|
LAND VAN HERKOMST : Duitsland
GESCHIEDENIS
De tamelijk grote Hovawart is een krachtige Herdershond die valt onder het Molosser Bergtype. Er bestaan
twee tegengestelde theorieën over de afkomst van dit ras, zoals wij het nu kennen. De ene beweert dat het
ras een herontdekte directe afstammeling van de Hovawart uit de 19de eeuw is. Een toegewijde groep
aanhangers van deze theorie bezochten aan het begin van de 20ste eeuw het Zwarte Woud en de Harz regio ( die vol
zouden zitten met deze Hovawarts ) om deze hond te zoeken. Achteraf kwamen ze terug als 'herontdekkers' van
de Hovawart. Een tweede theorie beweert dat het ras een product was van kruisingen tussen
de Duitse Herdershond,
de Newfoundlander,
de Kuvasz en eventueel nog andere honden. Deze
bewering is onder andere gebaseerd op kunstwerken. Omstreeks 1473 werden reeds bepaalde honden vermeld en
afgebeeld die "Hofwarth" werden genoemd. Duitse fokkers zouden deze hond gefokt hebben uit boerenhonden uit de
Harz, het Schwarzwald en andere bergstreken. Vroeger was het dier een populaire gezelschapshond en bewaker van
huis en erf. Ook zou hij ooit schapen hebben gehoed. Hij werd niet voor een bepaald doel gefokt. Wat men met
zekerheid kan zeggen, is dat hij tot de 19de eeuw een gewaardeerde bewaker was van de Duitse aristocratie.
In 1936 werd het ras onder de naam Hovawart officieel erkend. Het is een prettige hond en prima waakhond, die zich
tegenwoordig gevestigd heeft en kan rekenen op veel liefhebbers in Duitsland en Engeland.
IDEALE RASKENMERKEN
De Hovawart is een robuuste, middelzware
verschijning. Hij is goed bestand tegen zwaar weer. Het is een goede hardloper en springer. Het dier moet
alertheid en snelheid uitstralen, opletten en snel reageren. Het lichaam is matig lang, met brede en diepe borst.
Benen zijn middelmatig lang met sterk bot. Middelmatig lange hals zonder keelhuid. Kleur : zwart, zwartgeel
patroon, donkergeel-lichtgeel patroon, blond. Ogen en neus zijn in overeenstemming met de vachtkleur, echter niet
te licht. Hoofd en schedel : krachtig hoofd, met breed en gewelfd voorhoofd. De snuit is recht,
welgevormd en niet te lang of te kort. Maximale snuitlengte is gelijk aan de afstand tussen achterhoofdsknobbel en
de stop, die flauw is aangegeven. Lippen strak. Amandelvormige ogen, liefst donker van kleur. Driehoekige oren,
hangend. Schaargebit. De staart is lang, tot voorbij de sprong reikend. Laag gedragen, hoog wanneer de hond
in actie is. Goed bevederd. De voeten zijn middelmatig groot. Vacht : die is lang; op het hoofd en de
voorkant van de benen kort. Een regelmatige borstelbeurt is een vereiste. Schofthoogte : bij reuen 63
tot 70 cm en bij teven 58 tot 65 cm, met een gewicht van 25 tot 40 kg.
AARD : de Hovawart is een goede waakhond en beschermer. Hij is trouw, gewillig, sterk en energiek.
Het is een goede loper, een goede springer en hij zwemt graag. Deze hond heeft een groot weerstandsvermogen
en een uitstekend reukvermogen. Het is een rustig, evenwichtig dier dat gehecht is aan zijn baas en zacht
omgaat met de kinderen. Hij heeft een zware, diepe en heldere stem, maar hij blaft weinig. Deze hond
is pas rond de leeftijd van twee jaar volwassen.
ACTIVITEIT : mits men de Hovawart voldoende ruimte en beweging geeft, kan hij zich aanpassen aan een leven
in de stad.
OPVOEDING : deze hond is gemakkelijk op te voeden, met een zachte maar consequente hand. |