|
LAND VAN HERKOMST : Duitsland
GESCHIEDENIS
Schnauzers bestaan in drie verschillende afmetingen : de Dwergschnauzer,
de Middenslagschnauzer en
de Riesenschnauzer. De kleinste, de
Dwergschnauzer ( of Zwergschnauzer ), heeft een schofthoogte van 30,5 tot 35,5 cm. Waarschijnlijk is hij ontstaan
uit kruisingen van de Affenpinscher,
de Poedel en
de Middenslag Schnauzer. Van de drie
slagen is de Dwergschnauzer waarschijnlijk de populairste. Sinds 1899 is dit ras erkend en hebben deze vrolijke,
aanhankelijke hondjes op hondenshows veel prijzen in de wacht weten te slepen. Dwergschnauzers zijn beslist geen
Terriërs. Terriërs hebben alle een Britse of Ierse achtergrond. Schnauzers en de aan hun verwante Pinschers zijn
honden met een vergelijkbaar temperament, afkomstig uit West- en Midden-Europa. Schnauzers werden oorspronkelijk
in Duitsland gefokt en waren daar al in de 15de eeuw bekend. Net als Terriërs zijn het felle ongedierteverdelgers.
Ze waren waakhond, vooral in en om stallen, waar ze ratten en muizen moesten vangen. Hun bekwaamheden in hun
'gevechtsarena' werden zeer gerespecteerd. Dwergschnauzers zijn vrolijke hondjes. Schnauzers hebben
opvallende wenkbrauwen, snorren, baarden en ruwharige vachten. De kleuren zijn 'peper en zout', zwart, of zwart en
zilver. Als aanhankelijke gezelschapshonden passen ze zich graag aan allerlei leefstijlen en woonomstandigheden
aan.
IDEALE RASKENMERKEN
Schofthoogte: reuen 35,5 cm en teven 30,5 cm. Gewicht : 6 tot 7 kg. Uiterlijk: evenwichtig, vierkant
lichaam; soepel, actief gangwerk. Vacht : hard, draadachtig, middellang; korter op de hals, oren en bovenkant van
het hoofd. Kleur : veelvoorkomende kleuren zijn peper en zout met donker masker, zwart en zwart met zilveren
aftekeningen aan kop, poten en buik. Hoofd: lange, vlakke schedel, met stevige snuit; donkerbruine, kleine,
ovale ogen; oren traditioneel gecoupeerd, in Nederland kleine, v-vormige, gevouwen oren ( ongecoupeerd ). Staart:
meestal ingekort; hoog aangezet en hoog gedragen.
VACHT : ruwhaar, m.a.w. de dekharen zijn vrij hard van structuur, voelen stevig aan en hebben een heldere
kleur. De wolharen zijn zachter, korter en liggen tegen de huid aan. Ze zijn ook veel lichter van kleur. Wanneer
de vacht rijp is, staan de haren in alle richtingen in bosjes bij elkaar. Dan kan de vacht worden geplukt.
VERHARING : blokverharing. DAGELIJKSE BEHANDELING : borstelen met een grove borstel of met een
speciaal in de hand liggende terriërborstel. Garnituur en poten : met grove kam.
GROTE BEHANDELING :
gebeurt in de ruiperiode !
Deze periode is goed te bepalen. Als u merkt dat de hond wat haar gaat kwijtraken, kunt u een paar haren tussen
duim en wijsvinger nemen en ze met een lichte draaiing van de pols uit de huid proberen los te trekken. Laat het
haar gemakkelijk los, dan is de vacht rijp. Moet u echt trekken, dan is de hond nog niet aan trimmen toe en kunt u
beter nog even wachten met plukken. Gaat men namelijk te vroeg plukken dan moet men het haar lostrekken uit het
haarzakje en irriteert men daarmee de huid. Een pasgeplukte hond is meestal geen echte schoonheid.
Het mooie komt pas bij het ‘natrimmen’, een vier tot acht weken na de grote beurt. Doordat de vacht eruit gehaald
werd, reageert de huid en begint met het aanmaken van wol. De nieuwe vacht zit dan na enkele weken onder de
wollaag. Bij het natrimmen wordt die wollaag weggetrimd, zodat de nieuwe vacht eronder te voorschijn komt als
korte, diepglanzende haartjes. In principe gebruiken we nooit een schaar of tondeuze bij ruwharige honden.
Uitzonderlijk bij de geslachtsdelen, rond de anus en tussen de voetkussentjes. Voetjes worden rondgeknipt.
Kijken of er vuil in de ogen zit en reinigen. De oren reinigen en indien nodig de nagels knippen. VOOR- EN
NADELEN VAN DE VACHT : door het trimmen is de hond in één keer zijn dode haar kwijt.
AARD : dit ras is zeker de elegantste van de Terriërs, maar de mooie Dwergschnauzer past zeker niet zonder
slag of stoot in het concept ' Terriër'. De instincten van het ras zijn slapende - wie zijn voorvaderen ook
zijn, de 'dwerg' wordt nu zelden gebruikt als gravende hond. Hij is echter één van 's werelds meest geliefde
gezelschapshonden - stijlvol en vriendelijk. Hij mag nooit té agressief of té timide zijn. Hij is
gehoorzaam, aanhankelijk, pittig, een durfal en geen allemansvriend, intelligent, gesteld op menselijk gezelschap
en lief voor kinderen.
ACTIVITEIT : de Dwergschnauzer heeft normale lichaamsbeweging nodig. Hij ravot graag buiten. Hou er
rekening mee dat dit ras enorm gesteld is op gezelschap en het liefst bij zijn baas is.
OPVOEDING : de Dwergschnauzer heeft ondanks zijn miniatuurformaat een baas nodig die stevig in zijn
schoenen staat en die de hond consequent en eerlijk opvoedt. Schnauzers zijn snelle en pientere leerlingen, maar
vaak hebben ze zo hun eigen ideeën over de commando’s die gegeven worden. Wissel de oefeningen af met spelen en
herhaal ze niet te lang achter elkaar. |