|
LAND VAN HERKOMST : Cuba
GESCHIEDENIS
De Havanezer ( of Havanees, Bichon Havanais, Havana Silk Dog ) stamt van Bichonnetjes af, die al sinds
mensenheugenis in de landen om de Middellandse Zee populair zijn. Hoe hij precies is ontstaan, is niet bekend.
Sommigen denken dat de Havanezer van de Maltezer
afstamt. Anderen denken eerder aan kruisingen tussen Poedels
en de Bolognezer. In ieder geval
wisten deze kleine hondjes Cuba te bereiken, mogelijk in gezelschap van Italiaanse zeelieden. Het ras dankt zijn
naam aan de hoofdstad van Cuba : Havana. Het zijn echte intelligente gezelschapshondjes. Ze werden door rijke
dames gefokt, die ze weer aan andere dames cadeau gaven. Vanuit Havana wisten ze zo alle landgoederen te bereiken,
tot ze overal op het eiland bekend waren. Vroeger werden ze vaak als circushondjes gebruikt, vanwege hun grote
leergierigheid. Toch is het een klein ras dat in de loop van de 20ste eeuw bijna uitgestorven raakte. Het
ras werd voor de ondergang behoed, doordat het in de Verenigde Staten populair werd. Pas in 1982 kwamen er opnieuw
Havanezers vanuit Amerika naar Europa. De Havanezer behoort tot de Bichon groep, die uit zes rassen bestaat.
Dat zijn: de Bichon Frisé, de Bolognezer, de
Coton de Tuléar, de Havanezer,
het Leeuwhondje en de Maltezer. Al deze rassen hebben hun oorsprong in landen
rond de Middellandse Zee. Havanezers zijn prachtige gezelschapshondjes, bruisen van energie en zijn zeer lief.
IDEALE RASKENMERKEN
De toegestane schofthoogte : reuen en teven 21 tot 29 cm. Het gewicht bedraagt 3 tot 5,5 kg. Rasstandaard :
de hond mag niet meer dan 6 kg. wegen. Uiterlijk: klein, stevig lichaam; soepel, moeiteloos gangwerk. Vacht :
zacht, lang en dik, haren recht of gekruld. Kleur : zelden volkomen zuiver wit, meer of minder lichtbeige,
havanabruin of grijs, of wit met vlekken van genoemde kleuren. In principe zijn alle kleuren toegestaan, maar
zwart wordt niet in alle landen erkend. Hoofd: brede, licht gewelfde schedel met tamelijk puntige snuit;
tamelijk grote, amandelvormige donkere ogen; goed bevederde, tamelijk puntige, gevouwen hangoren. Staart: sterk
behaard en over de rug gekruld gedragen.
VACHT : lang zijdehaar met meegroeiende ondervacht; m.a.w. de dekharen zijn lang en zijdeachtig. De
wolharen zijn samengevoegd met de dekharen en groeien mee. Het dekhaar is iets minder goed ontwikkeld en de
wolharen juist zeer goed, zodat de haren op elkaar lijken. VERHARING : mozaïekverharing.
DAGELIJKSE BEHANDELING : kammen met een grove kam en borstelen met een varkensharen borstel. Wel voorzichtig,
want deze haren zijn erg kwetsbaar en breken vlug af. GROTE BEHANDELING : de vacht wordt volledig
uitgekamd. Daarna wordt de hond gewassen met een zachte shampoo en krijgt de vacht graag een behandeling met een
goede balsem. Ogen en oren reinigen, het teveel aan haar tussen de voetzolen wegknippen, voetjes rondzetten.
VOOR- EN NADELEN VAN DE VACHT : veel kam- en borstelwerk voor dit soort vacht, maar geen los haar in huis.
AARD : de Havanees is sympathiek, maar kan wat verlegen zijn tegenover vreemden. Dit is echter niet
karakteristiek voor dit ras. Zij ontwikkelen een sterke band met hun menselijke familie en zijn lief voor
kinderen. Hij is intelligent, gehoorzaam, charmant, hartelijk, moedig en waaks.
ACTIVITEITEN : deze hond heeft gemiddelde lichaamsbeweging nodig.
OPVOEDING : de Havanezer leert erg snel en vindt het leuk om iets voor u te doen. Ze werden vroeger niet
voor niets als circushondje gebruikt. Sommige exemplaren kunnen wel eens meer blaffen dan nodig is, dus leer dat
al op vroege leeftijd af. |