|
LAND VAN HERKOMST : Canada
GESCHIEDENIS
Omstreeks 1732 werden op New Foundland grote, 'beerachtige' honden aangetroffen. Zij hielpen vissers met het aan
wal brengen van netten. Newfoundlanders voelen zich uitermate op hun gemak in het water. Ondanks zijn stoere
formaat en zijn achtergrond als werkhond is de Newfoundlander een zeer vriendelijke en meegaande hond. Allerlei
voorouders worden hem toegedicht, zoals de Portugese
Waterhond, de Pyreneese Berghond,
de Duitse Dog en inheemse honden van vóór
Columbus, zoals de vissershond, de John's Dog. Mogelijk heeft hij iets van allen. Als kustbewoners werkten deze
honden zowel te land als te water. De dichte, dikke vacht beschermt deze vriendelijke reus tegen invloeden van
ijskoud water. Het spreekt vanzelf dat aan die vacht de nodige aandacht moet worden besteed. Vooral voor kinderen
is de Newfoundlander beschermend. Het ras heeft een sterk instinct om alles uit het water in veiligheid te
brengen. De Landseer is een variëteit van de
Newfoundlander, maar in 1960 werd de Landseer ECT als apart ras erkend.
IDEALE RASKENMERKEN
Schofthoogte: ongeveer 71 cm, teven ongeveer 66 cm. Gewicht : 50 tot 69 kg. Uiterlijk: gespierd, harmonieus gebouwd
lichaam; krachtig stuwend gangwerk. Vacht : glad, lang, dik en waterafstotend, rechte of gegolfde haren.
Kleur : toegestane kleuren zijn bruin of zwart, met iets wit op de borst, tenen of staartpunt. Wit met zwarte
exemplaren komen ook voor, al worden ze zelden gesignaleerd. Hoofd: licht gewelfde, brede schedel,, met
korte, droge snuit; wijd geplaatste, kleine, donkerbruine ogen; kleine, driehoekige vlak tegen de schedel
aanliggende oren (hangend oor). Staart: lang, behoorlijk dik, iets gebogen gedragen.
VACHT : kort golvend haar met een dikke ondervacht; m.a.w. de dekharen zijn licht golvend. Er komen veel
wolharen voor. Het haar kan recht vallen, maar ook een duidelijke golf vertonen. VERHARING :
blokverharing. DAGELIJKSE BEHANDELING : kammen en verluchten met een grove kam. Opgepast : ondervacht
laten zitten ! GROTE BEHANDELING : in de ruiperiode de losgekomen ondervacht en de losse dekharen met
een herdersharkje verwijderen. Oren reinigen, kijken of er vuil in de ogen zit en reinigen. Het teveel aan haar
tussen de voetzolen wegknippen. Indien nodig nagels knippen. VOOR- EN NADELEN VAN DE VACHT : het
borstel- en kamonderhoud valt mee. De hond kan niet getrimd worden en dat betekent vrij veel haaroverlast in de
ruitijd.
AARD : dit prachtig dier is alom geliefd in de hondenwereld. Hij heeft een ongeëvenaard karakter.
Dit is beslist een hond die zich onderscheidt van andere honden en majestueus overkomt. Hij is in staat zich
te beschermen tegen zogenaamde vijanden, maar hij maakt werkelijk geen onderscheid wanneer zijn hulp gewenst is.
Zonder twijfelen redt dit dier een collega-hond, waarmee hij niet eens op vriendelijke voet staat, van de
verdrinkingsdood. Het is een uitstekende waakhond; hij is rustig, betrouwbaar en zelfbewust, zacht van
karakter maar zeer moedig.
ACTIVITEIT : deze hond heeft veel beweging en veel ruimte nodig.
OPVOEDING : de opvoeding moet op een rustige en evenwichtige manier gebeuren. De honden zijn erg gevoelig
voor de intonatie van uw stem.
SOCIALE AANLEG : honden van dit ras zijn doorgaans fijne huisgenoten. Ze zullen andere honden en huisdieren
accepteren. Bezoekers die geen kwaad in de zin hebben, zullen ze vriendelijk benaderen.
BIJZONDERHEDEN
Er bestaat ook een
zwart-witte Newfoundlander, de Landseer (ECT) zie foto hiernaast.
Over deze hond zijn de meningen tussen Groot-Brittannië en het continent
nogal uiteenlopend. Meer hierover op een
aparte pagina.
|