|
LAND VAN HERKOMST : Engeland
GESCHIEDENIS
Er zijn in Groot-Brittannië verslagen gevonden van honden die op de Fox Terriër lijken en die stammen uit 55 voor
Christus. Rond 1860 werden de eerste draadharige Foxterriërs gefokt. De Draadhaar stamt af van de oude
ruwharige Black and Tan Terriërs en de gladharige
Foxterriër. Deze leefden in de Britse steenkoolgebieden van Durham, Wales en Derbyshire. Het
woord 'terriër' is in feite afgeleid van het Latijnse woord 'terra' ( aarde ) en slaat dus duidelijk op de taak
die deze honden moesten verrichten. Hij ontwikkelde zich als een vossenjager, die de vossen uit hun holen
dreef en een ongediertebestrijder. In 1872 werd dit ras voor het eerst tentoongesteld. Draadharige
Foxterriërs dienden in het Engelse leger tijdens de Eerste Wereldoorlog, en de beroemde 'Fox' Igloo ging met
admiral Byrd mee naar de Zuidpool. De Foxterriër Draadhaar is klein maar stoer. Hij is voor niemand bang en zal
een vechtpartijtje niet uit de weg gaan. Het is een geboren jager. Maar hij is met een consequente opvoeding en
omgang toch een fijn huisdier. De Draadharige Fox is populairder dan de Gladharige Fox Terriër.
IDEALE RASKENMERKEN
Gewicht : reuen 7,3 tot 8,2 kg, teven 6,8 tot 7,7 kg. Schofthoogte : maximaal 39 cm. Uiterlijk: vierkant,
evenwichtig lichaam; levendig, vrij gangwerk. Algemeen: vrolijke, levendige en actieve aanblik. Stevig geraamte
met veel spierkracht. Snelheid en uithoudingsvermogen, maar ook symmetrie van
de Foxhound moeten in dit ras terugkomen.
Vacht : dicht, dik, draadachtig, hard en ietwat kroezelig. De vacht moet getrimd worden. Kleur :
geheel wit, wit met tan, black and tan of zwarte aftekeningen; geen brindle, rode of leverkleurige aftekeningen.
Hoofd: vlakke, vrij smalle schedel met lange snuit; kleine, donkere, donker omrande ogen; kleine, v-vormige, naar
voren gevouwen oren. Staart: ingekort tot op ongeveer drie vierde van de oorspronkelijke lengte; rechtop gedragen.
AARD : de Draadharige Fox is beslist niet geschikt voor woeste eigenaren. dit is een hond met een
zekere waardigheid en met een vrijgevig karakter. Zijn geschiktheid voor het veldwerk is, net als zijn
geschiktheid voor hondententoonstellingen, onmiskenbaar en ontstellend te noemen. Deze hond heeft een baas
nodig die toegewijd is aan zijn manier van denken. Hij geniet van zijn wereld en houdt van de mens die
besluit om hem in huis te nemen. Hij is vrolijk, nieuwsgierig, leergierig, zelfbewust een een doorzetter.
Maar hij is ook provocerend, eigenwijs en onafhankelijk. Hij heeft een drang in zich om te jagen. |