|
LAND VAN HERKOMST : Hongarije
Varianten : Korthaar en Draadhaar
GESCHIEDENIS
De Vizsla of Hongaarse Staande Hond ( Magyar Vizsla, stamt af van oude jachthonden, die meer dan 1000 jaar geleden
met de Magyaren, een nomadisch herdersvolk, naar het tegenwoordige Hongarije kwamen. Invloeden worden ook
toegekend aan de Panonische Brak en de Tartaarse Gele Hond en mogelijk nog andere honden. Andere bronnen wijzen op
vergelijkbare honden uit Centraal Europa, die bij de valkeniers en jagers uit de Middeleeuwen hoorden. Na de
Eerste Wereldoorlog was het ras bijna verdwenen. Met de paar honden die er nog van restten, waren toegewijde
fokkers in staat om het ras in ere te herstellen. De Vizsla werd in geheel Europa verspreid en belandde na de
Tweede Wereldoorlog ook in Amerika. Het is een uitstekende jacht- en gezelschapshond. Hij is bijzonder bruikbaar
bij het jagen op hoogland-wild en het apporteren van waterwild. Het ras houdt zeer goed spoor. We
onderscheiden de Vizsla Korthaar en de Vizsla
Draadhaar.
IDEALE RASKENMERKEN
De Hongaarse Staande Hond Korthaar
: schofthoogte: reuen 56 tot 61 cm, teven 52 tot 57 cm. Een afwijking van 4 cm naar boven of beneden
zijn toegestaan, mits de hond er evenwichtig blijft uitzien. Gewicht : 22 tot 28 kg. Uiterlijk: gespierd,
stoer lichaam; elegant, stuwend gangwerk. Vacht : glad, dik, kort. Kleur : effen donker tarwegeel of donker
goudgeel, kleine witte vlekken op borst of voeten toegestaan. Hoofd: brede schedel met een lange, vierkante snuit;
middelgrote, ovale ogen; kleur harmonieert met de vacht, maar liefst donker; middellange hangoren. Staart: meestal
tot op 3/4 ingekort; bij juiste dracht (horizontaal) ongecoupeerd.
VACHT : kort stokhaar; m.a.w. 3 à 6 cm lange, stevige haren met of zonder ondervacht. VERHARING :
blokverharing. DAGELIJKSE BEHANDELING : met een grove kam en borstel de losse haren verwijderen.
GROTE BEHANDELING : wanneer de vacht verhaart, ziet men tegen de tijd dat de hond gaat verharen kleine
pluisjes wol uitsteken. Dat is het teken dat de hond echt aan het verharen is. De loszittende ondervacht kan men
met een herdersharkje verwijderen. Kijken of er vuil in de ogen zit en reinigen. Oren reinigen. Nagels knippen
indien nodig. Enkel wassen indien echt nodig. VOOR- EN NADELEN VAN DE VACHT : die vergt weinig
onderhoud, maar laat wel veel losse haren achter in huis.
De Hongaarse Staande Hond Draadhaar.
Die heeft een iets grotere schofthoogte, namelijk 58 tot 62 cm voor reuen en 54 tot 58 cm voor teven. Afwijkingen
van 3 cm naar boven of beneden zijn toegestaan, mits de hond er evenwichtig blijft uitzien. Het type is hetzelfde,
alleen de structuur van de vacht verschilt. Deze is kort en stug, met een dichte, zachtere ondervacht die
beschermt bij guur weer. De kleur van de Hongaarse Staande Hond, Draadhaar is zandgeel in verschillende nuances.
Kleine witte vlekken op de borst of de tenen zijn toegestaan. Ook de draadhaar is een getalenteerde jachthond.
VACHT : ruwhaar; m.a.w. de dekharen zijn vrij hard van structuur, voelen stevig aan en hebben een heldere
kleur. De wolharen zijn zachter, korter en liggen tegen de huid aan. Ze zijn ook veel lichter van kleur. Wanneer
de vacht rijp is, staan de haren in alle richtingen in bosjes bij elkaar. Dan kan de vacht worden geplukt.
VERHARING : blokverharing. DAGELIJKSE BEHANDELING : borstelen met een grove borstel of met een
speciaal in de hand liggende terriërborstel. Garnituur en poten : met een grove kam. GROTE BEHANDELING :
gebeurt in de ruiperiode ! Deze periode is goed te bepalen. Als u merkt dat de hond wat haar gaat kwijtraken,
kunt u een paar haren tussen duim en wijsvinger nemen en ze met een lichte draaiing van de pols uit de huid
proberen los te trekken. Laat het haar gemakkelijk los, dan is de vacht rijp. Moet u echt trekken, dan is de hond
nog niet aan trimmen toe en kunt u beter nog even wachten met plukken. Gaat men namelijk te vroeg plukken, dan
moet men het haar lostrekken uit het haarzakje en irriteert men daarmee de huid. Een pasgeplukte hond is
meestal geen echte schoonheid. Het mooie komt pas bij het natrimmen, een vier tot acht weken na de grote beurt.
Doordat de vacht eruit gehaald werd, reageert de huid en begint met het aanmaken van wol. De nieuwe vacht
zit dan na enkele weken onder de wollaag. Bij het natrimmen wordt die wollaag weggetrimd, zodat de nieuwe vacht
eronder te voorschijn komt als korte, diepglanzende haartjes. In principe gebruiken we nooit een schaar of
tondeuze bij ruwharige honden. Uitzonderlijk bij de geslachtsdelen, rond de anus en tussen de voetkussentjes.
Voetjes worden rondgeknipt. VOOR- EN NADELEN VAN DE VACHT : door het trimmen is de hond in één keer
zijn dode haar kwijt.
AARD : de Vizsla is een indrukwekkend intelligente en zachtaardige hond. Hij is van nature een jager
die gemakkelijk te trainen is. Zijn beschermende aard maakt van hem een betrouwbare bewaker van huis en gezin.
Hij is gesteld op gezelschap, goedgehumeurd, levendig, gehoorzaam en lief voor kinderen.
ACTIVITEIT : deze hond heeft zeer veel lichaamsbeweging nodig.
OPVOEDING : over het algemeen zijn Vizsla’s niet zo moeilijk op te voeden, omdat ze graag iets voor hun
baas doen. Belangrijk is dat u ten alle tijde consequent blijft. |