|
LAND
VAN HERKOMST : Ierland
GESCHIEDENIS
Bijna iedereen kent de rode Ierse Setter ( of Irish Red Setter ) , maar er bestaat traditioneel ook een
Rood-Witte Ierse Setter ( zie foto links ). Volgens sommigen is hij zelfs de voorouder van de rode Ierse
Setter. Zijn geschiedenis gaat terug tot in de 15de eeuw. Hij staat in de belangstelling omdat hij vrij zou
zijn van erfelijke nachtblindheid. Jarenlang werd hij verkozen boven de rode Ierse Setter, want hij is
gemakkelijker te herkennen in het veld. Aanhangers van beide door de FCI erkende
rassen beweren dat hun Setter de
'juiste Setterkleur ' heeft. De Ierse Rood en Witte Setter heeft echter nooit zoveel aanhang gehad als zijn
'neef'. De laatste originele Irish Red and White Setter werd
getoond op de Strabane show in 1908 in Ierland. Naast het opmerkelijke kleurverschil, is de vacht van de Red en
White een beetje ruw. Van oorsprong werden Setters gefokt om hun vaardigheden bij het aanwijzen van wild ('to
set') en niet om hun kleur. Hij werd voor de jacht gefokt, en omdat het gebied drassig was, was het
noodzakelijk dat het dier hoog op de benen stond. Iedere streek in Ierland en Groot-Brittannië had een
plaatselijke Setter, die aan de eisen van het terrein was aangepast. Waarschijnlijk is de Ierse Setter ontstaan
uit kruisingen tussen Ierse Water Spaniels,
Spaanse Staande Honden en de Engelse Setter
en de Gordon Setter. Met de officiële
kynologie kreeg ook de mode invloed op het uiterlijk van honden en werd de effen rode Setter populair. Slechts een
paar liefhebbers bleven hun oud 'rood-witte' werkhonden trouw.
IDEALE RASKENMERKEN
De schofthoogte wordt niet omschreven in de rasstandaard. Meestal is de hond ongeveer 65 cm hoog, maar er komen
ook beduidend grotere exemplaren voor. Gewicht : 27 tot 32 kg. Uiterlijk: sterk, gespierd, atletisch
lichaam;elegant, stuwend gangwerk. Vacht : tamelijk lang, vlak aanliggend, recht of licht gegolfd, glanzend;
bevedering langer. Kleur : de kleur is rijk kastanjebruin, zonder een spoortje zwart. Kleine witte aftekeningen op
de borst, keel, kin of tenen, een kleine ster op het voorhoofd of een smalle witte bles leiden niet tot
diskwalificatie, maar zijn niet gewenst. Hoofd: brede vlakke schedel met lange vierkante snuit; donkere,
hazelnootkleurige, middelgrote ogen; grote, laag aangezette, langs het hoofd liggende hangoren. Staart:
middelmatig lang, uitlopend in een punt, licht gebogen, goed bevederd.
VACHT : kort zijdehaar met bevedering; m.a.w. de dekharen op de rug zijn zijdeachtig. Er komen praktisch
geen wolharen voor. In de ruiperiode komen ze los te zitten : blokverharing. Naar de borst en de
achterzijde van de poten toe, overgroeien de wolharen de dekharen en vormen de bevedering : mozaïekverharing.
DAGELIJKSE BEHANDELING : met een zachte borstel de losse haren van de rug uithalen. De bevedering met een
grove kam uitkammen. GROTE BEHANDELING : minstens vier maal per jaar hebben deze honden een
verzorging nodig in het trimsalon, waar de vacht getrimd en geëffileerd wordt volgens het ras. VOOR- EN
NADELEN VAN DE VACHT : de bevedering vraagt een regelmatige uitkambeurt. Tamelijk veel losse haren in huis.
AARD : de Ierse Setter is een hond die goed afgericht kan worden. Hij is een harde werker, een
degelijke heer en een verlokkelijke vriend. Het is een volgzame en mooie hond, die zeer geschikt is voor de
weekend-jager of voor die baas, die een liefhebbende, trouwe kameraad met een elegant uiterlijk zoekt. Hij
is aanhankelijk, zeer levendig, zacht van karakter, lief voor kinderen, maar geen goede waakhond want hij is
gesteld op iedereen.
ACTIVITEIT : de Ierse Setter heeft enorm veel energie en heeft dan ook héél veel lichaamsbeweging nodig.
OPVOEDING : over het algemeen zijn deze honden niet moeilijk op te voeden. Ze zijn namelijk intelligent
genoeg om snel door te hebben wat u van hen verlangt. Maar aangezien ze ook een portie eigenzinnigheid bezitten,
vragen ze wel om een consequente, maar liefdevolle aanpak. Een puppycursus kan in sommige gevallen verstandig
zijn. |