|
LAND VAN HERKOMST : Israël
GESCHIEDENIS
Van de Kanaanhond (of Canaan Dog, Kelef K'naani, Israël Canaan Dog ) is het bekend dat het ras al ver
voor het begin van onze jaartelling voorkwam en er zijn afbeeldingen gevonden van omstreeks 2200 voor Christus,
waarop de kenmerken van de tegenwoordige Kanaanhond duidelijk te zien zijn. In de legendes staat geschreven dat de
Kanaanhond met een gouden ketting aan de troon van koningin Jezebel vastgebonden was. Het is de Nationale hond van
Israël en hij is al eeuwen lang in het Midden-Oosten bekend. Hij is oorspronkelijk een Paria ( wilde hond )
en werd in de Negef woestijn gebruikt door de Bedoeïenen en andere Nomaden als herder en schildwacht. Door
de eeuwen heen is de Kanaanhond de mens dus op allerlei verschillende manieren van dienst geweest. De
moderne versie doet onder andere dienst als waakhond, herdershond, speurhond en reddingshond en ook als
gehoorzaamheidshond. Hij is achterdochtig tegenover vreemden maar niet agressief. Hij is waakzaam en heeft een
snel reactievermogen; hij is bovendien buitengewoon werkwillig en leert gemakkelijk. De Kanaanhond is in Europa
een zeldzame verschijning. De Basenji
is beslist één van de familieleden van de Canaan Dog. Dokter Rudolphina Menzel uit Israël is de
bezielster en hoofdverantwoordelijke voor de redding en stabilisatie van dit ras.
IDEALE RASKENMERKEN :
Het is een middelgrote, licht rechthoekige en sterke hond, die vele van de speciale kenmerken van de wilde hond in
zich heeft. Hij is delicaat geproportioneerd en lijkt op de normale Spitz. Er bestaat tussen de reu en de
teef een groot verschil ten aanzien van de geslachtskenmerken. Hoofd: matige lang, met de vorm van een
stompe wig. Vlakke schedel, tamelijk breed, hetgeen versterkt wordt door de laag aangezette oren. Zwakke, maar
duidelijke stop. Krachtige voorsnuit, krachtige kaken, droge lippen, zwarte neusspiegel. Ogen: donkerbruin,
amandelvormige oogopeningen, donkere rand rondom de ogen. Oren: rechtopstaand, tamelijk kort en breed, licht
gerond bij de punten en laag aangezet. Gebit: schaar- of tanggebit. De laatste heeft de voorkeur.
Hals: matig lang, gespierd. Lichaam: goed ontwikkelde schouders, vlakke rug, krachtige lendenen. Diepe, maar
niet bijzonder brede borstkas, goed gewelfde ribben. Opgetrokken buiklijn. Middelmatige hoeking, zowel voor als
achter. Ledematen: rechte voorbenen, sterke botten, krachtige en goed gespierde achterbenen, laaggeplaatste
sprongen. Voeten: rond, goed gesloten, met sterke voetzolen. Staart: hoog aangezet, borstelig, wordt
gekruld over de rug gedragen. Gangwerk: licht, energiek. Vacht: kort tot matig lang, hard en
recht. Dicht en overvloedig onderhaar. Kleur: zandkleurig tot roodbruin, wit, zwart of gevlekt, met of
zonder masker. Een zwart masker en een witte aftekening zijn bij alle kleuren toegestaan. Schofthoogte: 48
tot 61 cm, de reuen groter dan de teven. Gewicht: tussen de 16 en de 25 kg. Een scherpe, snelle gang
is karakteristiek voor dit ras.
AARD : hij is een niet agressieve, maar wel inventieve waakhond. De Kanaanhond is beschermend en
vriendelijk. Hij wordt steeds populairder in de Verenigde Staten. Het is een geharde hond, maar toch
vertoeft hij het liefst binnenshuis. |