|
LAND VAN HERKOMST : Duitsland
GESCHIEDENIS
Er zijn drie soorten Schnauzers :
de Dwergschnauzer,
De Middenslag Schnauzer en de Riesenschnauzer.
De Middenslag stamt af van stal- en erfhondjes die sinds mensenheugenis in West- en Midden-Europa het straatbeeld
bepaalden. Vooral in Zuid-Duitsland was deze hond in allerlei formaten populair. Oorspronkelijk komt hij uit
Wurtemberg. Zijn voorouders zouden de middeleeuwse Bibarhund kunnen zijn, evenals de oude veedrijvers uit
Wurtemberg en Tirol. De Middenslag is het oorspronkelijke type van het ras en was vroeger ook de
grootste variant van het natuurlijke ras ( de Riesenschnauzer is er later bijgefokt ). De rasnaam verwijst naar
het Duitse woord voor snuit, 'Schnauze'. Behalve op de snuit moet hun vacht regelmatig worden getrimd. Schnauzers
zijn levendige, energieke honden, die graag veel met hun baasje of vrouwtje optrekken. Prettige gezelschapshonden,
die bovendien waaks zijn.
IDEALE RASKENMERKEN
Schofthoogte: reuen en teven 45 tot 50 cm en een gewicht van ongeveer 15 kg. Uiterlijk: stoer, vierkant
lichaam; vlot, soepel, moeiteloos gangwerk. Vacht : dik, dicht, ruw en hard. Kleur : zuiver zwart en peper en
zout; bij peper en zout gaat de voorkeur uit naar gemidddelde schakering, onderhaar grijs. Hoofd: vlakke schedel
met een wigvormige snuit; ovale donkerbruine, middelgrote ogen; oren traditioneel gecoupeerd of ongecoupeerd.
Staart: hoog aangezet, rechtop gedragen, tot op drie wervels ingekort.
VACHT : ruwhaar, m.a.w. de dekharen zijn vrij hard van structuur, voelen stevig aan en hebben een heldere
kleur. De wolharen zijn zachter, korter en liggen tegen de huid aan. Ze zijn ook veel lichter van kleur. Wanneer
de vacht rijp is, staan de haren in alle richtingen in bosjes bij elkaar. Dan kan de vacht worden geplukt.
VERHARING : blokverharing. DAGELIJKSE BEHANDELING : borstelen met een grove borstel of met een
speciaal in de hand liggende terriërborstel. Garnituur en poten : met grove kam. GROTE BEHANDELING :
gebeurt in de ruiperiode ! Deze periode is goed te bepalen. Als u merkt dat de hond wat haar gaat
kwijtraken, kunt u een paar haren tussen duim en wijsvinger nemen en ze met een lichte draaiing van de pols uit de
huid proberen los te trekken. Laat het haar gemakkelijk los, dan is de vacht rijp.
Moet u echt trekken, dan is de hond nog niet aan trimmen toe en kunt u beter nog even wachten met plukken. Gaat
men namelijk te vroeg plukken dan moet men het haar lostrekken uit het haarzakje en irriteert men daarmee de huid.
Een pasgeplukte hond is meestal geen echte schoonheid. Het mooie komt pas bij het ‘natrimmen’, een
vier tot acht weken na de grote beurt. Doordat de vacht eruit gehaald werd, reageert de huid en begint met het
aanmaken van wol. De nieuwe vacht zit dan na enkele weken onder de wollaag. Bij het natrimmen wordt die wollaag
weggetrimd, zodat de nieuwe vacht eronder te voorschijn komt als korte, diepglanzende haartjes. In principe
gebruiken we nooit een schaar of tondeuze bij ruwharige
honden. Uitzonderlijk bij de geslachtsdelen, rond de anus
en tussen de voetkussentjes. Voetjes worden rondgeknipt. Kijken of er vuil in de ogen zit en reinigen. De
oren reinigen en indien nodig de nagels knippen. ( Wassen en drogen ). VOOR- EN NADELEN VAN DE VACHT :
door het trimmen is de hond in één keer zijn dode haar kwijt.
AARD : dit is een waakzame en betrouwbare hond, met ideale afmetingen en een ideaal temperament. Het
is een populaire en handige hond voor in huis. Zijn prettige, nooit strijdlustige persoonlijkheid is bijna
niet te onderscheiden door zijn intens ruige wenkbrauwen. Hij is levendig, moedig, alert, intelligent en
bedachtzaam.
ACTIVITEIT : voor dit hondenras is een gemiddelde lichaamsbeweging voldoende. Desondanks vindt de hond het
heerlijk om bezig te zijn. Zwemmen, lopen naast de fiets, behendigheid, fly-ball, spelletjes in de tuin, rennen in
het bos ... het zijn allemaal geschikte vormen van lichaamsbeweging voor deze karaktervolle hond.
OPVOEDING : Schnauzers zijn snelle en leergierige leerlingen, maar bezitten ook een behoorlijke portie
eigenwijsheid. Ze reageren het best op een consequente en eerlijke, maar ook afwisselende opvoeding, waar het
gebruik van uw stem meestal voldoende is.
