










 |
LAND VAN HERKOMST : Engeland
Varianten : Engelse / Amerikaanse
GESCHIEDENIS
In
de eerste plaats maken we een onderscheid tussen de
Engelse en de Amerikaanse Cocker Spaniel.
Al in de 14de eeuw bestond een groot aantal verschillende Spaniels. In de 19de eeuw waren er zo veel, dat ze in
verschillende typecategorieën moesten worden ingedeeld. 'Cockers' waren de kleinere slagen.
De King Charles Spaniel
werd als dwergras ingedeeld, omdat hij vooral als gezelschapshond werd gehouden. De Cocker Spaniel was een echte
werkhond. De Amerikaanse Cocker Spaniel is nauw verwant aan de Engelse Cocker Spaniel, omdat hij uit dat ras is
ontstaan, nadat het in de jaren tachtig van de 19de eeuw naar Amerika kwam. Tegenwoordig worden Engelse Cocker
Spaniels en Amerikaanse Cocker Spaniels als verschillende rassen beschouwd. De Amerikaanse Cocker Spaniel is de
kleinste van de Amerikaanse 'sporting group'. De rasnaam kan zijn afgeleid van het talent dat het ras had voor het
jagen op de houtsnip (woodcock), hoewel Cocker Spaniels de jagers ook op andere manieren behulpzaam zijn geweest.
Ze sporen wild op en stoten het uit de dekking, zitten tijdens het schot en apporteren alleen op commando. Hieruit
blijkt hoe veelzijdig ze zijn. Ook tijdens veldwedstrijden hebben Cocker Spaniels hun sporen verdiend. Hoewel ze
van oorsprong jachthonden zijn, leven ze tegenwoordig vooral als gezelschapshond. Met name de Amerikaanse Cocker
Spaniel heeft een fraai uiterlijk. De overvloedige vacht moet dagelijks worden gekamd en geborsteld en goed worden
onderhouden, vooral als de hond ook nog op hondenshows wordt ingeschreven.
IDEALE RASKENMERKEN
De Engelse Cocker verschilt van de Amerikaanse in onder andere grootte en hoofdtype.
De Engelse Cocker :
schofthoogte:
38 tot 41 cm. Gewicht : tussen de 12 en de 16 kg. Uiterlijk: stoer, compact lichaam; soepel,
evenwichtig gangwerk. Vacht : zijdeachtig, recht of gegolfd; kort op het hoofd, lang op het lichaam. De oren zijn
ook bedekt met een lichte bevedering. Kleur : roodbruin, leverkleurig, zwart, black and tan, wit met zwarte,
rode of leverkleurige vlekken (al dan niet met tankleurige aftekeningen), blauwschimmel, oranjeschimmel,
leverschimmel (al dan niet met tankleurige aftekeningen). Hoofd: ronde schedel met een korte, vrij brede
snuit; donkerbruine, enigszins amandelvormige ogen; lange, laag aangezette bevederde hangoren. Staart: ingekort.
De Amerikaanse Cocker :
is
een stukje kleiner dan de Engelse Cocker Spaniel. Schofthoogte : 35 tot 38 cm. Gewicht : 11 tot 12,5
kg. Het is een kleine jachthond die stevig en compact gebouwd is. Zijn zuiver besneden en verfijnde
hoofd is zijn meest aantrekkelijke kenmerk. Hoewel hij klein is, zorgen zijn gespierde benen voor
aanzienlijke snelheid en uithoudingsvermogen. De schedel is gewelfd en de kaken steken niet uit. De
ogen zijn rond, hoewel ze door de oogranden amandelvormig lijken. De oren zijn lobvormig ( hangend oor ) en
zijn goed bevederd. De vacht is lang, zijdeachtig en overvloedig. De kleur kan effen zwart zijn, ook
zwart met een tan tekening. elke andere effen kleur, waarbij tan tekening toegestaan is; of veelkleurig ( bont
valt onder veelkleurig ).
VACHTVERZORGING
De vachtverzorging voor de Engelse en de Amerikaanse Cocker is identiek en intens. De vacht bestaat uit kort
zijdehaar met bevedering; m.a.w. de dekharen op de rug zijn zijdeachtig. Er komen praktisch geen wolharen voor. In
de ruiperiode komen ze los te zitten : blokverharing. Naar de borst en de achterzijde van de poten toe,
overgroeien de wolharen de dekharen en vormen de bevedering : mozaïekverharing. DAGELIJKSE BEHANDELING :
met
een zachte borstel de losse haren van de rug uithalen. De bevedering met een grove kam uitkammen. GROTE
BEHANDELING : minstens vier maal per jaar hebben deze honden een verzorging nodig in het trimsalon, waar de
vacht getrimd en geëffileerd wordt volgens het ras. VOOR- EN NADELEN VAN DE VACHT : de bevedering
vraagt een regelmatige uitkambeurt. Tamelijk veel losse haren in huis. De vacht van de Cocker begint al snel
te klitten als die niet regelmatig wordt geborsteld en gekamd. De Cocker moet regelmatig worden geplukt,
waarbij het overtollige haar bovenop de kop, onder de oren en in de nek wordt geëffileerd.
AARD : Cockers zijn vrolijke, vriendelijke honden, altijd in beweging, aanhankelijk en bereid om te leren.
De Cocker is een doelmatige werker en onverslaanbare metgezel. Hoewel hij nog altijd een effectief
jagershulpje wordt genoemd, ziet de Cocker zeker meer in gezelschap en vermaak, dan in het veldwerk. Het is
een zeer intelligente hond die houdt van affectie krijgen en geven. Hij is nieuwsgierig, past zich
gemakkelijk aan en is lief voor kinderen.
ACTIVITEIT : het spreekt voor zich dat deze actieve rassen veel beweging nodig hebben. Ze
houden van een spelletje en zijn vanzelfsprekend een goede keus voor de jacht. Met deze hond kan je uren
wandelen gaan, maar ook op behendigheids- of flyballwedstrijden komen ze goed voor de dag. |
|
|
|