|
LAND VAN HERKOMST : Hongarije
GESCHIEDENIS
De Mudi ( of Canis Ovilis Fényesi 1936 ) behoort tot de Herdershonden. Het zijn vooral de Magyaren
geweest die, in hun nomadenbestaan, voor de verspreiding van allerlei werkhonden door Europa hebben gezorgd.
De kruisingen door de jaren heen, vormen de grondslag voor de inmiddels bekende rassen en hun varianten. De grote
honden werden speciaal gefokt om de herder en zijn rondtrekkende kudde te beschermen en te verdedigen, terwijl de
kleinere honden werden gebruikt voor het hoede- en "alarmwerk". Omdat de wolven hoofdzakelijk 's nachts
aanvielen, ging de voorkeur voor de verdedigingshonden uit naar honden met licht gekleurde vachten, zodat de
herder zijn hond van de wolven kon onderscheiden. Voor de kleinere honden was de kleur minder belangrijk omdat het
niet de bedoeling was dat zij zich met het verdedigingswerk gingen bemoeien. Al snel bleek echter dat de
Mudi het gevecht niet uit de weg ging. Al was zijn prooi wel iets kleiner dan de wolf, toch heeft hij menig
knaagdier en klein roofwild buitenspel gezet of gedood. Door zijn oneindige durf en moed werd hij ook ingezet bij
de jacht op wilde zwijnen. De Mudi is dan ook een krachtig gebouwde hond, die vele verschillende taken kan
uitvoeren. Ondanks zijn diverse talenten is het ras, zelfs in zijn geboorteland Hongarije, nooit echt
populair geweest. Dit is voornamelijk te wijten aan de eeuwige aanwezigheid van
de Puli en
de Komondor; de oudere en meer populaire
Hongaarse rassen. De veelzijdigheid van de Mudi is nochtans indrukwekkend. Hij is zowel herder
als hoeder en kan zijn kudde in bedwang houden zonder hulp van derden. Hij is een hartstochtelijk jager en
ook de rol van Terriër behoort tot zijn mogelijkheden. Hij speelt deze rollen met ijver en inzet, omdat hij
er plezier in heeft om aan het werk te zijn. Hij is het allround hulpje op de boerderij en de
gezelschapshond in huis. Het is een blaffer en hij heeft blijkbaar een onuitputtelijke energie.
IDEALE RASKENMERKEN
Het lichaam is gestrekt met goede hoekingen waardoor een soepel, ruim, snel en wendbaar gangwerk mogelijk is.
De benen zijn matig lang. De kleur is zwart, bruin, wit, zwart met witte aftekening en bruin met witte
aftekening. Hoofd en schedel : hij heeft een lang hoofd met puntige snuit en nauwelijks stop. De oren zijn
v-vormig, puntig en staand, de ogen ovaal, donker en enigszins schuin geplaatst. De Mudi draagt zijn oren
gespitst. De voeten zijn klein en kort. Staart : die is kort of gecoupeerd, tot op een lengte van twee à
drie vingers. Vacht : van de Hongaarse Herdershonden is de Mudi de kortste van vacht. Op het
hoofd kort glad haar, de voor- en achterbenen wat langer glad haar en de rest van het lichaam is het haar gegolfd
of gekruld. De beharing is glanzend, mag beslist niet vervilten en is tussen de 3 tot 7 cm lang. Deze
hond moet elke dag geborsteld worden. De schofthoogte bedraagt 35 tot 47 cm met een gewicht van 8 tot 13 kg.
AARD : de weinige liefhebbers die voor de Mudi gekozen hebben en van hem gebruik maken, vinden dat hij enig
in zijn soort is. Zijn vriendelijke aard en zijn enorme rijkdom aan talenten maken van hem één van de beste
honden uit de hondenwereld. De Mudi is intelligent, leergierig, gehoorzaam en aanhankelijk, maar hecht zich
slechts aan één baas. Het is werkelijk een zeldzame hond en volgens zijn trotse eigenaren is een 'humeurige'
Mudi zelfs nog zeldzamer !
ACTIVITEIT : deze hond is helemaal niet geschikt voor een leven binnenshuis. Hij heeft de nodige
ruimte en beweging nodig.
OPVOEDING : dit ras moet consequent opgevoed worden. Hij heeft een goede leider nodig die hem aan het
werk kan houden en zijn natuurlijke neiging om te bijten weet af te leren. Door zijn intelligentie en
leergierigheid is hij geschikt voor de sport en ook voor reddingswerk. |