BIJZONDERHEDEN
LAND
VAN KERKOMST : Nederland
GESCHIEDENIS
Pinschers en Schnauzers werden tot ver in de 19de eeuw om hun gedrag gehouden en niet om hun speciale
vacht. In ieder geval kwamen Pinschers en Schnauzers in allerlei kleuren voor, zelfs in het 'geel'. In die
periode verkocht de bekende Amsterdamse hondenverkoper dhr. C.J. Abraas veel gele Schnauzertjes. Hij verkocht
ze vooral aan kooplieden van de Amsterdamse Koopmansbeurs. Dit hondje werd dan ook als `heren-stalhond' aan de
man gebracht en dook al snel overal in Nederland op. De Smoushond werd destijds vooral gebruikt om de
stallen vrij te houden van ratten. Vanwege zijn ruige baard en snor, werd hij Smousje,
Smousbaardje, of Smoushondje genoemd. Na een lange periode waarin hij dreigde te verdwijnen, staat het
Hollandse Smoushondje ( zie foto ) er sinds de jaren zeventig weer beter voor, ook al blijft hij
zeldzaam. Wat nu de precieze afkomst is van het hondje, is niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk zitten er
wel Engelse invloeden in dit ras. De rasvereniging doet zijn uiterste best om het fokprogramma in goede
banen te leiden. Wees ervan bewust dat wanneer u interesse zou hebben in een Hollands Smousje, u zich
verplicht om - wanneer de hond geschikt blijkt - te participeren in het fokprogramma. Als u een reutje
neemt dan betekent dit dat u de reu ter dekking stelt. Heeft u een teefje, dan is een nestje niet geheel
ondenkbeeldig. De Hollandse Smoushond is momenteel een gezelschapshond.
IDEALE RASKENMERKEN
De Hollandse Smoushond is een vrij kleine, vierkant gebouwde, ruige hond. Het is een levendige en
beweeglijke hond, ongeveer even lang als hoog. Het lichaam is stevig, zonder grofheid of windhondachtigheid.
Niet te diepe borst, ronde ribben, maar niet zodanig dat het lichaam tonvormig wordt. Buik is iets
opgetrokken. De rug is recht. De voorbenen zijn recht met stevig bot. Schouders zijn steil. De achterbenen
zijn matig gehoekt, met lage sprongen. De benen zijn erg gespierd. De hals is niet te lang doch zeer gespierd.
Kleur : de voorkeur is donker strogeel. Alle schakeringen van geel - mits eenkleurig - zijn ook toegestaan. De
oren, snor, baard en wenkbrauwen mogen een tint donkerder zijn dan de rest van het lichaam. Hoofd
en schedel : het hoofd is een kenmerk van de Smous. Het is van boven af gezien breed en kort. De schedel is
rond en de stop is goed aangegeven, terwijl het voorhoofd gewelfd is. Dit mag echter niet zo sterk zijn dat
het hoofd gaat lijken op
de Griffon Bruxellois.
De snuit is ongeveer éénderde van de afstand van de neuspunt tot de achterhoofdsknobbel. De snuit is vol met
korte en stevige kaken. De lippen zijn zwart, dun en sluiten goed aan. De neus is zwart. De ogen zijn groot en
rond. De expressie is vriendelijk en levendig. De oogranden zijn zwart. Tevens zijn de goed
ontwikkelde lange
en donkere wimpers zeer karakteristiek voor het ras. De oren zijn hoog aangezet, klein, dun, driehoekig van
vorm en naar voren hangend langs de schedel. Bij voorkeur schaargebit. Staart : hoog aangezet en vrolijk
gedragen. De staart mag lang zijn of ingekort worden ( dit wordt gewoonlijk niet meer gedaan ). De staart is
niet bevederd en is rondom behaard. Voeten : rond en klein ( kattevoeten ) met zwarte nagels.
Vacht : het gehele lichaam is bedekt met tamelijk lang ( 4 tot 7 cm ) haar; hard en recht haar dat geen
scheiding op de rug mag vormen. Op het hoofd is de beharing iets korter dan op de rest van het lichaam. Een
kuif op het hoofd is fout. Aan de oren is de beharing fijner en zachter. De ogen moeten vrij zichtbaar zijn.
Het haar mag tevens niet klitten en moet tweemaal per jaar geplukt worden. Ondervacht voldoende om goede
bescherming te bieden tegen koud weer. Overigens komen soms terugslagen voor in een nest, waarbij de hondjes
zachter en donzig haar hebben. De vacht vraagt een regelmatige borstelbeurt. De schofthoogte : voor
reuen 37 tot 42 cm en voor teven 35 tot 40 cm, met een gewicht van 9 à 10 kg.
AARD : het is een vriendelijke, vrolijke, evenwichtige en aangename huishond. Hij is intelligent,
zacht van karakter, waakzaam en zeer aanhankelijk.
ACTIVITEIT : dit is een zeer beweeglijke hond, die dan ook de nodige beweging eist. |