|
LAND VAN HERKOMST : Duitsland
GESCHIEDENIS
In bouw en kleur lijkt de Duitse Pinscher of kortweg 'Pinscher' wel wat op een
Dobermann. Hij heeft dan ook aan het ontstaan van dat ras bijgedragen en is
bovendien verwant aan de Dwergpinscher en de
verschillende Schnauzers. Andere bronnen beweren dat hij een latere
representatie is van de oude Black and Tan-Terriėr,
die in Duitsland enkele veranderingen heeft ondergaan. Vroeger waren Pinschers en Schnauzers erf- en
stalhond en waakse ongedierteverdelgers. Pinschers trokken altijd op met de mens. Dat weerspiegelt zich in hun
karakter. Ze zijn erg aan mensen gehecht, leren gemakkelijk en willen zich graag met alles bemoeien. Het zijn
felle waakhonden met veel energie en bewegingsdrang. Na de Tweede Wereldoorlog dreigden ze bijna te verdwijnen.
Maar dankzij de inspanningen van Werner Jung en andere liefhebbers, heeft de Pinscher toch een plaatsje als
gezelschapshond weten te veroveren.
IDEALE RASKENMERKEN
Schofthoogte: reuen ongeveer 50 cm en teven ongeveer 45 cm. Het gewicht bedraagt een 11,5 tot 16 kg.
Uiterlijk: harmonieus, vierkant, gespierd lichaam; energiek gangwerk. Vacht : kort, dik, glad en glanzend, met
duidelijke tan-aftekeningen. Kleur : effen bruin in verschillende tinten tot hertenrood of tweekleurig,
zwart met rode of bruine aftekening op gezicht, hals, borst en benen. Hoofd: vlakke schedel en lange, wat stompe
snuit; donkere, ovale middelgrote ogen; traditioneel gecoupeerd, in Nederland intact, hoog aangezet, naar voren
gevouwen (ongecoupeerd). Staart: hoog aangezet, tot op drie wervels ingekort, hoog gedragen.
VACHT : gladhaar of korthaar - grove structuur, m.a.w. korte dekharen met praktisch geen ondervacht. Is de
vacht rijp, dan wordt die wat lichter en droger. De vacht lijkt in de verharingsperiode niet meer zo goed aan te
sluiten, alsof het haar bovenop komt te liggen. VERHARING : blokverharing. DAGELIJKSE BEHANDELING
: met varkensharen borstel, rubberen handschoen of fijne kam. GROTE BEHANDELING : in de rui,
meerdere keren bewerken met rubberen handschoen, waardoor alle losse haren verwijderd worden. Niet wassen, of toch
zo weinig mogelijk. Wel kun je af en toe met een vochtige zeem over de vacht gaan. Kijken of er vuil in de ogen
zit en reinigen, oren reinigen en de nagels knippen indien nodig. VOOR- EN NADELEN VAN DE VACHT :
zeer eenvoudig onderhoud. Geen klittenvorming. Wel zijn de losse haren moeilijk van kledij en tapijten te
verwijderen.
AARD : de Britse Kennel Club, die het ras in de groep van de werkhonden en niet in de groep van de Terriėrs
heeft ingedeeld, beschrijft de Pinscher als een bedaarde en levendige hond. Hij is speels, trouw en is een
goed gemanierde en verrukkelijke huishond. Hij is steeds alert, vrolijk, beweeglijk, betrouwbaar en
onvermoeibaar.
ACTIVITEIT : deze hond heeft normaal gezien vrij veel beweging nodig. De honden lopen graag mee als u
een stukje gaat fietsen, maar heeft u daar niet zoveel tijd voor, dan is driemaal daags een blokje om en daarnaast
wat met de hond spelen in de tuin, ook voldoende.
OPVOEDING : Duitse Pinschers zijn snelle en leergierige leerlingen. U moet ze tegelijk streng, maar wel
liefdevol en consequent opvoeden. Dit ras heeft de mogelijkheden om in de verschillende takken van de hondensport
uitstekend te presteren.
SOCIALE AANLEG : over het algemeen gaan Duitse Pinschers zeer goed met kinderen om. Visite wordt in eerste
instantie luidkeels aangekondigd, maar daarna is het vrij snel goed. Een Duitse Pinscher verdedigt zijn terrein en
baas en diens gezin tot het uiterste tegen 'kwaadwilligen'. De omgang met andere huisdieren levert in de regel
geen enkel probleem op. |