|
LAND VAN HERKOMST : Duitsland
GESCHIEDENIS
De Dwergkeeshond ( of Toy German Spitz, Zwergspitz ) heeft een schofthoogte van niet meer dan 22 cm. Hij is
het kleinste slag van de Keeshond. De Ijslandse
en Laplandse Poolhonden zijn de voorouders van dit ras . Zij hebben ook hun bijdrage geleverd aan het
ontstaan van vele andere moderne rassen, die zij aan zij de slede trokken. Keeshonden waren in heel Europa
populair, maar deze kleine vorm werd oorspronkelijk gefokt in Pommeren (Polen/Duitsland). Door selectie werd dit
hondje alsmaar kleiner. De Engelse koningin Victoria had een Pomeranian (de Engelse rasnaam) genaamd Marco.
Dwergkeesjes zijn fijne gezelschapshonden. De overvloedig lange vacht moet iedere dag even worden gekamd en
geborsteld.
IDEALE RASKENMERKEN
Schofthoogte: reuen en teven maximum 22 cm; niet kleiner dan 18 cm. Gewicht : niet méér dan 3,5 kg.
Uiterlijk: compact, evenwichtig lichaam; vrij, verend gangwerk. Vacht : lange, rechte, afstaande bovenvacht met
dikke, korte, wollige ondervacht. Kleur : oranje, wit, bruin, zwart, wolfsgrauw, anderskleurig. Hoofd: iets vlakke
schedel, met kort, puntig snuitje; donkere, donker omrande, enigszins ovale ogen; kleine, staande puntoren
(prikoor of staand oor). Staart: overvloedig behaard, vlak over rug gekruld gedragen.
VACHT : lang stokhaar, m.a.w; de dekharen zijn langer dan 6 cm, waartussen de dikke ondervacht voorkomt.
Kort haar komt voor op de snuit en poten. Deze honden hebben een mooie kraag en broek. VERHARING :
blokverharing. DAGELIJKSE BEHANDELING : met grove kam en borstel de vacht verluchten. Opgepast : niet
te veel ondervacht uithalen. GROTE BEHANDELING : in de rui komt de ondervacht los te zitten, alsook
wat dekharen. Met het herdersharkje haalt men er alles uit wat los zit. Liever niet wassen. Echt neiging tot
klitvorming heeft deze vacht niet, behalve achter de oren en in het veel langere haar aan de staart, en ook op
plaatsen waar het haar duidelijk op elkaar wordt gedrukt, zoals in de oksels. Kijken of er vuil in de ogen zit en
reinigen, oren reinigen en nagels knippen indien nodig. VOOR- EN NADELEN VAN DE VACHT : mits goed
uitgeborsteld, geen wezenlijke haaroverlast. In de ruiperiode is er veel verzorging nodig, anders ontstaan er
klitten.
AARD : de Dwergkeeshond is nu niet bepaald geschikt voor het trekken van een slee, maar hij is wel een
goeie handverwarmer. Hij geniet van een ritje in de sneeuw met zijn baas en geneert zich niet over het feit
dat hij door zijn grotere broers vervoerd wordt. Het is werkelijk een prachtig gezelschapsdier. Hij is
vrolijk, actief, aanhankelijk, past zich gemakkelijk aan en is toegewijd aan zijn baas. Indien niet goed
opgevoed kan hij wel een portie 'keffen'.
ACTIVITEIT : de Dwergkees denkt van zichzelf vaak dat hij een grote hond is ! Hij heeft veel
lichaamsbeweging nodig, maar kan zich ook spelend met de baas vermaken in een grote tuin.
OPVOEDING : leer de hond al vroeg dat hij een paar keer mag blaffen als er iets aan de hand is ( deurbel,
visite ), maar daarna weer stil moet zijn. Wees hier consequent in ! Kleine Keeshonden en Dwergkeesjes zijn over
het algemeen gemakkelijk op te voeden omdat ze intelligent zijn en snel leren. De Dwergkeeshond is echter
voor een druk gezin niet echt de verstandigste keuze. |