|
LAND VAN HERKOMST : Duitsland
GESCHIEDENIS
De Duitse Dog ( of Deense Dog, German Boarhound, Alano, Dogo Aleman ) stamt af van de alauns, grote honden van de
Alanen, een Iraans volk, dat tijdens de Grote Volksverhuizing ( 5de eeuw ) in Europa terecht kwam. De alauns waren
stevige dogachtigen, waarvan een bepaald type voor de jacht en een ander type als waak- en verdedigingshond werd
gebruikt. Door inkruising van windhonden (Greyhound)
zou de Duitse Dog sneller en iets lichter van bouw zijn geworden. Ze werden ook wel de Apollo onder de honden
genoemd. Duitse Doggen werden zowel als waakhond, maar ook als gezelschapshond een legende. Als ze goed zijn
gesocialiseerd, zijn ze kalm en waardig.
IDEALE RASKENMERKEN
Schofthoogte: reuen minstens 80 cm, liefst groter; teven minstens 72 cm, liefst groter. Gewicht : 45 kg en meer.
Uiterlijk: imposant, gespierd lichaam; uitgrijpend, verend gangwerk. Vacht : zeer kort, dicht, glad aanliggend,
glanzend. Kleur : er zijn drie kleurslagen. De eerste is geel en geelgestroomd met een zwart masker; de
tweede is zwart ( met eventueel een klein beetje wit ) en wit met zwarte vlekken ( deze variëteit heet ‘harlekijn’
en is de enige waarbij blauwe ogen zijn toegestaan en een gedeeltelijk vleeskleurige neus ), en de derde is blauw.
Bij de Mantledog ligt het zwart als een mantel over de hond heen, waarbij de borst, hals, bles, buik, poten en
staartpunt wit zijn. Bij de Platendog wordt de mantel onderbroken door wit. Deze laatste twee kleuren worden niet
in elk land erkend en worden gerekend tot de zwarte kleurslag. De kleurslagen worden onderling niet door elkaar
gefokt. Hoofd: vlakke schedel met een lange, vierkante snuit; amandelvormige, donkere ogen; oren
traditioneel gecoupeerd, of ongecoupeerd. Staart: niet te lang, puntig toelopend, niet te ver boven de ruglijn
gedragen.
VACHT : gladhaar ( of korthaar ) grove structuur, m.a.w. korte dekharen met praktisch geen ondervacht.
Is de vacht rijp, dan wordt die wat droger en meestal lichter van kleur. De vacht lijkt in de verharingsperiode
niet meer zo goed aan te sluiten, alsof het haar bovenop komt te liggen. VERHARING : blokverharing.
DAGELIJKSE BEHANDELING : met varkensharen borstel, rubberen handschoen of fijne kam. GROTE
BEHANDELING : in de rui, meerdere keren bewerken met rubberen handschoen, waardoor alle losse haren verwijderd
worden. Niet wassen, of toch zo weinig mogelijk. Wel met een vochtige zeem over de vacht gaan. Kijken of er vuil
in de ogen zit en reinigen, oren reinigen en indien nodig nagels knippen. VOOR- EN NADELEN VAN DE VACHT :
zeer eenvoudig onderhoud. Geen klittenvorming. Wel zijn de losse haren moeilijk van kledij en tapijten te
verwijderen.
AARD : of u ja dan neen de juiste baas bent voor een Deense ( Duitse ) Dog, hangt af van de afmetingen van
uw huis, tuin en portemonnee. Het is voor de hond belangrijk dat hij helemaal betrokken is bij de routine
van het gezin - vooral tijdens etenstijd ! Velen geloven dat de hond te lief is om als waakhond te dienen,
hoewel zijn afmetingen en kracht hem daartoe wel in staat stellen, indien hij daartoe is afgericht natuurlijk.
Hij is levendig, vriendelijk, schrander, aanhankelijk, goed in omgang met andere dieren, maar terughoudend
tegenover vreemden.
ACTIVITEIT : regelmatige lichaamsbeweging is vereist. De Duitse Dog past zich echter aan wanneer hij over
wat minder ruimte beschikt, mits hij ruim de gelegenheid krijgt om te bewegen !
OPVOEDING : de Duitse Dog groeit in een zeer korte periode op tot een extreem grote hond. U moet de hond
daarom al op zeer jonge leeftijd leren dat hij niet aan de lijn mag trekken. Voed hem met veel begrip en in een
harmonieuze omgeving consequent op. Duitse Doggen zijn erg gevoelig voor de intonatie van uw stem en vaak is een
vriendelijk verzoek dan ook voldoende om de hond te laten doen wat u wilt. |