakke schedel met stompe, korte snuit; kleine, donkere, amandelvormige ogen; kleine, dikke, driehoekige,
naar voren gevouwen oren ( knopoor ). Staart : hoog aangezet, dik, dun toelopend, stijf gekruld over de heup
gedragen. De achtervoeten hebben geen Hubertusklauwen.
VACHT : stokhaar ( kort stokhaar ), met andere woorden 3 tot 6 cm lange, stevige haren met of zonder
ondervacht. VERHARING : blokverharing. DAGELIJKSE BEHANDELING : met een grove kam en
borstel de losse haren verwijderen. GROTE BEHANDELING : wanneer de vacht verhaart, ziet men tegen de
tijd dat de hond gaat verharen kleine pluisjes wol uitsteken. Dat is het teken dat de hond echt aan het verharen
is. De loszittende ondervacht kan men met een herdersharkje verwijderen. Enkel wassen indien echt nodig.
VOOR- EN NADELEN VAN DE VACHT : vraagt weinig onderhoud, maar wel veel losse haren in huis.
AARD : de Shar-Pei is alert en waardig, vriendelijk tegen zijn bondgenoten, maar is over het algemeen
afstandelijk en onafhankelijk. Zijn gefronste uiterlijk is geen goede indicatie van zijn houding : normaal
gesproken geniet hij zeer van menselijk gezelschap, en hij is zeer trouw. Maar deze hond is niet voor
iedereen weggelegd, hoe onweerstaanbaar hij ook lijkt. Shar-Pei's hechten zich maar aan één persoon en
kunnen soms minder hartelijk zijn.
ACTIVITEIT : deze hond heeft geregelde beweging nodig.
OPVOEDING : de opvoeding moet zeer consequent gebeuren. Wanneer u in de ogen van de hond te onzeker, te
wispelturig, te zacht of te toegeeflijk bent, zal deze binnen de kortste keren de rollen in huis omdraaien. De
Shar-Pei vraagt om een baas die stevig in zijn schoenen staat. |