|
LAND VAN HERKOMST : Duitsland
GESCHIEDENIS
De Kleine Münsterlander of
Heidewachtel ( wordt in Duitsland 'de Spion' genoemd ) behoort tot de rassengroep
van de Continentale Staande Honden van het Spanieltype. In het begin van de 20ste eeuw werd in Westfalen in
Duitsland uit oude slagen van kleine Langharige Staande Honden, de Kleine Münsterlander of Heidewachtel gefokt.
Hij is verwant aan de Franse Epagneuls en aan
de
Drentsche Patrijshond. Hij heeft ook een grotere broer :
de Grote Münsterlander. Het ras komt
op talrijke schilderijen voor van oude Meesters. Edmund Loins, een Westfaalse jachtopziener, heeft het ras weer
nieuw leven ingeblazen en richtte in 1912 een club op. Doel van de fok van dit ras was het komen tot een
veelzijdige gebruikshond. Het is een Staande Hond die ook goed verloren zoekt, apporteert en eventueel wild uit de
dekking drijft. Heidewachtel betekent "kwartelhond van de heide". De Kleine Münsterlander, essentieel Setterachtig
van uiterlijk, is een jachthond met een strakke huid en een gladde vacht. Het is een korte, rechthoekige, sterke
maar adellijke en elegante verschijning.
IDEALE RASKENMERKEN
Lichaam gestrekt met diepe borst, goed gewelfde ribben, licht opgetrokken buik. Benen matig lang met niet te
zwaar bot. Kleur : bruin met wit, bruin-schimmel, tan aftekeningen aan de snuit en boven de ogen toegestaan. Hoofd
en schedel : droog en adellijk. Niet te brede, lichtgewelfde en naar verhouding smalle schedel, lange krachtige
snuit en weinig stop. Donkerbruine ogen. Niet te lange oren, vlak hangend. Schaargebit. Staart : lang, goed
bevederd. Recht gedragen of iets opgebogen. De voeten zijn rond. De schofthoogte voor reuen bedraagt 52 tot 56 cm
en voor teven 50 tot 54 cm. Afwijkingen van 2 cm naar beneden of boven zijn toegestaan. Het gewicht bedraagt
ongeveer 15 kg.
VACHT
Kort golvend haar met een dikke ondervacht; m.a.w. de dekharen zijn licht golvend. Er komen veel wolharen
voor. Het haar kan recht vallen, maar ook een duidelijke golf vertonen. VERHARING : blokverharing.
DAGELIJKSE BEHANDELING : kammen en verluchten met een grove kam. Opgepast : ondervacht laten zitten ! GROTE
BEHANDELING : in de ruiperiode de losgekomen ondervacht en de losse dekharen met een herdersharkje
verwijderen. Oren reinigen, kijken of er vuil in de ogen zit en reinigen. Het teveel aan haar tussen de voetzolen
wegknippen. Indien nodig nagels knippen. VOOR- EN NADELEN VAN DE VACHT : het borstel- en kamonderhoud valt
mee. De hond kan niet getrimd worden en dat betekent vrij veel haaroverlast in de ruitijd.
AARD : dit is een vrolijke, zorgeloze hond die zich zowel op de jacht als in de achtertuin op zijn gemak
voelt. Hij kan goed opschieten met kinderen en heeft over het algemeen een plezierige aard. Zijn natuurlijke
aanleg voor apporteer-werk is zeer sterk aanwezig, en kan effectief gebruikt worden in huis voor het halen van
sloffen en kranten. Het is een verstandige, aanhankelijke, gehoorzaam en waakzame hond.
ACTIVITEIT : de Heidewachtel heeft wel zeer veel beweging nodig en is niet echt geschikt als stadshond.
OPVOEDING : deze fijne gezinshonden willen het hun eigenaar maar al te graag naar de zin maken. Voed ze met
zachte hand op, maar blijf altijd consequent. |