|
LAND VAN
HERKOMST : Duitsland
GESCHIEDENIS
De
Duitse Brak is één van de vele Brakkensoorten die wij tegenwoordig
kennen. De Duitse Brak (of Deutsche Sauerland Bracke, Deutsche Bracke,
Duitse Hound) wordt in Duitsland ook wel 'Olper Brak' genoemd, hoewel
deze naam de laatste jaren minder wordt gebruikt. De rasstandaard voor
dit ras werd in 1955 in Olpe vastgesteld door de Deutsche Brackenclub.
Van de vroeger talrijke Brakkenrassen is in Duitsland slechts
de
Westfälische Bracke
(Westfaalse Brak) bewaard gebleven.
Door samengaan van de driekleurige Sauerlander Holzabracke met
plaatselijke Steinbracken ontstond een eenheidstype dat sinds
1900 "Deutsche Bracke" ( Duitse Brak ) genoemd wordt. Men beweert ook
dat hij afstamt van karakteristieke Keltische Hounds, die warme sporen
volgden. Alleen de Duitse Brak bestaat nog als herinnering aan het type
Hounds wat in die streek ooit talrijk floreerde. In Duitsland wordt
vooral gefokt op jachteigenschappen. De oude Duitse Brak werd gebruikt
als speurhond naar koude en warme sporen in de bossen van Duitsland,
waarbij het het nodige geluid kon maken, maar het op bevel ook kon
laten. In hoofdzaak werd de hond gebruikt voor het luid achtervolgen
van het wild. De Duitse Brak is een prettige hond in huis. Het is een
rustige hond die pas buiten echt actief wordt.
IDEALE RASKENMERKEN
Schofthoogte : reu en teef: 40 tot 53 cm, een kleine overschrijding
is toegelaten. De Duitse Brak is een lichte, hoogbenige, elegante maar
krachtig gebouwde jachthond met een edel, verhoudingsgewijs licht hoofd.
Het lichaam is matig lang, met zeer diepe borst die reikt tot onder de
ellebogen en licht gewelfde ribben. De rug is licht gewelfd met iets
aflopende croupe. De buik is licht opgetrokken. Deze Brak heeft lange,
dunne doch sterke benen. De schouders zijn droog en de ellebogen goed
aangesloten. De achterbenen zijn lang en goed gehoekt, de dijen breed en
vol. Matig lange en in verhouding tot het hoofd sterke hals.
Kleur : rood tot geel met zwart zadel of mantel en witte
brakkenaftekeningen (doorlopende bles op het hoofd, witte snuit met
halskraag, waarbij een doorlopende witte halskraag geprefereerd wordt,
witte borst, witte staartpunt en voeten). Hoofd en schedel : het hoofd
is licht, droog en langgerekt. De bovenschedel is licht gewelfd. Zeer
geringe stop. De neusrug is zeer licht gewelfd. De lippen hangen slechts
licht over. De lengte van het hoofd bedraagt ongeveer 21 cm, waarvan de
voorsnuit 9 cm in beslag neemt. De snuit is maar weinig langer dan de
schedel. Over de neus loopt een lichte streep. De ogen zijn bruin met
een heldere, vriendelijke uitdrukking. Tamelijk lange, brede en
vlakhangende oren. Schaargebit. Staart : lang, aan de wortel niet
bijzonder sterk. Verhoudingsgewijs dik, door onder andere de sterke
beharing die als bescherming fungeert. De staart loopt spits toe en
wordt hangend gedragen of in een lichte boog naar boven. Voeten : langer
dan kattevoeten, met goed gesloten tenen. Beharing : relatief lang,
grof, bijna stokhaar en zeer dicht. Ook de buik is dicht behaard. Aan de
onderzijde van de staart is de beharing meestal iets langer.
AARD : dit is een uitgesproken jachthond en er is weinig interesse
om dit dier als showhond of als huisdier te houden. Volgens jagers kent
deze hond in het veld geen begrenzingen. Hij heeft veel geduld en kan
zelfs getraind worden om te apporteren. Binnenshuis is het een lieve,
rustige en gehoorzame hond, maar buiten is het een fervent jager.
ACTIVITEIT : een Brak heeft veel lichaamsbeweging nodig. Dit kan
een vrije wandeling zijn, of trainen met de hond. Als de hond de
leeftijd van één jaar bereikt heeft kunt u ook met hem gaan fietsen.
Een half uur tot drie kwartier volstaan. Laat de hond niet loslopen in
de buurt van verkeer. Als hij een geur in zijn neus krijgt, vergeet hij
alles om zich heen en let hij niet meer op de auto’s.
OPVOEDING : u kunt het aangenaam karakter van de hond behouden,
wanneer u hem met aandacht en zorg opvoedt. Consequent zijn is echter
heel belangrijk. Met het belonen van goed gedrag wordt meer bereikt dan
met het bestraffen van verkeerd gedrag. Het is belangrijk, dat baas en
pup volkomen aan elkaar wennen en wederzijds vertrouwen opbouwen. Ook is
het aan te bevelen een puppycursus te gaan volgen. |