LAND VAN HERKOMST : Frankrijk
Varianten : Blanc & Noir - Blanc & Orange - Tricolore
GESCHIEDENIS
De Grand Anglo-Français ( of Grote Frans-Engelse Hound ) heette oorspronkelijk de Chien Anglo-Français en
behoort tot de rassengroep van de Lopende Honden. Deze Grand bestaat in drie types : de Grand
Anglo-Français Blanc et Noir, de Grand Anglo-Français Blanc et Orange en de Grand Anglo-Français
Tricolore. Naast deze 'Grand' heb je ook een middelgrote variant :
de Anglo-Français de Petite Vénerie.
De naam van het ras openbaart de afkomst van deze verfijnde honden. De Anglo-Français stamt af van
kruisingen tussen Franse Hounds met de Engelse
Foxhound. Engels bloed in het bijzonder gaf hem zijn bouw, botstructuur en kracht, terwijl
Frans bloed hem een scherpe neus en een krachtige stem gaf. Deze zeer elegante Hounds jagen in meutes en
zijn in staat om op bijna ieder soort wild ( groot of klein ) te jagen. De meeste jagers getuigen dat deze
honden een aangeboren kennis van het wild, waarop zij jagen, bezitten en zij hebben een formidabele neus.
Het onderscheid tussen de drie Grand-types ligt in de kleur van de vacht.
IDEALE RASKENMERKEN
Het hoofd is vrij kort bij de Grand Anglo-Français. Hij heeft een brede, platte schedel. Licht
uitgesproken achterhoofdsknobbel. Duidelijke stop. Neusbrug ongeveer net zo lang als de schedel. De
ogen zijn groot en donkerbruin. Oren : ter hoogte van de ogen aangezet; matig lang, aan de voorkant plat,
naar het uiteinde toe enigszins gevouwen. De oren van deze hond moeten regelmatig gecontroleerd worden.
Het lichaam is evenwichtig en goed geproportioneerd, met een sterke hals en geringe keelhuid. Brede, diepe
borstkas. Gewelfde ribben. Brede korte lendenen. Rechte vlakke rug. Vrij lange, hellende croupe. Ledematen
: sterke, gespierde benen met flinke botten. Vrij ronde voeten met gesloten tenen. De staart is dik aan de
basis, vrij lang en goed behaard. De vacht : vlak tegen het lichaam liggend en vrij dik. Kleur : de
Blanc et Noir : zwarte mantel; zwarte vlekken van verschillende grootte, soms met zwarte of grijze spikkels
( of tan spikkels, alleen op de benen ). Bleke vlekken boven de ogen ( pips ), lichte tan aftekeningen op de
wangen, onder de ogen en oren en bij de aanhechting van de staart. Bij de Blanc et Orange : wit en
citroengeel of wit en licht oranje. Bij de Tricolore : gewoonlijk met een zwarte mantel of vlekken
van verschillende grootte. Warm of koperkleurig tan, niet grijs. Een gemengde wolfsgrijze vacht is geen fout. De
vacht vraagt een regelmatige borstelbehandeling. De schofthoogte bedraagt voor de drie types tussen de 60
en de 70 cm en het gewicht gaat van 30 tot 35 kg.
AARD : deze honden zijn vriendelijk en aardig, maar zijn in de eerste plaats voor de eigenaars-jagers een
'gebruiksvoorwerp'. Het edele en aantrekkelijke uiterlijk van de hond kan niet-jagers bekoren, maar het
moet benadrukt worden dat de hond in de eerste plaats een meute-jager is, die moet werken om gelukkig te zijn.
Een stadsbestaan zou voor deze hond een onbeschrijfelijke hel zijn. Franse jagers brandmerken leden van
hun meute met de familie-initialen, om ze te kunnen identificeren. De Anglo-Français is stoer, sterk,
snel, moedig en vasthoudend.
ACTIVITEIT : het spreekt voor zich dat deze honden ruimte en beweging nodig hebben. Ze leven niet in
stad en niet binnenshuis, maar in kennels. |